Op 14 juni 2017 bepaalde het Europese Hof van Justitie dat, op grond van Europees recht, plantaardige producten niet verkocht mogen worden onder de naam van zuivelproducten. Het gebruik van bijvoorbeeld de term ‘sojamelk’ is vanaf nu dus niet meer toegestaan in Europa. Het gebruik van verduidelijkende aanvullingen op het etiket mag daarbij niet baten.

Casus en prejudiciële vragen

Het Hof deed deze uitspraak naar aanleiding van prejudiciële vragen van de Duitse rechter. De Duitse vereniging Verband Sozialer Wettbewerb eV, die zichzelf de bestrijding van oneerlijke mededinging ten doel stelt, had een zaak aangespannen tegen de vennootschap TofuTown. TofuTown vervaardigt vegetarische en veganistische levensmiddelen en verkoopt deze als bijvoorbeeld “sojamelk” en “tofuboter”.

Het Landgericht Trier legde het Hof, kort gezegd, de vraag voor of het gebruik van woorden die normaliter voor zuivelproducten gebruikt worden, zoals ‘melk’, geoorloofd is om een plantaardig product aan te duiden.

Relevante wetgeving

Verordening 1308/2013/EU van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten bepaalt in Artikel 78, lid 2:

“De in bijlage VII opgenomen definitie, aanduiding of verkoopbenaming mag in de Unie uitsluitend worden gebruikt voor het afzetten van een product dat voldoet aan de overeenkomstige in die bijlage vastgestelde eisen.”

Bijlage VII, Deel III bij de Verordening vermeldt in lid 1 en 2:

  1. “Onder “melk” wordt uitsluitend verstaan: het product dat normaal door de melkklieren wordt afgescheiden en bij één of meer melkbeurten is verkregen, zonder dat daaraan stoffen worden toegevoegd of onttrokken.

[…]

  1. Met het oog op de toepassing van dit deel wordt onder “zuivelproducten” verstaan: producten die uitsluitend zijn verkregen uit melk, met dien verstande dat stoffen die voor de bereiding ervan noodzakelijk zijn, mogen worden toegevoegd, mits deze stoffen niet worden gebruikt voor de volledige of gedeeltelijke vervanging van één van de bestanddelen van de melk.”

Enkele belangrijke benamingen, die slechts voor “zuivelproducten” gebruikt mogen worden, zijn: room, boter, karnemelk, kaas en yoghurt. Zie voor de complete lijst van benamingen dezelfde Bijlage VII, Deel III bij de Verordening.

Uitspraak van het Hof

Het Hof oordeelt dat het gebruik van de aanduiding ‘melk’ is voorbehouden aan producten die afkomstig zijn van melkklieren van een dier. De aanduiding ‘melk’ kan dus niet gebruikt worden om een zuiver plantaardig product aan te duiden. Aangezien ‘zuivelproducten’ uitsluitend verkregen mogen zijn uit ‘melk’ mogen zuiver plantaardige producten volgens het Hof dus geen ‘zuivelproducten’ genoemd worden.

De ratio van deze beperkte uitleg van wat zuivelproducten mogen zijn is het tegengaan van het verwarringsgevaar dat anders bij consumenten op zou treden, aldus het Hof. Het gebruik van verduidelijkende aanvullingen op etiketten, die wijzen op de plantaardige oorsprong van het betrokken product brengt, hier geen verandering in.

Uitzondering op de regel

Er is echter een lijst met uitzonderingen op deze regel. Die uitzonderingen zijn vastgelegd in Bijlage 1 bij Besluit 2010/791. Deze producten zijn uitgezonderd omdat hun juiste aard duidelijk is op grond van traditioneel gebruik of duidelijk is dat de benamingen bedoeld zijn om een kenmerkende eigenschap van het product te omschrijven. Op deze lijst staan bijvoorbeeld pindakaas, cacaoboter en kokosmelk.

De Europese verordening waar deze uitspraak van het Hof op gebaseerd is definieert alleen zuivelproducten. Deze uitspraak heeft dus geen invloed op de benaming van andere plantaardige producten die dierlijke producten vervangen.

De uitspraak is hier te vinden.