Met ingang van 1 januari 2016 is het fiscaal gezien niet langer voordelig door in sale-and-lease-backconstructies en bij de verkoop van vastgoed dat als belegging gebruikt wordt te kiezen voor erfpachtlease.

Sale-and-leaseback houdt in dat vastgoed wordt verkocht en dat er tegelijk een huurovereenkomst wordt gesloten waarbij verkoper huurder wordt van het verkochte. Bij een ‘normale’ levering van onroerend goed is er overdrachtsbelasting verschuldigd over de waarde van het onroerend goed. Als men er voor koos om het terughuren door verkoper plaats te laten vinden middels een door verkoper voorbehouden recht van erfpacht (de erfpachtlease) dan kon men overdrachtsbelasting besparen. De koper verkreeg eigendom belast met erfpacht (de bloot eigendom). De verkoper betaalde een periodieke canon.

Tot 1 januari 2016 bracht dit fiscaal voordeel met zich mee, omdat er bij de overdracht van een onroerende zaak onder voorbehoud van een erfpachtrecht slechts overdrachtsbelasting werd geheven over de waarde van de bloot eigendom, verminderd met de contante waarde van de nog door bloot eigenaar te ontvangen canon. Met ingang van 1 januari 2016 zijn aan artikel 11 van de Wet op belastingen van rechtsverkeer 1970 (WBR) twee leden toegevoegd die omschrijven in welke situaties de vermindering van de heffingsmaatstaf bedoeld in artikel 11 lid 2 WBR niet plaats kan vinden.

Deze wetswijziging heeft geen terugwerkende kracht.

Inhoudsopgave