Voor belangrijke rechtseenheidsvragen zou er een uit vijf leden bestaande rechtseenheidskamer moeten komen bij de Hoge Raad en bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Om die taak te vervullen is het wenselijk in beide colleges enkele leden van het andere college te benoemen (zogeheten kruisbenoemingen). Dit staat in het rapport van de Commissie rechtseenheid bestuursrecht dat minister Van der Steur (Veiligheid en Justitie), mede namens minister Blok (BZK), met een kabinetsreactie naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

De commissie, onder voorzitterschap van Michiel Scheltema, en met als leden Jaap Polak (Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State), Maarten Feteris (Hoge Raad), Tom Barkhuysen (Stibbe/Universiteit Leiden) en Elaine Mak (Erasmus Universiteit), heeft advies uitgebracht over de wijze waarop kan worden voorzien in rechtseenheid binnen het bestuursrecht en tussen het bestuursrecht en de andere rechtsgebieden. Uitgangspunt bij de advisering was het bij de Tweede Kamer ingediende regeringsvoorstel over de vormgeving van de hoogste bestuursrechtspraak. Daarin blijven de Hoge Raad en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State als de twee hoogste bestuursrechters over.

Omdat niet alle rechtseenheidsvragen even zwaar zijn, stelt de commissie een gedifferentieerde aanpak voor. Naast de instelling van rechtseenheidskamers voor belangrijke zaken, kan bijvoorbeeld bij lichte rechtseenheidsvragen worden volstaan met een meer informele afstemming tussen beide colleges om tot een gezamenlijke lijn te komen. De voorziening bij de rechtseenheidskamer moet transparant zijn, met betrokkenheid van procespartijen. Ook moet het voor anderen dan procespartijen mogelijk zijn inbreng te leveren. Een uitspraak over een rechtseenheidsvraag is immers bedoeld om ook in toekomstige gevallen gevolgd te worden en kan dus voor anderen evenzeer van belang zijn. Wel moet onnodige vertraging van rechterlijke procedures worden voorkomen, aldus de commissie. Procespartijen mogen niet onredelijk worden belast omdat er een rechtseenheidsvraag op tafel ligt.

Verder vindt de commissie dat het belang van rechtseenheid in algemene zin uitdrukkelijk door de wetgever moet worden onderschreven. De commissie stelt daarom voor in de Algemene wet bestuursrecht op te nemen dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en de Hoge Raad over en weer de eenheid en consistentie van het recht bevorderen.

In de kabinetsreactie aan de Tweede Kamer schrijft minister Van der Steur dat het rapport constructieve en werkbare oplossingen bevat die de rechtseenheid bevorderen. De gedifferentieerde aanpak van rechtseenheidskwesties onderschrijft het kabinet. Ook neemt het kabinet de aanbeveling over een bepaling in de Algemene wet bestuursrecht op te nemen, waarvan een stimulans voor rechtseenheid uit kan gaan. De noodzakelijke wetswijzigingen worden opgenomen in een wetsvoorstel dat dit najaar in consultatie zal gaan.

Het rapport van de commissie en de brief van het kabinet staan op https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2016/09/05/commissie-komt-met-voorstellen-om-rechtseenheid-te-bevorderen.