Binnen het Wetgevingsprogramma Herijking Faillissementsrecht worden wijzigingen van het faillissementsrecht voorbereid. Het wetgevingsprogramma bestaat uit drie pijlers, te weten (i) fraudebestrijding; (ii) versterking van het reorganiserend vermogen van bedrijven; en (iii) modernisering van het faillissementsrecht. Wij noemen in deze Update enkele maatregelen waarop al concreet zicht bestaat.

  • Wetsvoorstel herziening strafbaarstelling faillissementsfraude: als onderdeel van de maatregelen die gericht zijn op de bestrijding van fraude is op 18 juli 2014 het wetsvoorstel herziening strafbaarstelling faillissementsfraude bij de Tweede Kamer ingediend. Met dit wetsvoorstel wil de Minister van Veiligheid en Justitie de wettelijke mogelijkheden om strafrechtelijk op te treden tegen faillissementsfraude verbeteren. Een van de maatregelen is het strafrechtelijk sanctioneren van de administratie- en bewaarplicht (artikel 2:10 BW jo. 3:15i BW). Onder het huidige recht is overtreding van de administratie- en bewaarplicht slechts strafbaar indien sprake is van opzet op het intreden van het faillissement en daarmee opzet op het benadelen van schuldeisers. Voorgesteld wordt nu om deze laatste eis te laten vervallen. Het niet-naleven van de administratieverplichtingen zal bovendien, ook onafhankelijk van het intreden van een faillissement, zelfstandig worden aangemerkt als economisch delict. De Nota naar aanleiding van het verslag zal begin 2015 bij de Tweede Kamer worden ingediend. Voor meer informatie over dit wetsvoorstel verwijzen wij naar een artikel van onze kantoorgenote Monique van der Linden in het tijdschrift Vennootschap & Onderneming in november van dit jaar.  
  • Voorontwerp Wet continuïteit ondernemingen I: doel van deze regeling is het formaliseren van de mogelijkheid tot het aanwijzen van een beoogd curator om de afwikkeling van faillissementen te faciliteren en de doorstart van levensvatbare bedrijfsonderdelen na faillissement te bespoedigen zodat waarde en werkgelegenheid behouden kunnen blijven. Het voorontwerp sluit aan bij een praktijk die zich in de afgelopen jaren bij de meeste rechtbanken heeft ontwikkeld. Het beoogt die praktijk een juridisch kader te bieden bestaande uit procedurevoorschriften en regels over de taken en bevoegdheden van de betrokkenen. De Raad van State heeft inmiddels advies uitgebracht over het wetsvoorstel. Dit advies wordt thans door het ministerie verwerkt. Het wetsvoorstel wordt naar verwachting begin 2015 bij de Tweede Kamer ingediend. In een aantal recente gevallen is de vraag gerezen of bij een voorbereiding van een doorstart anderen dan de geselecteerde overnemer wel in voldoende mate de gelegenheid was geboden de onderneming te verwerven en of als gevolg daarvan de belangen van werknemers en schuldeisers wel voldoende waren meegewogen. Die vraag deed zich met name voor in gevallen waarin voor het faillissement bij de onderneming betrokken partijen (bestuur, financiers, aandeelhouders) ook bij de verkrijgende partij betrokken zijn. Wij sluiten niet uit dat de uiteindelijke regeling in dit opzicht zal verschillen van het voorontwerp.  
  • Voorontwerp Wet continuïteit ondernemingen II: dit voorontwerp is bedoeld om een dwangakkoord buiten faillissement of surseance mogelijk te maken. Het voorstel moet voor een debiteur de mogelijkheid openen zijn schulden te herstructureren op basis van een akkoord met haar schuldeisers en aandeelhouders, waarbij hun rechten worden gewijzigd. Het initiatief tot het herstructureren van verplichtingen kan onder omstandigheden ook door een schuldeiser worden genomen. Indien het akkoord door een versterkte meerderheid van de schuldeisers en aandeelhouders wordt ondersteund, kunnen schuldeisers en aandeelhouders die zich op onredelijke gronden verzetten tot medewerking worden gedwongen door een algemeen verbindend verklaring van het akkoord door de rechter. Aandeelhouders kunnen op deze manier bijvoorbeeld gedwongen worden om mee te werken aan de uitgifte van extra aandelen aan een bepaalde partij. Nieuw is ook dat het akkoord alleen kan worden aangeboden aan bepaalde groepen aandeelhouders of schuldeisers en, indien het verbindend wordt, alleen die groepen aandeelhouders en schuldeisers bindt. De rechten van de andere schuldeisers en aandeelhouders worden in dat geval niet gewijzigd. Dit maakt het mogelijk een akkoord bijvoorbeeld alleen aan te bieden aan financiële crediteuren en niet aan handelscrediteuren, of alleen aan aandeelhouders. De consultatie naar dit voorontwerp is in december 2014 afgerond. De minister streeft ernaar om het wetsvoorstel in het voorjaar van 2015 voor advies aan de Raad van State te zenden.