Op 1 juli 2015 is de Wet raadgevend referendum (‘Wrr’) in werking getreden. Door de inwerkingtreding van de Wrr kan door kiesgerechtigde burgers een referendum worden aangevraagd over een referendabele wet of een verdrag dat is aangenomen maar nog niet in werking is getreden. Gevolg hiervan is onder meer dat referendabele wetten pas later dan anders het geval zou zijn, in werking kunnen treden. Dit geldt bijvoorbeeld voor de Wijzigingswet financiële markten 2016.

Als een wet door de Eerste Kamer is aangenomen en door de Koning ondertekend, moet worden beoordeeld of deze wet onderworpen kan worden aan een referendum. Niet alle wetten komen daarvoor in aanmerking. Een limitatieve lijst van uitzonderingen is opgenomen in artikel 5 Wrr. Zo zijn wetten over de monarchie, de begroting of veranderingen in de Grondwet niet referendabel. Ook implementatiewetgeving is niet referendabel. Als geen van de uitzonderingsgronden van toepassing is, is sprake van een referendabele wet. Binnen één week nadat de wet is aangenomen en door de Koning is ondertekend moet in de Staatscourant een mededeling worden gedaan om kiezers op de hoogte te stellen van de mogelijkheid om verzoeken te doen tot het houden van een referendum over de desbetreffende wet. Het inleidend verzoek om een referendum te houden moet door ten minste 10.000 kiesgerechtigden worden gedaan, terwijl het definitieve verzoek door ten minste 300.000 kiesgerechtigden moet worden gesteund. De Wrr bepaalt dat er een periode van ten minste acht weken moet liggen tussen het moment waarop in de Staatscourant mededeling is gedaan van het besluit dat de wet referendabel is en het moment waarop die wet in werking treedt (artikel 8 Wrr). Indien een inleidend verzoek tot het houden van een referendum is toegelaten, vervalt een reeds vastgestelde datum voor inwerkingtreding. De uitslag van een referendum is alleen geldig (dat wil zeggen: als een raadgevende uitspraak tot afwijzing van de wet), indien een meerderheid tegen de wet stemt en de opkomst bij het referendum ten minste dertig procent van het totale aantal kiesgerechtigden was. Een raadgevende uitspraak tot afwijzing leidt tot een verplichte heroverweging van de wet. De wetgever kan besluiten tot intrekking of tot een nadere regeling van de inwerkingtreding van de wet.

Hoewel er waarschijnlijk niet vaak een referendum gehouden zal worden is het gevolg van deze procedure dat referendabele wetten pas later dan anders het geval zou zijn in werking kunnen treden. Een voorbeeld hiervan is de Wijzigingswet financiële markten 2016. Wijzigingswetten financiële markten treden in de regel per 1 januari in werking. Vanwege de Wrr-procedure was dat in dit geval niet mogelijk. Aannemende dat er geen referendum zal worden gevraagd, is besloten om deze wet (grotendeels) op 1 april 2016 in werking te laten treden.

Source: Corporate Update