Openbaarheid is hot. Overheden worden bewogen zoveel mogelijk informatie in de openbaarheid te brengen via Wob-verzoeken, maar ook de instrumenten voor actieve openbaarmaking (bij handhavingsbesluiten wordt dit vaak aangeduid als naming en shaming) worden steeds vaker (verplicht) ingezet.

De vraag is of alle informatie die wordt geopenbaard daadwerkelijk wordt gelezen en begrepen. Sommige documenten gaan over technische materie en zijn daardoor voor niet ingewijden lastig te begrijpen, of zonder context niet interessant. Dat betekent niet dat alle informatie daarom dan maar niet openbaar gemaakt moet worden. Het kan nuttig, prettig of noodzakelijk zijn dat iedereen de mogelijkheid heeft om deze informatie te bekijken.

Steeds meer handhavingsbesluiten en toezichtsgegevens online

Wij zien een tendens bij het toezicht en de handhaving van de Arbo- en milieuregelgeving bij bedrijven. Steeds meer gegevens worden op een overheidswebsite geplaatst. Deze tendens is verklaarbaar vanuit onder meer de Seveso-richtlijnen en het Wetsvoorstel Wet open overheid. Ook op het terrein van de Arbo- en milieuwetgeving is het de bedoeling dat zoveel mogelijk informatie in een vroeg stadium publiekelijk bekend wordt gemaakt. Een paar voorbeelden:

  • De DCMR Milieudienst Rijnmond houdt sinds september 2014 op zijn website een overzicht bij van door hem opgelegde sancties;
  • De Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid houdt sinds augustus 2014 op haar website een overzicht bij van bedrijven die zware of ernstige asbestovertredingen hebben begaan;
  • De gezamenlijk toezichthouders maken bij de zwaardere industrie (de Brzo-bedrijven) sinds begin 2014 een samenvatting openbaar van de reguliere jaarlijkse inspectie.

Aanvullende sanctie

Het is voor bedrijven belangrijk om in een vroeg stadium scherp op het netvlies te hebben dat toezichtsgegevens en overtredingen op websites worden gezet. Publicatie wordt door bedrijven namelijk vaak als een aanvullende sanctie ervaren (naming en shaming). Dit leidt soms tot discussies met de overheid of bijvoorbeeld de Wob of de Arbowet hiervoor een voldoende wettelijke grondslag bieden. Als bedrijven in een vroeg stadium in de gaten houden dat informatie online wordt gezet, kunnen zij met een zienswijze of informeel overleg voorkomen dat feitelijke onjuistheden online komen. Ook kunnen zij zich zo voorbereiden op eventuele vragen van de media, de politiek of betrokken burgers. Zo nodig kan via formele procedures openbaarmaking (deels) worden aangevochten.

Bij de drie genoemde voorbeelden wordt de informatie al op de website gezet voordat er een rechterlijk oordeel is over de juistheid van de constateringen van de toezichthouder. Wij vinden dit bij de Arbo- en milieuregelgeving niet echt een gelukkige keuze. Deze regelgeving is complex en op meerdere manieren uit te leggen. De toezichthouders houden de veiligheid voor de werknemers en de omgeving in de gaten en hanteren zwaardere sancties zoals stillegging als er gevaar dreigt. Informatie aan het publiek zal niet altijd een toegevoegde waarde hebben.

Als achteraf blijkt dat het bedrijf wel aan de regelgeving voldeed en er geen sprake was van een overtreding is de negatieve informatie al online gezet en niet meer offline te halen. Een rectificatie “plakken” aan de openbaargemaakte sanctie lost het probleem niet op. De eerdere informatie zwerft al rond in de caches van zoekmachines. Het bedrijf blijft imagoschade leiden, terwijl de informatie niet blijkt te kloppen.

Wel kan de stroom aan openbare informatie ertoe leiden dat het niet meer bijzonder is als er sanctie wordt geopenbaard. Dit is anders als één specifiek geval er door de media wordt uitgelicht en veel aandacht krijgt.

Een toelichting van het bedrijf

Toezichthouders bieden niet standaard de gelegenheid een toelichting bij de tekst op de website te plaatsen. Deze toelichting is geen zienswijze op een voorgenomen openbaarmaking; de toelichting is een verklaring namens het bedrijf die bij de openbare stukken wordt gevoegd. Het bedrijf kan toelichten dat bepaalde conclusies niet (meer) gelden door genomen maatregelen, of waarom zij bepaalde conclusies bestrijdt.

Bij de asbestovertredingen wordt wel altijd de mogelijkheid gegeven een toelichting te geven. Dat is voorgeschreven in artikel 3 lid 2 van de Beleidsregel openbaarmaking inspectiegegevens bij zware of ernstige asbestovertredingen. Wij vinden dit een  compromis tussen het belang gemoeid met het informeren van het publiek en het belang van het bedrijf bij het voorkomen van imagoschade. Een toelichting van een bedrijf op een openbaar gemaakte sanctie geeft extra informatie aan het publiek. Ook doet dit recht aan het belang van bedrijven om een reactie te mogen geven over een besluit. Wij hopen daarom dat andere toezichthouders in de toekomst vooraf aan bedrijven een reactie vragen en die reactie meenemen in de openbaarmaking. De wetgever zou dit verder kunnen waarborgen.

Ons advies aan  bedrijven is om actief contact te zoeken met de desbetreffende overheidsinstantie om vóór de openbaarmaking een toelichting toe te zenden. Let wel op dat de toelichting zorgvuldig is geformuleerd en niet onbedoeld overtredingen worden toegegeven. Want ook hier geldt: alle informatie kan tegen je worden gebruikt.