Op 19 augustus 2015 heeft de Rechtbank Den Haag zich uitgesproken over de interpretatie van de term overheidsbedrijf in de zin van de Wet Markt en Overheid. Zwembad de Koornmolen stelde in deze zaak dat de gemeente Zuidplas concurrerende zwembaden in de gemeente had bevoordeeld in strijd met het bevoordelingsverbod uit de Wet Markt en Overheid. De rechtbank oordeelde dat het bevoordelingsverbod niet van toepassing was omdat er geen sprake was van beleidsbepalende invloed van een overheid op een onderneming en dus niet gesproken kan worden van een “overheidsbedrijf” in de zin van de Wet Markt en Overheid.

Het bevoordelingsverbod is opgenomen in artikel 25j van de Mededingingswet (“Mw”) en bepaalt dat de overheid geen overheidsbedrijven mag bevoordelen boven andere ondernemingen. Het artikel geldt alleen voor overheidsbedrijven, dat wil zeggen, ondernemingen waarvan een overheid in staat is “het beleid te bepalen” of waarin een publiekrechtelijk rechtspersoon aandelen heeft.

Artikel 25g Mw somt vier situaties op waarin sprake is van beleidsbepalende invloed op een onderneming. Dit is het geval als een bestuursorgaan: (i) beschikt over de meerderheid van de stemrechten, (ii) bevoegd is om de meerderheid van het management te benoemen, (iii) de moedermaatschappij is of (iv) in andere gevallen, voor zover bij algemene maatregel van bestuur bepaald.

Voor de rechtbank stelde zwembad de Koornmolen dat sprake was van beleidsbepalende invloed van de overheid op een concurrerend zwembad, ook al deed geen van de vier situaties uit artikel 25g Mw zich voor. De gemeente diende bijvoorbeeld goedkeuring te verlenen bij het aangaan van bepaalde overeenkomsten, bij statutenwijzigingen en bij ontbinding van de onderneming. Ook was de gemeente betrokken bij de financiële administratie van de onderneming. De rechtbank oordeelde echter dat het de bedoeling van de wetgever is geweest in artikel 25g Mw een limitatieve opsomming te geven van de gevallen van beleidsbepalende invloed. Omdat geen van deze gevallen zich in dit geval voordeed, was er dus ook geen sprake van beleidsbepalende invloed en was het  bevoordelingsverbod uit artikel 25j Mw niet van toepassing.

Het bevoordelingsverbod is in juli 2012 in werking getreden als gevolg van de Wet Markt en Overheid. Dit was de eerste keer dat een rechtbank uitspraak deed over de vraag of een overheid in staat is “het beleid te bepalen” van een overneming in de zin van de Wet Markt en Overheid.