Op 1 januari 2017 is de inwerkingtreding van de Wet natuurbescherming (Wnb) voorzien. In dit bericht staat één van de kerninstrumenten uit deze wet centraal, namelijk de natuurvisie. Op grond van de Wnb zullen een nationale en een provinciale natuurvisie worden vastgesteld.

Een natuurvisie is een beleidsdocument. Op grond van de Wnb rust op de Minister van EZ en de provincies een verplichting om dier- en plantensoorten in een duurzaam goede staat van instandhouding te krijgen en te behouden. Daarvoor is actieve soortenbescherming nodig, bijvoorbeeld door middel van subsidieverlening, grondverwerving of het sluiten van overeenkomsten. De natuurvisie is bij uitstek het document waarbinnen afwegingen ten aanzien van de in te zetten instrumenten, kaders en doelen gemaakt kunnen worden.

In dit blog komt eerst de nationale en de provinciale natuurvisie aan bod. Ook wordt de procedure en juridische status van het instrument beschreven.

De nationale natuurvisie

De nationale natuurvisie wordt vastgesteld door de Minister van EZ en bevat de hoofdlijnen van het te voeren rijksbeleid (artikel 1.5 Wnb). De natuurvisie moet zijn gericht op het behoud en het zo mogelijk versterken van de biologische diversiteit, maar ook op de bescherming van waardevolle landschappen en de recreatieve, de educatieve en de belevingswaarde van natuur en landschap.

Het doel van de Wnb om te komen tot adequate bescherming van de natuur en tegelijkertijd ruimte voor de economie te creëren, komt ook bij de natuurvisie naar voren. De wet bepaalt namelijk uitdrukkelijk dat de nationale natuurvisie in het bijzonder aandacht moet besteden aan onder meer:

  • het behoud en zonodig herstel van een gunstige staat van instandhouding van de in Nederland van nature voorkomende dier- en plantsoorten;
  • het verzekeren van een evenwichtige, duurzame economische ontwikkeling;
  • een goed functioneren van de ecosystemen in de onderscheiden natuurgebieden in onderlinge samenhang;
  • landschappen van nationaal of internationaal belang, met inachtneming van hun cultuurhistorische kenmerken;
  • het duurzame beheer van houtopstanden; en
  • de gevolgen van klimaatverandering.

Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat bij het bepalen van het ambitieniveau van het natuurbeleid het noodzakelijk en wenselijk is om ook aandacht te besteden aan andere maatschappelijke belangen, zoals gezondheid, waterveiligheid en ruimte voor economische ontwikkelingen. De Minister beschikt bij het te bepalen ambitieniveau van het natuurbeleid in de natuurvisie over afwegingsruimte: wanneer versterking van de natuur niet mogelijk is vanwege de betrokken maatschappelijke belangen, moet deze achterwege kunnen worden gelaten.

Rode lijsten in de nationale natuurvisie

Op grond van het huidige recht zijn er zogenaamde “rode lijsten” met daarop de met uitroeiing bedreigde of speciaal gevaar lopende dier- en plantensoorten die van nature in Nederland voorkomen. Deze rode lijsten worden onderdeel van de nationale natuurvisie.

De provinciale natuurvisie

Op grond van artikel 1.7 Wnb stellen provinciale staten ook een natuurvisie vast. Deze provinciale natuurvisie bevat de hoofdlijnen van het te voeren provinciale beleid. De visie moet in ieder geval beleid bevatten dat is gericht op het behoud of het herstel van een gunstige staat van instandhouding van de op grond van de Vogel- en Habitatrichtlijn beschermde dieren en planten, alsmede de rode lijstsoorten. Ook moet de natuurvisie beleid bevatten over het “natuurnetwerk Nederland” (de voormalige ecologische hoofdstructuur, EHS) en kan er in de natuurvisie beleid worden opgenomen over bijzondere provinciale natuurgebieden en landschappen. In de provinciale natuurvisie zal aandacht moeten worden besteed aan de samenhang met het relevante beleid van andere overheden (gemeenten en waterschappen en andere provincies).

Procedure en juridische status van de natuurvisie

Op de totstandkoming van zowel de nationale als de provinciale natuurvisie en wijzigingen daarvan, is de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Dit betekent dat voorafgaand aan het vaststellen van de natuurvisie een ontwerpbesluit openbaar wordt gemaakt. Op dit ontwerp kan door een ieder een zienswijze naar voren worden gebracht. Tegen de vaststelling van de natuurvisie kunnen bij de bestuursrechter geen rechtsmiddelen worden aangewend.

Ten slotte is van belang dat de natuurvisie een strategische visie is die alleen de Minister, respectievelijk de provincies bindt. Dat betekent bijvoorbeeld dat provincies bij het verlenen van vergunningen en ontheffingen de natuurvisie in beginsel moeten handelen overeenkomstig de natuurvisie.

De natuurvisie heeft als beleidsdocument een relatief ‘zachte’ juridische status, omdat het alleen het opstellende bestuursorgaan bindt en dit bestuursorgaan er gemotiveerd van mag afwijken. Toch moet het belang ervan niet worden onderschat, nu het een van de belangrijkste instrumenten is om door middel van actief soortenbeleid de gunstige staat van instandhouding van soorten te realiseren.

Dit is een blog in de serie “De nieuwe Wet natuurbescherming”. Een overzicht van alle blogs in deze serie kunt u hier vinden.