Gerechtshof Amsterdam 8 juli 2015 (ECLI:NL:GHAMS:2015:2779) (VEB/SNS Bank).

Wanneer geschillen tussen (gewezen) aandeelhouders binnen een vennootschap oplopen, dan is de toegang tot de Ondernemingskamer van groot belang. De Ondernemingskamer is immers de bevoegde instantie om een onderzoek in te laten stellen naar mogelijk wanbeleid en de gang van zaken binnen een rechtspersoon, als er gegronde redenen zijn om aan een juist beleid te twijfelen.

Wanneer uit het onderzoek volgt dat sprake is van wanbeleid, dan kan de Ondernemingskamer voorzieningen treffen binnen de verhoudingen van een vennootschap. Bestuurders of commissarissen kunnen worden geschorst of ontslagen, besluiten kunnen worden geschorst of vernietigd, er kunnen tijdelijke bestuurders of commissarissen worden aangesteld, er kan tijdelijk worden afgeweken van bepaalde bepalingen in de statuten, de rechtspersoon kan worden ontbonden en/of de tijdelijke overdracht van de aandelen ten titel van beheer is mogelijk.

De artikelen 2:346 en 2:347 BW stellen dat slechts de directe aandeel- en certificaathouders met een bepaald belang bevoegd zijn om een enquêteverzoek tot de Ondernemingskamer te richten. In recente uitspraken is deze bevoegdheid uitgebreid. In 2013 werd reeds bepaald dat een aandeelhouder in een vennootschap naar buitenlands recht bevoegd is tot een enquêteverzoek bij een Nederlandse dochtervennootschap (HR 29 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY7833 – Chinese Workers). Medio 2015 heeft de Ondernemingskamer de toegang tot het enquêterecht verruimd naar voormalige (onteigende) aandeelhouders (Gerechtshof Amsterdam 8 juli 2015,ECLI:NL:GHAMS:2015:2779 – VEB/SNS Bank).

Het doel en de strekking van het enquêterecht brengen naar het oordeel van de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam met zich mee dat aandeelhouders die stellen dat er gegronde redenen zijn om te twijfelen aan het beleid en de gang van zaken van de betrokken vennootschap en die niet langer voldoen aan de kapitaaleis van artikel 2:346 lid 1 aanhef en sub c BW, ook bevoegd zijn om een enquêteverzoek te richten tot de Ondernemingskamer in gevallen dat zij niet langer aandeelhouder zijn in de vennootschap.

De Ondernemingskamer voegt daaraan toe dat het enquêterecht mede strekt ter bescherming van aandeelhouders tegen onjuist beleid dat uiteindelijk tot gevolg heeft dat zij hun (rechts)positie als aandeelhouder verliezen. De onderhavige uitspraak leidt ertoe dat een door de aandeelhouder ongewenst verlies van zijn of haar hoedanigheid van aandeelhouder (bijvoorbeeld door onteigening) niet tot gevolg heeft dat de aandeelhouder zijn of haar bevoegdheid tot het indienen van een enquêteverzoek bij de Ondernemingskamer verliest.