CIVIEL

Oneerlijk beding in effectenleaseovereenkomst Dexia

Dexia heeft bedongen een effectenleaseovereenkomst bij wanbetaling door de lessee te mogen beëindigen, waarbij de toekomstige rentetermijnen onmiddellijk opeisbaar worden. De HR beantwoordt de prejudiciële vraag of dit artikel een oneerlijk beding is (Richtlijn 93/13) bevestigend. Het beding tast de wettelijke rechtspositie van de lessee in voldoende ernstige mate aan: bij de schadevaststelling ex art. 2:677 BW zou rekening worden gehouden met Dexia's voordeel dat zij het eerder afgeloste bedrag onmiddellijk opnieuw zou kunnen uitlenen, terwijl met dat voordeel bij Dexia's bedongen aanspraak geen rekening wordt gehouden.

CIVIEL

Omzetting kerkgenootschap in privaatrechtelijke rechtspersoon

De HR beantwoordt de prejudiciële vraag of art. 2:18 BW van overeenkomstige toepassing is op de omzetting van een kerkgenootschap in een privaatrechtelijke rechtspersoon bevestigend voor zover verenigbaar met zijn statuut en de aard der onderlinge verhoudingen (art. 2:2 lid 2 BW). De omgekeerde weg is ook mogelijk. Omzetting van of in een stichting vereist rechterlijke machtiging (art. 2:18 lid 4 BW). De rechter dient bij zijn beoordeling inmenging in geloofskwesties te vermijden.

CIVIEL

Ouders 14-jarige dader door hof ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard

De rechtbank veroordeelt de ouders van een 14-jarige dader bij verstek tot schadevergoeding: (i) pro se op grond van art. 6:169 lid 2 BW (ouderlijk toezicht) en (ii) in hun hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van de op grond van art. 6:162 BW aansprakelijke dader. De ouders gaan alleen tegen veroordeling (i) in hoger beroep. Het hof verklaart hen niet-ontvankelijk bij gebrek aan belang, omdat veroordeling (ii) in stand blijft en zij voor veroordeling (i) verzekerd zijn, zodat zij financieel belang erbij hebben dat veroordeling (i) in stand blijft. De HR casseert (en twittert hierover #facebookmoord): veroordeling (ii) raakt niet het vermogen van de ouders maar dat van de dader, en verzekering brengt niet mee dat geen belang bestaat bij beoordeling van de eigen aansprakelijkheid.

FISCAAL

Door bankenconcern opgezette taxplanningstructuur niet geoorloofd

Een bankenconcern koopt vennootschappen met winst(potentieel). Door een samenspel van concernleningen en fiscale faciliteiten wordt op deze vennootschappen een significante belastingbesparing gerealiseerd die door winstdelende leningen wordt verdeeld tussen het bankenconcern en de verkopers van de vennootschappen. De HR oordeelt dat doel en strekking van de wet zich verzetten tegen deze structuur voor zover aangekochte winsten worden afgeroomd, aangezien hierdoor winsten tot aanzienlijke bedragen en naar willekeur kunnen worden verminderd. De HR oordeelt daarnaast dat geen vergrijpboetes kunnen worden opgelegd voor het doen van een onjuiste aangifte, alsmede dat de renteaftrekbeperking van artikel 10a Wet Vpb 1969 niet ziet op extern gefinancierde concernleningen die worden gebruikt voor kapitaalstortingen.