In het wetsvoorstel Huis voor klokkenluiders wordt de rechtsbescherming van klokkenluiders geregeld door oprichting van een Huis voor klokkenluiders (het ‘Huis’). 

Het wetsvoorstel kent een roerige parlementaire geschiedenis. In mei 2012 hebben de leden Van Raak, Heijnen, Schouw, Van Gent, Ortega-Martijn en Ouwehand een initiatiefwetsvoorstel bij de Tweede Kamer ingediend tot oprichting van het Huis. Omdat echter voornamelijk in de Eerste Kamer verdeeldheid heerste over de uitwerking van het Huis, hebben de initiatiefnemers nader onderzoek gedaan en is eind 2014 een voorstel tot wijziging van het wetsvoorstel ingediend. Naar aanleiding van een advies van de Raad van State van begin dit jaar, werden in april 2015 een aangepast wetsvoorstel en Memorie van toelichting gepubliceerd. Op 12 juni 2015 is de Nota n.a.v. het verslag verschenen waarin de initiatiefnemers van het voorstel diverse vragen van de Vaste Commissie voor Binnenlandse Zaken hebben beantwoord. 

Het wetsvoorstel beoogt een wettelijk raamwerk te bieden voor de melding van ernstige maatschappelijke misstanden. Daarbij is het doel om in het algemeen belang melding van dergelijke misstanden te stimuleren maar ook om klokkenluiders te beschermen. Daartoe regelt het wetsvoorstel de oprichting van het Huis. Bij het Huis kunnen individuen, zoals werknemers, uitzendkrachten of zzp'ers, melding maken van misstanden binnen de organisatie waarvoor zij werkzaamheden verricht(t)en, indien bij deze misstand het maatschappelijk belang in het geding is.

Daarbij geldt als uitgangspunt dat de melding eerst intern moet worden gedaan, zo volgt uit het recente voorstel tot wijziging van het wetsvoorstel en de toelichting daarbij. Bedrijven en organisaties waar doorgaans tenminste 50 mensen werkzaam zijn worden verplicht een interne regeling voor de melding van misstanden op te stellen. Pas nadat een melding niet naar behoren is behandeld (bijvoorbeeld niet binnen een redelijke termijn) of van een werknemer in redelijkheid niet kan worden gevraagd om eerst een melding te doen bij de eigen organisatie (naar het oordeel van het Huis), kan een klokkenluider een melding doen bij de afdeling onderzoek van het Huis. Een klokkenluider kan te allen tijden bij de afdeling advies van het Huis terecht voor vragen over de wijze waarop een misstand kan worden gemeld. 

Zodra een melding is gedaan mag een werkgever de klokkenluider niet ontslaan of op andere wijze benadelen tijdens het onderzoek en na de uitkomst daarvan. De klokkenluider moet dan wel te goeder trouw zijn en zorgvuldig hebben gehandeld. De duur van dit benadelingsverbod wordt blijkens de toelichting ruim opgevat. 

Voor meer informatie over het wetsvoorstel Huis voor klokkenluiders verwijzen wij naar een artikel van onze kantoorgenoten Maria Benbrahim en Friederike van der Jagt in editie 5 van het Tijdschrift voor Ondernemingsrechtpraktijk van 2015.