Op 24 maart jl. heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) de boetes in stand gehouden die de Autoriteit Consument en Markt (ACM) in 2012 heeft opgelegd aan zilveruientelers en -verwerkers wegens overtreding van het Nederlandse en Europese kartelverbod.

Volgens de ACM vormden de zilveruientelers en -verwerkers gedurende de periode 1998 tot en met mei 2010 een kartel. Zij spraken af welk aantal hectares zilveruien iedere onderneming mocht inzaaien, wisselden informatie uit over de te hanteren prijzen en kochten gezamenlijk bedrijfsmiddelen van stakende concurrenten op om hun toetreding tot de markt te belemmeren. Voornoemde afspraken droegen bij aan een gecontroleerde en beperkte productie met als doel het prijspeil van zilveruien op een niveau te brengen dat hoger is dan wanneer de normale mededingingscondities zouden gelden. Een daling van de prijs voor zilveruien werd hierdoor voorkomen. De boetes die de ACM wegens deze overtreding van het kartelverbod aan de zilveruientelers en -verwerkers heeft opgelegd, zijn in beroep door de rechtbank Rotterdam gehandhaafd.

Het CBb heeft in hoger beroep de uitspraak van de rechtbank Rotterdam bevestigd. Naar het oordeel van het CBb heeft de ACM bewezen dat de zilveruientelers en -verwerkers hebben deelgenomen aan de bewuste afspraken. Bovendien is het CBb van oordeel dat de ACM terecht heeft vastgesteld dat zij deel hebben genomen aan één enkele voortdurende overtreding van het kartelverbod, omdat de afspraken wegens hun gemeenschappelijke doel deel uitmaakten van een totaalplan. Van verjaring van de overtreding is kortom geen sprake. Tot slot is het CBb van oordeel dat de ACM bij de bepaling van de boetegrondslag niet alleen de Nederlandse omzet, maar ook de omzet die is behaald in andere EU-lidstaten mag betrekken.

Het oordeel van het CBb is definitief: tegen de uitspraak kan geen beroep worden aangetekend.