Op 10 juni jl. verscheen in de Staatscourant een besluit van de Staatssecretaris van Financiën waarin wordt ingestemd met een ruimer toepassingsbereik van de zogenoemde samenloopvrijstelling in de overdrachtsbelasting. De Staatssecretaris berust hiermee in een uitspraak van Rechtbank Zeeland/West-Brabant van eind vorig jaar en wijzigt met terugwerkende kracht zijn beleid.

De Wet op belastingen van rechtsverkeer, waarin onder andere de heffing van de overdrachtsbelasting is geregeld, bevat een vrijstelling van overdrachtsbelasting bij samenloop met de BTW. Bij één en dezelfde transactie met een onroerende zaak kan namelijk zowel BTW als overdrachtsbelasting verschuldigd zijn. Dat komt doordat de overdrachtsbelasting de verkrijging van een onroerende zaak belast, terwijl de BTW nu juist aanknoopt bij de levering van die onroerende zaak. 

Samenloopvrijstelling bij verkrijging bouwterrein

De levering van een bouwterrein is altijd belast met BTW. Bij verkrijging van een bouwterrein geldt dan ook – zij het onder voorwaarden - een vrijstelling van overdrachtsbelasting. Wat onder een “bouwterrein” moet worden verstaan is gedefinieerd in de Wet op de omzetbelasting 1968. Alleen bij de levering van een bouwterrein in de zin van de BTW kan sprake zijn van een samenloopvrijstelling voor de overdrachtsbelasting. Er zijn situaties denkbaar waarin dit onredelijk uitpakt. 

BTW-richtlijn

De BTW is namelijk, anders dan de overdrachtsbelasting, Europees geregeld in de BTW-Richtlijn. Belastingplichtigen kunnen zich in voorkomende gevallen beroepen op een gunstigere bepaling in de BTW-Richtlijn, wanneer de nationale wetgeving in hun nadeel afwijkt van de Richtlijn. Die situatie kan zich voordoen bij verkrijging van een bouwterrein. De Nederlandse definitie van het begrip “bouwterrein” heeft namelijk een beperkter toepassingsbereik dan hetzelfde begrip in de BTW-Richtlijn. Wordt een terrein verkregen dat volgens de Richtlijn wel kwalificeert als bouwterrein, maar niet volgens de Nederlandse wet, dan is een beroep op de samenloopvrijstelling in de overdrachtsbelasting wettelijk gezien al afgesneden. 

De Rechtbank Zeeland/West Brabant achtte deze uitkomst in strijd met doel en strekking van de samenloopvrijstelling en oordeelde dat de richtlijnconforme uitleg van het begrip “bouwterrein” behoort door te werken in de overdrachtsbelasting. De Staatssecretaris heeft zich hierbij neergelegd en accepteert dat de samenloopvrijstelling in de overdrachtsbelasting op verzoek en onder voorwaarden ook kan worden toegepast als een terrein wordt verkregen dat enkel op basis van de BTW-Richtlijn als bouwterrein kwalificeert. Deze verruiming, die op 27 mei 2016 al in een brief aan de Tweede Kamer werd aangekondigd, is op 10 juni jl. in de Staatscourant geplaatst (2016 nr. 29598).​