Inleiding

De provincie Gelderland gaat het veehouderijbeleid actualiseren door middel van het invoeren van het Gelders Plussenbeleid. Met dit beleid wil de provincie de groei van niet-grondgebonden veehouderij mogelijk maken, op voorwaarde dat een bedrijf investeert in maatregelen die verder gaan dan waartoe het bedrijf nu wettelijk verplicht is. De provincie wil hiermee een innovatieve, duurzame veehouderij stimuleren die kan rekenen op (meer) draagvlak vanuit de omgeving.

Om dit beleid te kunnen realiseren wordt een actualisatie van de Omgevingsvisie en –verordening voorbereid die medio 2016 ter visie zal liggen. De besluitvorming over dit onderwerp is plan-m.e.r.-plichtig, omdat het mogelijk milieueffecten meebrengt. In januari 2016 heeft de provincie daarom de aanpak van de milieueffectrapportage (notitie Reikwijdte en Detailniveau) voor het Gelders Plussenbeleid vastgesteld en ter inzage gelegd.

Het initiatief van de provincie doet denken aan de Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij. In Noord-Brabant moest wel een noodmaatregel via de Crisis- en herstelwet (Chw) worden toegepast omdat het beleid anders niet toegepast kon worden. Dit was een gevolg van de uitspraak van 21 januari 2015 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Hierin oordeelde de Afdeling dat de gemeente een bedrijfsuitbreiding in een bestemmingsplan niet afhankelijk mag maken van niet ruimtelijk relevante aspecten, zoals energieverbruik en omgevingsgerichtheid. De vraag is of de Chw ook soelaas biedt voor andere provincies die hun veehouderijbeleid willen aanpassen, zoals in geval van Gelderland met het Gelders Plussenbeleid. 

Wet ruimtelijke ordening en ruimtelijk relevante aspecten

Gemeenten kunnen in bestemmingsplannen de bestemming van gebieden bepalen, uitgaande van het belang van een goede ruimtelijke ordening. Op grond van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) kunnen provincies via een Verordening ruimte eisen stellen aan de inhoud van bestemmingsplannen, voor zover dit nodig is voor het behartigen van een provinciaal ruimtelijk ordeningsbelang. De provincie kan toetsen of een concreet bestemmingsplan aan deze eisen voldoet. 

De Wro biedt dan ook de mogelijkheid de ontwikkeling van veehouderijen te reguleren, maar alleen indien dat in ruimtelijk opzicht relevant is. 

Gelders Plussen Systeem

In het Gelders Plussen Systeem dat nu wordt uitgewerkt, wordt ook de ontwikkeling van veehouderijen gereguleerd. Momenteel gelden voor niet-grondgebonden veehouderijen maximale oppervlakten. Met toepassing van het systeem kunnen bedrijven uitbreiding 'verdienen' als zij investeren (een investering van ongeveer 8% van de bouwsom) in bovenwettelijke maatregelen op de volgende vier gebieden:

  • Milieu;
  • Dierenwelzijn;
  • Volksgezondheid;
  • Ruimtelijke kwaliteit.

Geconstateerd moet worden dat dit niet slechts ruimtelijk relevante aspecten zijn. De vraag is dus of het wel mogelijk is deze regels in het beleid van de provincie op te nemen en zo in bestemmingsplannen doorwerking te laten vinden.

Brabants voorbeeld en de Crisis- en herstelwet

De provincie Noord-Brabant heeft de Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij (BZV) ontwikkeld. Dit beleid is naar aanleiding van bovengenoemde uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak aangemeld als bijzondere voorziening op grond van de Chw. Dit is een experiment waarmee vooruit wordt gelopen op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet, negende tranche is op 17 maart 2015 bekendgemaakt. In de Kamerbrief van 14 december 2015 stelt staatssecretaris Van Dam (EZ) dat gelet op de verruiming van de Verordening ruimte van Noord-Brabant (door toepassing van de Chw) voor Noord-Brabant niet langer de beperking geldt dat alleen ruimtelijk relevante eisen in het kader van een bestemmingsplan kunnen worden gesteld. Zie ook de Praktijkervaringen Crisis- en herstelwet, voortgangsrapportage 2014-2015 van 18 januari 2016 waarin ook de BZV wordt besproken. De provincie Noord-Brabant mag nu dus meer dan zou zijn toegestaan op grond van de Wro.

Oplossing voor andere provincies dan Noord-Brabant?

Is artikel 7l van de negende tranche van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet te gebruiken voor de provincie Gelderland of een andere provincie die zijn veehouderijbeleid anders wil vormgeven? Nee, dat lijkt niet het geval, want deze aanpassing heeft specifiek betrekking op Noord-Brabant. In de zojuist genoemde Kamerbrief van 14 december 2015 merkt de staatssecretaris ook nog expliciet op dat deze oplossing voor de provincie Noord-Brabant geen soelaas biedt voor, bijvoorbeeld, het Groninger Verdienmodel. Het is volgens de staatssecretaris aan de provincie Groningen te bepalen of hier behoefte toe bestaat en, zo ja, met het Ministerie van Infrastructuur en Milieu in overleg te treden.

Indien dus de insteek van een provincie wordt om andere dan ruimtelijk relevante aspecten te betrekken bij de vraag of veehouderijen kunnen uitbreiden, dan zal, vooruitlopend op de Omgevingswet, de Chw ingezet moeten worden. Gelukkig kunnen er nog steeds bijzondere voorzieningen op grond van de Chw worden aangemeld!