Wilt u activiteiten uitvoeren die schadelijk zijn voor beschermde dier- of plantensoorten? Dan is het vaak nodig om preventieve maatregelen te treffen. Voor een aantal veel voorkomende diersoorten is op RVO.nl een soortenstandaard gepubliceerd. Hierin staat onder andere informatie over de kenmerkende ecologische aspecten van de soort en maatregelen om de soort te beschermen. De soortenstandaard is een handig hulpmiddel, maar onduidelijk was wat de juridische status van de soortenstandaard is. Op 10 februari 2016 heeft de Afdeling in een uitspraak hierover duidelijkheid gegeven.

Wat was er aan de hand?

RGV Bad- en Zweminrichtingen B.V. is eigenares en exploitante van recreatiegebied Berendonck. In de Berendonck wil zij een thermencomplex realiseren, maar in de Berendonck leven ook drie dassenfamilies. De bouw van het complex zal ten koste gaan van een dassenburcht. Daarom heeft de vennootschap een ontheffing op grond van de Flora- en faunawet (Ffw) aangevraagd voor het verstoren van holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen van de das.

Voor de das is een soortenstandaard opgesteld. De staatssecretaris verleent de Ffw-ontheffing en wijkt daarbij op twee punten af van de soortenstandaard. Deze afwijkingen zien op de benodigde grootte van het territorium van de das en meer in het bijzonder hoeveel hectare leefgebied (waaronder foerageergebied) moet worden gecompenseerd. In de juridische procedure die volgt is de vraag aan de orde wanneer de staatssecretaris mag afwijken van de (door hem zelf opgestelde) soortenstandaard.

Mag de staatssecretaris afwijken van een soortenstandaard?

De Afdeling oordeelt dat het mogelijk is af te wijken van een soortenstandaard mits dit wordt gemotiveerd.

Hierbij acht de Afdeling van belang dat in de inleiding van deze soortenstandaard valt te lezen “dat de soortenstandaard de basismaatregelen en kenmerken per soort duidelijk weergeeft, maar dat er geen rechten aan ontleend kunnen worden in concrete situaties”.

De Afdeling benadrukt dat de soortenstandaard onverlet laat “dat de door partijen overgelegde rapporten en notities van deskundigen op hun eigen merites moeten worden beoordeeld en in concrete gevallen op grond van een deskundigenoordeel gemotiveerd van de soortenstandaard kan worden afgeweken.”

De in de soortenstandaard genoemde maatregelen en percentages zijn geen vereisten om een Ffw-ontheffing te kunnen verlenen, aldus de Afdeling.

Het belang van goede deskundigenrapportages

Dat niet overeenkomstig de soortenstandaard wordt gecompenseerd, betekent dus nog niet dat door de ingreep afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de das. Het is dus mogelijk om gemotiveerd af te wijken van een soortenstandaard. Dat deze afwijking gerechtvaardigd is, zal wel moeten blijken uit een deskundigenrapport. In deze procedure zijn in hoger beroep aanvullende rapportages overlegd. Mede op basis hiervan komt de Afdeling tot de conclusie dat, ondanks een tijdelijke dip in de populatie, de gunstige staat van instandhouding niet in gevaar komt.

Ffw-ontheffing en de alternatieventoets

Om een Ffw-ontheffing voor een strikt beschermde soort, zoals de das, te kunnen verlenen moet aan drie voorwaarden worden voldaan. Er moet (1) geen afbreuk worden gedaan aan de gunstige staat van instandhouding, (2) de activiteiten moeten worden uitgevoerd vanwege een belang dat genoemd wordt bij of krachtens de Flora-en faunawet en (3) redelijkerwijs geen andere bevredigende oplossing zijn.

De Afdeling gaat in deze uitspraak ook in op de vraag wanneer sprake is van een andere bevredigende oplossing. In hoger beroep werd namelijk betoogd dat het thermencomplex ook buiten De Berendonck zou kunnen worden gerealiseerd. De staatssecretaris vond dat de vraag of geen andere bevredigende oplossing bestaat, moet worden afgezet tegen het doel van de ingreep. Het doel van de ingreep was in dit geval dat de initiatiefnemer het aantal bezoekers van haar bestaande recreatiegebied wil stabiliseren en door het thermencomplex meer inkomsten hoopt te genereren in de Berendonck.

De Afdeling is het hier mee eens een oordeelt dat gezien het doel van de ingreep, een onderzoek naar alternatieve locaties buiten de Berendonck niet relevant is. De alternatieventoets mocht dan ook beperkt worden tot de vraag of er een andere locatie binnen de Berendonck beschikbaar was en dit was niet het geval.

Slotsom

De uitspraak van de Afdeling maakt duidelijk dat de soortenstandaard een handig hulpmiddel is om te weten te komen welke maatregelen volgens RVO getroffen kunnen worden om overtreding van de Ffw te voorkomen. De soortenstandaard is echter geen dwingend keurslijf waar niet van kan worden afgeweken. Aan een afwijking van de soortenstandaard zal wel een deskundigenrapport ten grondslag moeten liggen.