Op 5 december 2014 is de richtlijn over publicatie van niet-financiële informatie en diversiteit in het jaarverslag in werking getreden. Grote ondernemingen die organisatie van openbaar belang zijn (‘oob's’) en meer dan 500 werknemers hebben, zullen op basis van dit voorstel in hun jaarverslag aandacht moeten besteden aan bepaalde niet-financiële informatie. Grote beursgenoteerde ondernemingen zullen ook hun diversiteitsbeleid voor het bestuur en de raad van commissarissen (‘RvC’) moeten publiceren.

Grote ondernemingen[1] die oob zijn, zullen, indien zij meer dan 500 werknemers hebben, in hun jaarverslag niet-financiële informatie moeten opnemen die in ieder geval betrekking heeft op sociale-, milieu- en personeelsaangelegenheden, mensenrechten en bestrijding van corruptie en omkoping. Daarbij dient onder meer een beschrijving te worden gegeven van het door hen gehanteerde beleid, de weerslag van dit beleid en de aan deze onderwerpen verbonden risico's en de wijze waarop hiermee wordt omgegaan. Indien er geen beleid is ten aanzien van deze onderwerpen, dan moet hierover informatie in het jaarverslag worden opgenomen.

Los hiervan zullen grote[2] beursgenoteerde ondernemingen in de corporate governance-verklaring in het jaarverslag informatie moeten verstrekken over het diversiteitsbeleid voor het bestuur (bij een one tier board) en voor het bestuur en de RvC (bij een two tier board). Daarbij moet worden ingegaan op de doelstellingen van het diversiteitsbeleid, waaronder leeftijd en geslacht, en de uitvoering van dit beleid in het verstreken boekjaar. Als een vennootschap geen diversiteitsbeleid heeft, moet zij uitleggen waarom dit het geval is.

De lidstaten moeten de richtlijn uiterlijk op 6 december 2016 hebben geïmplementeerd in hun nationale wetgeving. Deze nationale bepalingen zullen van toepassing zijn voor het boekjaar dat aanvangt op 1 januari 2017 of gedurende het kalenderjaar 2017.