De aanstaande wetswijziging in verband met de implementatie van de Jaarrekeningenrichtlijn brengt een versoepeling van de regeling voor de beperking van het aantal commissariaten van een bestuurder of commissaris van een grote BV, NV of stichting met zich mee.

Op 29 september 2015 is het wetsvoorstel Uitvoeringswet Jaarrekeningenrichtlijn aangenomen door de Eerste Kamer. De wet zal waarschijnlijk op 1 januari 2016 in werking treden. De belangrijkste wijzigingen die de wet met zich meebrengt zijn uiteengezet in de Genoteerd van augustus 2015 – nummer 105.

Onderdeel van de nieuwe wet is een verhoging van de grensbedragen van artikel 2:397 (1) BW voor middelgrote rechtspersonen. Het maximale balanstotaal wordt verhoogd van € 17,5 miljoen naar € 20 miljoen en de netto-omzet van maximaal € 35 miljoen naar € 40 miljoen. Het maximale aantal werknemers van 250 wordt niet gewijzigd.

Een indirect effect van de wetswijziging is een versoepeling van de regeling voor de beperking van het aantal commissariaten van een bestuurder of commissaris van een ‘grote’ BV of NV (art. 2:132a (242a) en art. 142a (242a) BW) en ‘grote’ stichting (artt. 2:297a en 2:297b BW).

De beperkingsregeling wordt in de praktijk wel aangeduid met ‘puntenregeling’ en de punten die aan een bepaalde functie zijn gekoppeld met ‘Irrgang-punten’. De regeling houdt in dat een bestuurder van een grote BV, NV of stichting niet meer dan twee Irrgang-punten mag hebben als commissaris, niet-uitvoerend bestuurder of toezichthouder bij andere grote rechtspersonen. Iemand die bij een grote rechtspersoon voorzitter is van de raad van commissarissen of voorzitter is van de one tier board kan helemaal niet worden benoemd tot  bestuurder. Voor commissarissen geldt dat een commissaris maximaal vijf Irrgang-punten mag hebben dus dat niet tot commissaris kunnen worden benoemd personen die commissaris, niet-uitvoerend bestuurder of toezichthouder zijn bij vijf of meer andere grote rechtspersonen. Een voorzitterschap telt daarbij dubbel. Voor grote stichtingen geldt een vergelijkbare regeling als voor de NV en de BV.

Met de invoering van de Uitvoeringswet zal als grote rechtspersoon kwalificeren een NV, BV of stichting die op twee opeenvolgende balansdata, zonder onderbreking nadien op twee opeenvolgende balansdata, aan ten minste twee van de volgende vereisten voldoet:

  1. balanswaarde van de activa bedraagt meer dan € 20 miljoen; 
  2. omzet bedraagt meer dan € 40 miljoen; en
  3. gemiddeld aantal werknemers is groter dan 250.

Voor de stichting geldt daarnaast dat zij pas als ‘groot’ wordt aangemerkt als zij een financiële verantwoording moet opstellen, die gelijk of gelijkwaardig is aan een jaarrekening als bedoeld in titel 9 BW.

De verhoging van de grensbedragen maakt dat de regeling in verband met de beperking van het aantal commissariaten voor bepaalde rechtspersonen die meer zal gelden. Ook zullen rechtspersonen die zelf nog wel als ‘groot’ kwalificeren mogelijk bestuurders of commissarissen kunnen behouden of aantrekken omdat deze personen een functie vervullen bij een rechtspersoon die niet langer als ‘groot’ kwalificeert.