Per 1 juli 2016 worden een viertal nieuwe wetten ingevoerd die van belang zijn voor bestuurders en ondernemingen. Allereerst wordt in het kader van bestrijding van faillissementsfraude de wet civielrechtelijk bestuursverbod en de wet herziening strafbaarstelling faillissementsfraude ingevoerd. Ook van belang is de wet Huis voor klokkenluiders die een nieuw orgaan opricht waar klokkenluiders kunnen verzoeken om onderzoek naar potentiële misstanden, die de rechtsbescherming van werknemers verbetert en die werkgevers met minstens 50 werknemers verplicht om een klokkenluidersprocedure in te voeren. Afsluitend ontstaat vanaf 1 juli de nieuwe verplichting voor bepaalde ondernemingen om voortaan de jaarrekening elektronisch te deponeren.

Bestuursverbod
Vanaf 1 juli 2016 wordt in de Faillissementswet opgenomen dat een (oud)bestuurder of feitelijk beleidsbepaler een bestuursverbod kan worden opgelegd. Het verbod kan worden opgelegd als een vennootschap na 1 juli failliet gaat en de bestuurder zich in de drie jaren voorafgaand aan het faillissement schuldig heeft gemaakt aan een van deze vijf gronden:

  • de situatie dat de bestuurder aansprakelijk is gesteld op grond van onbehoorlijk bestuur waarvan aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement;
  • het geval waarin de bestuurder een onverplichte rechtshandeling heeft verricht (zoals het verkopen van goederen onder marktwaarde of het verstrekken van zekerheden aan crediteuren) hetgeen schuldeisers heeft benadeeld en derhalve door de rechter is vernietigd;
  • de situatie dat bestuurder in ernstige mate is tekortgeschoten in de nakoming van zijn informatie- of medewerkings-verplichtingen jegens de curator;
  • de situatie dat de bestuurder verwijtbaar betrokken is geweest bij twee eerdere faillissementen;
  • ingeval aan de rechtspersoon of bestuurder een onherroepelijke vergrijpboete is opgelegd vanwege het opzettelijk of met grove schuld handelen in strijd met de wettelijke voorschriften voor de belastingaangifte.

Het verbod wordt door de rechter opgelegd, op verzoek van de curator of het Openbaar Ministerie. De desbetreffende bestuurder kan vervolgens gedurende een periode van maximaal vijf jaar niet tot bestuurder of commissaris van een (andere) rechtspersoon worden benoemd. Ook kan hij in beginsel niet aanblijven als bestuurder of commissaris van andere rechtspersonen waarvan hij op dat moment al bestuurder of commissaris is. De bestuurder zal opgenomen worden in een openbare lijst bij het handelsregister waarvoor de wet nog dient te worden aangepast. De planning is dat het wetsvoorstel in de herfst van 2016 bij de Tweede Kamer zal worden ingediend. Daarmee zal het register naar verwachting gereed zijn alvorens het eerste onherroepelijke bestuursverbod is opgelegd.

Deze wet onderstreept het belang van naleving van de regels voor behoorlijk bestuur waaronder het voeren van een goede administratie en het tijdig deponeren van de jaarrekening. Ook zal ingeval de onderneming in financiële moeilijkheden verkeerd, goed moeten worden bekeken of een voorgenomen rechtshandeling geen onwettige benadeling van schuldeisers vormt. Uit de wet vloeit voort dat benoemingen in strijd met het verbod nietig zijn. De Kamer van Koophandel heeft volgens de parlementaire geschiedenis een monitorende rol bij de inschrijving van nieuwe bestuurders en commissarissen. Desalniettemin is het van belang om raadpleging van het handelsregister standaard onderdeel uit te laten maken van de selectieprocedure van nieuwe bestuurders en commissarissen.

Strafbaarstelling faillissementsfraude
Ook ter bestrijding van malafide bestuurders wordt in het Wetboek van Strafrecht, Wetboek van Strafvordering en de Wet op de economische delicten per 1 juli 2016 een aantal strafrechtelijke mogelijkheden verbeterd om effectiever op te treden in geval van frauduleuze faillissementen. De strafbepalingen inzake verplichtingen tot het voeren, bewaren en aan de curator verstrekken van een administratie zijn verduidelijkt en versterkt. Ook zonder opzet kan een natuurlijk persoon, bestuurder, commissaris of feitelijke bestuurder voor het schenden van deze verplichtingen strafbaar worden gesteld. Indien de administratie bijvoorbeeld wordt uitbesteed en daar onvoldoende toezicht op wordt uitgeoefend, handelt de bestuurder of commissaris van een rechtspersoon verwijtbaar. De wet bevat tevens nieuwe bepalingen waardoor de bestuurder of commissaris strafbaar wordt gesteld indien buitensporig middelen van een rechtspersoon worden verbruikt, uitgegeven en vervreemd en de rechtspersoon daardoor ernstig nadeel ondervindt en zijn voortbestaan in gevaar komt. Deze strafbepaling is ook van toepassing indien geen faillissement volgt.

Huis voor klokkenluiders
Vanaf 1 juli 2016 moet iedere werkgever met ten minste 50 werknemers verplicht een procedure invoeren voor omgang met klokkenluiders. Hierbij wordt gerefereerd naar de Wet op de ondernemingsraden en betreft derhalve alle ondernemingen in Nederland waar in de regel 50 of meer personen werkzaam zijn. Daaronder vallen in ieder geval degenen die in de onderneming werkzaam zijn op basis van een met de ondernemer gesloten arbeidsovereenkomst in de zin van het Burgerlijk Wetboek. De Wet Huis voor klokkenluiders stelt vervolgens dat iedere bij de organisatie werkzame persoon een interne melding kan doen. Dit betreft dus niet alleen werknemers, maar ook degenen die op grond van een ander type overeenkomst arbeid verrichten, zoals zzp'ers, aannemers en stagiaires. De volgende onderdelen dienen minimaal te worden opgenomen in de klokkenluidersprocedure:

  • de wijze waarop met de interne melding wordt omgegaan;
  • wanneer sprake is van een vermoeden van een misstand;
  • bij welke daartoe aangewezen functionaris het vermoeden van een misstand kan worden gemeld;
  • dat de melding vertrouwelijk wordt behandeld indien de werknemer hierom verzoekt;
  • het bieden van de mogelijkheid voor de melder om in vertrouwen een interne of externe adviseur met een geheimhoudingsplicht te raadplegen zoals een vertrouwenspersoon, bedrijfsarts of een adviseur van de afdeling advies van het Huis;
  • informatie over de rechtsbescherming die de medewerker geniet indien deze een vermoeden van een misstand heeft gemeld; en
  • de omstandigheden waaronder een vermoeden van een misstand extern kan worden gemeld.

Er is geen specifieke in deze wet gegeven sanctie voor de werkgever, maar het zou onder omstandigheden onderdeel kunnen uitmaken van de norm voor behoorlijk bestuur. Ook kan het een rol spelen in mogelijke conflicten met werknemers die extern melding hebben gedaan.

Deze externe melding kan vanaf 1 juli bij het Huis voor klokkenluiders (hierna: het Huis) worden gedaan. Dit is een zelfstandig bestuursorgaan dat op verzoek van een medewerker onderzoek doet naar maatschappelijke misstanden, en desgewenst naar de wijze waarop de werkgever zich in dit verband jegens de melder heeft gedragen. De wet stelt hierbij dat dezelfde personen die intern kunnen melden ook extern het Huis kunnen verzoeken om advies of het doen van onderzoek. Overigens staat het medewerkers vrij om elders het vermoeden van een misstand te melden. Het Huis stelt pas onderzoek in wanneer het aan de orde stellen van de misstand op redelijke gronden is gebaseerd, waarbij rekening wordt gehouden met de belangen van de organisatie. Tijdens het onderzoek kunnen melder(s), getuigen en deskundigen worden opgeroepen. Zij hebben een inlichtingen- en verschijnplicht, alsmede een verschoningsrecht. Aangezien vertrouwelijkheid essentieel is voor een melder en betrokkenen geldt dat hun verklaringen niet openbaar worden gemaakt of aan derden worden verstrekt en zij een geheimhoudingsplicht hebben.

Na het onderzoek stelt het Huis een rapport op dat geanonimiseerd openbaar wordt gemaakt. Het bevat een analyse van de misstand, vaststelling van de oorzaken, omvang van de gevolgen en aanbevelingen. Het rapport bevat geen vaststelling van civielrechtelijke aansprakelijkheid of vermoeden van schuld aan een strafbaar feit.

Voor werknemers en ambtenaren met een dienstverband geldt dat zij vanaf het moment van de melding bepaalde bescherming genieten indien zij naar behoren en te goeder trouw hebben gehandeld. Zo mogen zij onder meer niet benadeeld worden, zoals bijvoorbeeld door het onthouden van een salarisverhoging of promotie of door het opzeggen van het dienstverband. Tegelijk met de wet is een motie aangenomen waarin de regering wordt verzocht spoedig te voorzien in een aanvulling op de wet waardoor ook medewerkers anders dan uit dienstbetrekking onder de bescherming zullen vallen.

Elektronisch deponeren bescheiden bij handelsregister
Deponeringsplichtige ondernemingen dienen vanaf 2017 verplicht hun jaarrekening elektronisch te deponeren. Dit betreft de allereerst Nederlandse rechtspersonen: de bv, nv, coöperatie, onderlinge waarborgmaatschappij en vereniging en stichting die in twee opeenvolgende boekjaren minimaal € 6 miljoen per jaar omzetten. Tevens geldt het voor formeel buitenlandse vennootschappen (in de zin van de Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen), buitenlandse rechtspersonen met vestiging in Nederland en die in het land van herkomst ook een jaarrekening moeten deponeren en voor organisaties in een aantal specifieke branches (waaronder pensioenfondsen en woningcoöperaties).

De regeling wordt gefaseerd ingevoerd, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen grote en kleine ondernemingen. Voor zogenaamde micro- en kleine ondernemingen geldt deze plicht vanaf 2017, oftewel over boekjaar 2016. Middelgrote en grote ondernemingen zullen over boekjaar 2017 respectievelijk 2019 hun jaarrekening elektronisch moeten deponeren. Beursgenoteerde ondernemingen vallen niet onder deze nieuwe regeling nu voor hen reeds op Europees niveau eisen zijn gesteld aan de deponering van hun jaarstukken.
Aan de wijze van deponering worden ook regels gesteld. Dit moet via een gestandaardiseerd kanaal, de zogenaamde Standard Business Reporting. Dit is een system-to-system aanlevermethode om financiële rapportages te maken en te verzenden aan meerdere instanties zoals de Belastingdienst, CBS en verschillende banken.