Titel 2 van Boek X van het Wetboek van Economisch Recht legt verregaande precontractuele verplichtingen op (met inbegrip van een wachttermijn van één maand voor ondertekening) aan de partij die aan haar medecontractant het recht verleent een commerciële formule te gebruiken bij de verkoop van goederen of diensten. Artikel X.26 WER voorziet bij wijze van uitzondering dat deze verplichtingen niet gelden ten aanzien van verzekeringsagenten en bankagenten.

Deze uitsluiting was bekritiseerd door de Raad van State, maar het Grondwettelijk Hof oordeelde dat ze niet strijdig is met het gelijkheidsbeginsel.

Een wetsvoorstel van 2 maart 2017 strekt ertoe deze uitzondering te schrappen. De indiener meent dat ook bank- en verzekeringsagenten, alvorens zich te verbinden, en desgevallend te investeren in hun kantoor, de precontractuele informatie zouden moeten ontvangen, waaronder de financiële informatie, de historiek, de staat en de vooruitzichten van de markt, het aantal uitbaters die deel uitmaken van het netwerk en de expansievooruitzichten ervan.

Indien het wetsvoorstel wordt aangenomen zullen de precontractuele formaliteiten ook moeten nageleefd worden ten aanzien van bank- en verzekeringsagenten, voor zover de andere toepassingsvoorwaarden van de wet vervuld zijn.