Met de invoering van de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (Wet DBA) vervalt vanaf 1 mei a.s. de Verklaring Arbeidsrelatie (VAR). Ter vervanging van de VAR kunnen opdrachtgevers en zelfstandigen zonder personeel – als zij dat willen – een voorbeeldovereenkomst van de Belastingdienst gebruiken om vooraf zekerheid te hebben over hun arbeidsrelatie en zo te weten dat er geen sprake is van een dienstbetrekking. Belangrijke voorwaarde hierbij is dat conform deze overeenkomst wordt gewerkt. Indien de opdrachtgever en opdrachtnemer geen gebruik willen of kunnen maken van een model- of voorbeeldovereenkomst, maar wel de zekerheid vooraf willen hebben, kunnen zij ook een eigen overeenkomst aan de Belastingdienst voorleggen.

De staatssecretaris van Financiën heeft tijdens de parlementaire behandeling van de Wet DBA toegezegd dat een handreiking zou worden gepubliceerd met daarin de kaders die de Belastingdienst gebruikt bij de beoordeling van de voorgelegde voorbeeldovereenkomsten.

De Belastingdienst heeft nu de Handreiking DBA gepubliceerd. Deze bevat het beoordelingskader dat de Belastingdienst gebruikt bij de beantwoording van de vraag of een voorgelegde overeenkomst gevolgen heeft voor de loonheffingen. Indien feitelijk sprake is van een arbeidsovereenkomst moet de opdrachtgever (of eigenlijk werkgever) alsnog loonheffingen inhouden en betalen. De Handreiking DBA bevat vier ‘stappen’ van beoordeling. Het gaat hierbij om de hoofdlijnen van wet en jurisprudentie. Daarbij vormen de bekende elementen ‘gezag’, ‘persoonlijke arbeid’ en ‘loon’ de rode draad. Het gaat om de volgende stappen:

  1. Is sprake van een gezagsverhouding tussen de opdrachtgever en de opdrachtnemer?
  2. Bestaat er een plicht voor de opdrachtnemer om de arbeid persoonlijk te verrichten?
  3. Is er in de verhouding opdrachtnemer - opdrachtgever sprake van loonbetaling en een loondoorbetalingsplicht?
  4. Wordt de arbeidsrelatie volgens de wet aangemerkt als een ‘echte’ dienstbetrekking (op basis van een arbeidsovereenkomst) dan wel als ‘fictieve’ dienstbetrekking (onder andere op basis van aanneming van werk of op basis van een overeenkomst van opdracht)?

Uit de Handreiking DBA volgt dat de Belastingdienst onder meer geen zekerheid vooraf geeft, als de instructiebevoegdheid van de opdrachtgever contractueel in onvoldoende mate is ingeperkt of als over de persoonlijke arbeidsverplichting niets is geregeld in de overeenkomst.

Het stappenplan bevat een verwijzing naar een bijlage met een overzicht van de fictieve dienstbetrekkingen. Meer informatie over de fictieve dienstbetrekkingen staat in het  Handboek loonheffingen 2016.