Vanaf 1 juli 2015 worden nieuwe detailhandelsinitatieven in Zuid-Holland onafhankelijk getoetst door de Provincie. De Provincie Zuid-Holland heeft daarvoor op 4 maart 2015 de Provinciale Verordening Ruimte 2014 gewijzigd en op 27 mei 2015 een speciale Adviescommissie Detailhandel ingesteld. De Verordening is op 1 juli 2015 in werking getreden.

De Adviescommissie is in het leven geroepen naar aanleiding van een aangenomen motie die de SP-fractie samen met de partijen CDA, D66 en Groenlinks op 9 juli 2014 had ingediend in Provinciale Staten. In die motie werd het college van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland verzocht een hervormingsplan op te stellen voor het toetsen van nieuwe detailhandelsplannen.

Tot 1 juli 2015 moest voor nieuwe detailhandelsontwikkelingen met een omvang van meer dan 2.000m² bruto vloeroppervlak binnen stadscentra en 1.000m² bruto vloeroppervlak buiten stadscentra naast het opstellen van een distributieplanologisch-onderzoek, verplicht advies worden gevraagd van zogenoemde Regionale Economische Overleggen (REO’s), die werden gevormd door aan elkaar grenzende gemeenten. Deze regionale platforms hadden tot doel te beoordelen of de regionale behoefte aan de beoogde ontwikkeling voldoende was aangetoond en het woon- en leefklimaat door mogelijke leegstand niet onevenredig zou worden aangetast.

Recente detailhandelsontwikkelingen in de regio hebben naar het oordeel van de Provincie echter aangetoond dat deze manier van werken tot ongewenste resultaten leidt. De regionale samenwerking bleek niet altijd even regionaal georganiseerd, waardoor bepaalde effecten niet of onvoldoende werden meegenomen in de beoordeling van een nieuw initiatief. Hoewel Provincies door het opstellen van structuurvisies en beleidsdocumenten de plannen van gemeenten kunnen sturen en inkaderen, zag de Provincie Zuid-Holland het belang van een goed functionerende detailhandel onvoldoende gewaarborgd in de huidige regeling.

De Adviescommissie Detailhandel neemt de taak van de verschillende REO’s over en gaat zich met ingang van 1 juli 2015 buigen over bestemmingsplannen waarin nieuwe detailhandelsontwikkelingen zijn opgenomen. De voorwaarden zijn ongewijzigd. Gemeenten moeten de commissie raadplegen bij detailhandelsontwikkelingen met een omvang van meer dan 2000m2 bruto vloeroppervlak binnen de centra en 1000m2 bruto vloeroppervlak buiten de centra.

De verwachting is dat de commissie nieuwe detailhandelsinitiatieven strenger zal toetsen dan REO’s dat nu doen. Dat komt in de eerste plaats door het feit dat de Adviescommissie onafhankelijk en provinciebreed zal opereren. Daarmee wordt het risico dat bepaalde detailhandelsontwikkelingen ten onrechte niet bij de beoordeling worden betrokken omdat – zoals voorheen – REO’s oordeelden dat een bepaalde ontwikkeling buiten de regio viel en dus niet meegenomen hoefde te worden in de beoordeling, verkleind.

In de tweede plaats komt dat door een toenemend besef dat detailhandel een belangrijke economische factor is waarmee zorgvuldig moet worden omgegaan. Daarin staat de Provincie Zuid-Holland niet alleen. Het besluit van de Provincie Zuid-Holland past binnen de landelijke trend van toenemende kritische aandacht voor nieuwe detailhandelsinitiatieven. Kritische geluiden vanuit het Provinciehuis op gemeentelijke detailhandelsinitiatieven halen regelmatig de media. De Provincie Noord-Holland heeft op 1 juli de gemeenschappelijk regeling Adviescommissie Detailhandel Noord-Holland Zuid vastgesteld. Deze adviescommissie zal de Stadsregio Amsterdam en de gemeenten Beverwijk, Blaricum, Bloemendaal, Bussum, Haarlem, Haarlemmerliede en Spaarnwoude, Heemskerk, Heemstede, Hilversum, Huizen, Laren, Muiden, Naarden, Velsen, Weesp, Wijdemeren en Zandvoort gevraagd en ongevraagd van advies voorzien over ruimtelijke plannen op het gebied van detailhandel en detailhandelsbeleid. De Provincie Overijssel heeft eind 2014 al in de Provinciale Verordening opgenomen dat nieuwe initiatieven voor volumineuze en grootschalige detailhandel niet alleen moeten worden afgestemd met de regio maar ook met Gedeputeerde Staten. Ook kan worden gewezen op de Retailagenda die de minister van Economische Zaken eind maart naar de Tweede Kamer stuurde en waarin afspraken met gemeenten worden aangekondigd om de detailhandelsector vitaal en toekomstbestendig te maken en te houden.

Met het instellen van de Adviescommissie Detailhandel zet de Provincie Zuid-Holland een flinke stap in de goede richting. De primaire verantwoordelijkheid voor het waarborgen van een gezonde detailhandelsector blijft echter rusten op gemeenten. Zij zijn betrokken bij de primaire besluitvorming omtrent nieuwe detailhandel en zullen daarvoor zelfstandig de Ladder voor duurzame verstedelijking moeten doorlopen. Deze verantwoordelijkheid kan soms wringen met de economische belangen die gemeenten hebben bij nieuwe detailhandel. Het maatschappelijk belang van het voorkomen van leegstand en een slecht woon-, leef- en ondernemersklimaat weegt vandaag de dag echter zwaarder.