De laatste maanden deed het pensioenbeleid en het werkgelegenheidsbeleid heel wat stof opwaaien. Om de Europese norm te bereiken, werden kwalitatieve maatregelen genomen om ons pensioensysteem te versterken.

Also available in French.

De wettelijke pensioenleeftijd werd verhoogd en de voorwaarden voor de toegang tot het vervroegd rustpensioen werden verstrengd. (Wet van 10 augustus 2015 tot verhoging van de wettelijke leeftijd voor het rustpensioen, de voorwaarden voor de toegang tot het vervroegd pensioen en de minimumleeftijd voor het overlevingspensioen).

Wat betekent dit concreet? De Wet van 10 augustus 2015 heeft een impact op 3 niveaus: de pensioenleeftijd, het overlevingspensioen en het vervroegd rustpensioen.

Voor de pensioenen die uiterlijk op 1 januari 2025 voor de eerste maal ingaan, blijft de leeftijd 65 jaar. Maar voor pensioenen die ingaan op 1 februari 2025, wordt de leeftijd op 66 jaar gebracht en in februari 2030 wordt de leeftijd opgetrokken naar 67 jaar. De referentieloopbaan van 45 jaar wordt niet gewijzigd.

Wat het overlevingspensioen betreft, wordt de leeftijd waarop de langstlevende echtgenoot van een werknemer aanspraak kan maken op een overlevingspensioen verhoogd van 50 jaar in 2025 tot 55 jaar in 2030.

De derde maatregel heeft de toetredingsvoorwaarden voor het vervroegd pensioen verstrengd. De voormalige regering Di Rupo bracht de leeftijdsvoorwaarde op 1 januari 2016 van 60 jaar naar 62 jaar en de loopbaanvoorwaarde naar 40 jaar. De nieuwe wet verhoogt de huidige minimumleeftijd met telkens zes maanden. In 2017 is de vereiste minimumleeftijd 62,5 jaar en vanaf 2018 wordt deze opgetrokken naar 63 jaar. De loopbaanvoorwaarde werd tevens verhoogd naar 41 jaar in 2017 en 42 jaar in 2019. Kortom, om in 2019 te genieten van vervroegd pensioen moet men een leeftijd bereikt hebben van 63 jaar en de minimale loopbaanvereiste is 42 jaar (met uitzonderingen voor lange loopbanen).