Als u voorziet dat bouw- of gebruiksmogelijkheden gaan verdwijnen in een nieuw bestemmingsplan, bedenk dan tijdig of u toch nog gebruik wilt maken van de verdwijnende mogelijkheden.

Op grond van een nieuw bestemmingsplan komt de aanduiding 'horeca' voor een pand in Apeldoorn te vervallen. De eigenaar verhuurt het pand op dat moment aan een restaurateur en claimt planschadevergoeding wegens een omzetbeperking van ongeveer EUR 12.000.000,- over de planperiode van 10 jaar.

Het college van burgemeester en wethouders wijst het verzoek om vergoeding van planschade af. De negatieve planologische wijziging zou al voorzienbaar zijn geweest in een voorontwerpvan het bestemmingsplan. De eigenaar had vanaf de terinzagelegging van dat voorontwerp gedurende een periode van ongeveer zestien maanden, tot de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan, de tijd gehad de bouwmogelijkheden die zouden gaan verdwijnen te benutten. Van die mogelijkheden had hij geen gebruik gemaakt. Zo had hij een bouwvergunning kunnen aanvragen voor uitbreiding van de horeca. 

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overweegt in haar uitspraak van 20 juli 2016 dat de planschade inderdaad voor eigen rekening dient te blijven op grond van 'passieve risicoaanvaarding'. Een redelijk denkende en handelende eigenaar diende rekening te houden met de kans dat de planologische situatie ter plaatse van het pand zou gaan veranderen in een voor hem ongunstige zin. Dit risico zou alleen niet kunnen worden tegengeworpen, als onder het oude planologische regime concrete pogingen zouden zijn gedaan tot het realiseren van de te verdwijnen planologische mogelijkheden, zoals het aanvragen van een bouwvergunning voor uitbreiding van de horeca. De eigenaar had in dit geval echter geen concrete pogingen gedaan. Zijn stelling dat geen bouwvergunning was aangevraagd vanwege de crisis en het risico dat die vergunningen daarom van geen waarde zouden zijn, mocht niet baten.

Stilzitten blijft in deze gevallen dus voor eigen risico.