Op 4 mei 2017 werd het ontwerp van decreet houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving (ook wel ‘Codextrein’ genoemd) door de Vlaamse Regering ingediend bij het Vlaams Parlement. De Codextrein zal een hele reeks wijzigingen doorvoeren aan onder meer de VCRO en de regelgeving inzake de omgevingsvergunning. De voornaamste nieuwigheden worden hieronder bondig toegelicht.

Wat de wijzigingen aan de VCRO betreft, streeft de Vlaamse Regering in de eerste plaats naar een optimalisatie van het ruimtelijk rendement, en dit hoofdzakelijk via verdichting, renovatie en hergebruik. Hiervoor worden verschillende initiatieven genomen, voornamelijk in verband met de regeling van toepassing op verkavelingen. Zo zal het bijvoorbeeld eenvoudiger worden voor eigenaars om een verkaveling te wijzigen. Verkavelingen die ouder zijn dan 15 jaar zullen niet langer verbindend zijn. En er komt een vereenvoudigde procedure om de inrichtingsvoorschriften van oude BPA’s en APA’s te wijzigen. Een belangrijk element van dit luik is ook het invoeren van een bouw- en verkavelingsverbod in de zogenaamde signaalgebieden. Dit zijn gebieden die op grond van de bestemmingsplannen bebouwbaar zijn, maar waar een belangrijke waterproblematiek geldt.

Met betrekking tot de wijzigingen aan de regelgeving inzake de omgevingsvergunning, wenst de Vlaamse Regering onder meer te voorzien in financiële sancties voor overheden die niet tijdig beslissen over een vergunningsaanvraag. Door (al naargelang het geval) een geldboete, dan wel een dwangsom op te leggen, zou het aantal stilzwijgende weigeringen moeten worden gereduceerd. Vervolgens zal nu ook de vergunning voor vegetatiewijzigingen integraal deel gaan uitmaken van de omgevingsvergunning. De Vlaamse Regering wenst bovendien de regeling inzake de vervaltermijn van een vergunning te wijzigen: momenteel vervalt een stedenbouwkundige vergunning indien de aanvang van de vergunde werken niet heeft plaatsgevonden binnen de twee jaar nadat de vergunning werd afgeleverd. Indien een vergunninghouder de desbetreffende werken echter niet kan starten wegens redenen die niet aan hem zijn toe te schrijven (de zogenaamde ‘vreemde oorzaak’), zal de vervaltermijn voortaan eenmalig verlengd kunnen worden met een nieuwe termijn twee jaar.

In de huidige regeling is het ten slotte mogelijk voor een belanghebbende derde om een administratief beroep bij de bevoegde overheid of een beroep bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen in te stellen tegen een vergunningsbeslissing, ook al heeft de betrokken persoon geen bezwaar ingediend naar aanleiding van het openbaar onderzoek. In de Codextrein zal evenwel worden bepaald dat een dergelijk bezwaar een ontvankelijkheidsvoorwaarde uitmaakt voor een later beroep tegen de vergunning in kwestie: een derde die geen bezwaar heeft ingediend naar aanleiding van het openbaar onderzoek, zal nadien ook geen beroep meer kunnen instellen tegen de eigenlijke vergunning.

Wat nu?

Het ontwerp zal nu eerst besproken worden in de Commissie voor Leefmilieu, Natuur, Ruimtelijke Ordening, Energie en Dierenwelzijn van het Vlaams Parlement, en wordt nadien behandeld door de plenaire vergadering. Het valt dus nog af te wachten wanneer de Codextrein daadwerkelijk in werking zal treden, en in welke mate nog wijzigingen zullen plaatsvinden. Wel lijkt het waarschijnlijk dat de grote lijnen van het decreet, zoals hierboven uiteengezet, alleszins dezelfde zullen blijven.