Nu de economie weer aantrekt en bouwprojecten meer van de grond komen, groeit de vraag naar slimme oplossingen om de noodzakelijke procedures voor gemeentelijke medewerking zo kort mogelijk te laten zijn. Daarbij merken wij dat de zogenaamde planologische kruimellijst bij steeds meer initiatiefnemers in de belangstelling komt te staan. In verschillende blogartikelen zullen wij de komende tijd bij de kruimelvergunning stilstaan. In deze blog volgt deel 1 van deze miniserie.

Wat is een kruimelvergunning?

In artikel 4 van Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht is de kruimellijst opgenomen. Op deze lijst staan elf mogelijke gevallen waarvoor het college van burgemeester en wethouders toestemming kan geven om voor een concreet project van het bestemmingsplan af te wijken. Voor initiatiefnemers is een groot voordeel van de kruimellijst dat met de reguliere voorbereidingsprocedure (8 weken + 6 weken verlenging) kan worden afgeweken van het bestemmingsplan. Bovendien is instemming van de gemeenteraad sowieso niet nodig.

Let op! in veel gevallen zullen naast een kruimelvergunning ook nog andere toestemmingen (zoals  omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen) nodig zijn voor realisering van het project. De kruimelvergunning geeft in veel gevallen namelijk alleen toestemming voor gebruik in strijd met het bestemmingsplan. 

Elf mogelijke kruimels

De kruimellijst bevat een limitatieve opsomming van de situaties waarvoor relatief eenvoudig een vergunning in strijd met het bestemmingsplan kan worden verleend. Zonder alle voorwaarden van elke kruimel te benoemen, gaat het in het kort om:

  1. bijbehorende bouwwerken;
  2. gebouwen voor infrastructurele of openbare voorzieningen;
  3. bouwwerken, geen gebouw zijnde;
  4. dakterrassen, balkons, dakkapellen, dakopbouwen en andersoortige uitbreidingen;
  5. <40m antenne-installaties;
  6. installaties voor warmtekrachtkoppeling bij glastuinbouwbedrijven;
  7. energie installaties door bewerken van uitwerpselen van dieren bij agrarische bedrijven;
  8. het gebruiken van gronden voor een niet-ingrijpende herinrichting van openbaar gebied;
  9. het gebruiken van bestaande bouwwerken en daarbij aansluitend terrein;
  10. het gebruiken van een recreatiewoning voor bewoning;
  11. een restcategorie: ander gebruik van gronden of bouwwerken voor een max. termijn van 10 jaar.

Belangrijke opmerkingen

  • Medewerking van het college van burgemeester en wethouders noodzakelijk

Het college van burgemeester en wethouders heeft beleidsvrijheid bij het al dan niet verlenen van kruimelvergunningen: het kan – binnen grenzen – zelf bepalen of het voor een bepaalde ontwikkeling vergunning wenst te verlenen. Medewerking van het gemeentebestuur is dus vereist.   

  • Ook voor omvangrijke projecten geschikt

Hoewel de (bij)naam anders doet vermoeden, is de kruimellijst niet beperkt tot planologisch ondergeschikte gevallen (zie ABRvS 26 oktober 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BU1640): omvangrijke projecten kunnen dus mogelijk ook onder de kruimellijst vallen. Zo komt ook de opvang van asielzoekers buiten de bebouwde kom sinds kort voor een kruimelvergunning in aanmerking (zie ook link).  

  • Combinatie van kruimels mogelijk

In één omgevingsvergunning kunnen verschillende kruimelgevallen worden gecombineerd. Het is bijvoorbeeld mogelijk om in één vergunning meerdere bijbehorende bouwwerken (onderdeel 1) te vergunnen of om een functiewijziging (onderdeel 9) te combineren met een uitbreiding van een bijbehorend bouwwerk (onderdeel 1).   

  • Vergunning van rechtswege van toepassing

Zoals gezegd is de reguliere voorbereidingsprocedure van toepassing. Dit brengt onder meer mee dat voor kruimelvergunningen een fatale beslistermijn geldt: is het gemeentebestuur te laat met de beslissing op een aanvraag, dan wordt een kruimelvergunning van rechtswege verleend.