Op 1 juli 2015 is het nieuwe corporatiestelsel (grotendeels) in werking getreden. De wetswijziging beoogt het functioneren te verbeteren van stichtingen en verenigingen die zijn toegelaten of wensen te worden toegelaten als instellingen die uitsluitend in het belang van de volkshuisvesting werkzaam zijn (‘woningcorporaties’).

De oude Woningwet gaf weinig specifieke voorschriften over de interne governance en structuur van woningcorporaties, anders dan de voorgeschreven rechtsvorm en het voorgeschreven doel. De nieuwe Woningwet gaat verder en geeft strakkere inrichtingsvereisten en beperkingen ten aanzien van wat een woningcorporatie wel en niet mag doen. De gewijzigde Woningwet bevat bovendien diverse voorschriften met betrekking tot de interne governance van woningbouwcorporaties in aanvulling op (of zelfs afwijkend van) Boek 2 BW en de Governance Code Woningcorporaties. 

Het is de bedoeling van de wetgever dat woningcorporaties de nieuwe governance bepalingen zo veel mogelijk direct toepassen. Wel krijgen woningcorporaties tot 1 januari 2017 de tijd om hun statuten, reglementen, rechtsvorm, organisatie en werkzaamheden in te richten conform de gewijzigde wet- en regelgeving. Indien de werkzaamheden daartoe de toepassing van de nieuwe regels naar redelijkheid in de weg staat, zullen woningcorporaties dit aannemelijk moeten maken aan de Minister. Voor specifieke onderwerpen geldt afwijkend overgangsrecht.