De Hoge Raad heeft vandaag een arrest gewezen over de vermogensrendementsheffing van box 3. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de vermogensrendementsheffing voor het jaar 2011 niet in strijd is met het eigendomsrecht.

Het forfaitaire rendement in box 3 is door de wetgever in 2001 gesteld op 4 procent. De Hoge Raad vindt dat een forfaitair stelsel als box 3 is toegestaan, als daarmee wordt beoogd de werkelijkheid te benaderen. Volgens de Hoge Raad voldoet box 3 op zich aan die voorwaarde. Box 3 zou pas in strijd komen met het eigendomsrecht als het rendement van 4 procent voor particuliere beleggers voor een lange reeks van jaren niet meer haalbaar is en de belegger wordt geconfronteerd met een buitensporig zware last. Volgens de Hoge Raad is niet vast komen te staan dat een rendement van 4 procent in 2011 niet meer haalbaar was.

Met de beslissing van de Hoge Raad is duidelijk geworden dat de vermogensrendementsheffing in 2011 niet in strijd is met het eigendomsrecht. Momenteel wordt een aantal proefprocedures gevoerd over de vraag of de vermogensrendementsheffing in latere jaren wel in strijd komt met het eigendomsrecht. De rechter heeft in deze zaken nog geen beslissing genomen.

Per 1 januari 2017 is de wettelijke regeling van box 3 gewijzigd. Vanaf volgend jaar is de hoogte van het forfaitaire rendement afhankelijk van de omvang van het vermogen.