​​Vergisting van biomassa past in de biobased economy die de afgelopen jaren steeds nadrukkelijker in Nederland wordt nagestreefd. Vergistingsinstallaties zetten de biomassa om in biogas. In Nederland is monovergisting van slib bij rioolwaterzuiveringsinstallaties door de waterschappen populair, evenals co-vergisting van mest met andere (organische) restproducten uit de landbouw of de (vee)voedingsindustrie bij agrarische of veehouderijbedrijven. Van het biogas dat na vergisting ontstaat, kan een warmtekrachtkoppeling (WKK) elektriciteit en warmte maken. Biogas kan ook opgewerkt worden tot Groen Gas voor het aardgasnetwerk.

Er zijn helaas nogal wat juridische hobbels te nemen voordat een vergistingsinstallatie gebouwd kan worden en in gebruik kan worden genomen. Hieronder wordt kort stilgestaan bij de co-vergisting van mest en wordt aangestipt welke eisen voortvloeien uit de ruimtelijke en milieuregelgeving in verband met het bouwen van de installatie en wordt aandacht besteed aan de afvalstoffen- en de meststoffenregelgeving. Voorts wordt er ingegaan op enkele recente uitspraken en op de mogelijkheid van het verkrijgen van subsidie.  

Nadere informatie over dit onderwerp kunt u ook vinden in de handreiking (co-)vergisting op de site van InfoMil. Deze is echter wel op enkele punten verouderd. Verder is ook nuttig de Evaluatie vergisting van mest van begin 2015, uitgebracht door Rijkswaterstaat.

Bouwen van een installatie

Omgevingsvergunning

Voor het bouwen van een installatie voor het vergisten van mest is een Omgevingsvergunning milieu en bouw op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) nodig. Hoe de installatie eruit moet zien, is niet vastgelegd in regelgeving. Op 16 maart 2016 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak een uitspraak over de best beschikbare technieken (BBT) voor co-vergistingsinstallaties gedaan. Het ging om een Wabo-vergunning voor een nog op te richten installatie waarin een mengsel van dierlijke mest en co-substraten wordt vergist. Tot de inrichting behoorden vier gebouwen, enkele opslagtanks en vier (na)vergistingstanks. De rechtbank had de vergunning vernietigd omdat de tanks enkelwandig zijn uitgevoerd en er daardoor geen BBT zou zijn toegepast. De Afdeling geeft echter aan dat er voor co-vergistingsinstallaties geen specifieke BBT-conclusie voor handen is en dat de BREF Emissions from Storage niet van toepassing is. De tanks hoefden daarom niet dubbelwandig te worden uitgevoerd.  

Bestemmingsplan en omgevingsverordening

Voorts moet het bestemmingsplan het toelaten om een co-vergistingsinstallatie op de locatie te bouwen. Indien dit niet zo is, kan dit via een Wabo-vergunning afwijken van het bestemmingsplan worden geregeld. Het is echter tevens zaak om te checken of de provinciale omgevingsverordening mestvergistingsinstallaties in het buitengebied toestaat, of dat deze wellicht volgens het beleid gevestigd dienen te worden op industrieterreinen. In een andere recente uitspraak (ook) van 16 maart 2016 oordeelde de Afdeling dat geen sprake was van een vrijkomende agrarische locatie en dat de Omgevingsverordening van de provincie de beoogde mestvergistingsinstallatie daarom niet toestond. De vergunning werd mede hierom vernietigd.

Vergisten co-substraten

Afvalstoffenregelgeving

Bij co-vergisting worden aan de dierlijke mest organische reststromen toegevoegd die, afhankelijk van hun eigenschappen, de productie van biogas (sterk) doen toenemen. Deze reststromen zijn vaak als afval aan te merken, omdat ze niet speciaal voor vergisting zijn geproduceerd. Het gebruik van afvalstoffen bij vergisting wordt gezien als nuttige toepassing van afvalstoffen. Voor het vervoer van deze co-substraten door inzamelaars/leveranciers naar een co-vergistingsinstallatie en de verwerking van de co-substraten in de vergistingsinstallatie geldt daarom de afvalstoffenregelgeving. Er gelden bijvoorbeeld administratie-, meld- en registratieverplichtingen en bij grensoverschrijdend afvaltransport geldt de Europese Verordening Overbrenging Afvalstoffen (EVOA).

Meststoffenregelgeving

Wat er na het vergistingsproces overblijft, is digestaat. De input van co-substraten in de installatie is sterk bepalend voor de kwaliteit van het digestaat. De Meststoffenwet kent als voorwaarde voor het toepassen van het digestaat als meststof  (uitrijden op het land of verder verwerken) dat slechts stoffen van de limitatieve lijst (bijlage Aa van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet) als co-substraten worden gebruikt. Digestaat dat ontstaat na vergisting met stoffen die niet op deze lijst voorkomen of digestaat dat is ontstaan door het vergisten van minder dan 50% dierlijke meststoffen, is een afvalstof en kan bijvoorbeeld niet als mest worden uitgereden op het land vanwege het stortverbod uit hoofdstuk 10 van de Wet milieubeheer.

VIHB-registratie

De 'Regeling Inzamelaars, Vervoerders, Handelaars en Bemiddelaars van afvalstoffen' (RIA) wordt ook wel VIHB-regeling genoemd. Een inzamelaar, vervoerder, handelaar of bemiddelaar in bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen is verplicht zich te laten registreren bij de NIWO (Nationale en Internationale Wegvervoer Organisatie). In de Regeling VIHB staan de criteria waarop getoetst wordt. Deze criteria hebben betrekking op betrouwbaarheid, kredietwaardigheid en vakbekwaamheid en reële vestiging.

Overige regelgeving

Verordening Dierlijke bijproducten

Als er dierlijke mest en/of dierlijke bijproducten worden vergist in de vergistingsinstallatie, dan is een erkenning op grond van de Verordening Dierlijke Bijproducten van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit nodig.

Registratie bij RVO

Het bedrijf dat mest vergist, be- of verwerkt moet zich laten registreren bij de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (RVO). Dat kan als landbouwbedrijf met grond en/of dieren of als intermediaire onderneming.

Subsidie

Op grond van de SDE+ (subsidieregeling Duurzame Energieproductie) kan subsidie worden aangevraagd voor de productie van energie uit biomassa, dus ook voor co-vergisting van mest. Er zijn in 2016 twee rondes waarin subsidie kan worden aangevraagd. De eerste ronde is vorige week geopend. De SDE+ voorjaarsronde 2016 loopt van 22 maart, 9.00 uur tot 28 april, 17.00 uur. De SDE+ najaarsronde 2016 zal plaatsvinden in oktober 2016. Per ronde zijn er 4 fases met elk een maximum fasebedrag. In totaal is er € 8 miljard euro gereserveerd. Voor SDE+ voorjaar 2016 is € 4 miljard beschikbaar. Subsidie kan aangevraagd worden via de website van RVO.

Juridische toets in een specifieke situatie

De regelgeving die ziet op het bouwen en in gebruik nemen van een co-vergistingsinstallatie voor mest is zeer divers en complex vanwege de onderlinge verwevenheid. Bovendien is de toepasselijkheid van regelgeving erg afhankelijk van de feiten in het specifieke geval. Hierboven is een aantal regelingen kort besproken, maar aangezien er geen standaardantwoorden zijn te geven, is het verstandig om in een specifieke situatie een uitgebreide juridische toets te doen aan de geldende regelgeving.