Dit is een blogbericht in de FAQ-serie. In deze serie worden blogberichten gepost die antwoord geven op veel voorkomende vragen.

Algemeen

  • Inrichtingen: het Activiteitenbesluit is enkel van toepassing op inrichtingen
  • Hoofdregel: algemene regels uit het Activiteitenbesluit
  • Uitzondering: omgevingsvergunning (milieu)

Het Activiteitenbesluit zonder omgevingsvergunning voor milieu

Of een activiteit valt onder het Activiteitenbesluit kan worden vastgesteld aan de hand van onderstaande stappen.

  1. Er is sprake van een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer (hierna: Wm).

Dit is het geval indien:

  • De betreffende activiteit kwalificeert als een inrichting in de zin van artikel 1.1, lid 1 van de Wet milieubeheer (hierna: Wm). Kort samengevat is dit het geval als de activiteit i) gedurende een zekere periode, ongeveer zes maanden, of met enige regelmaat ii) op steeds dezelfde locatie iii) bedrijfsmatig, of in een omvang als ware deze bedrijfsmatig, wordt verricht. En:
  • De betreffende activiteit valt onder een categorieomschrijving van onderdeel B of onderdeel C van bijlage I bij het Besluit omgevingsrecht (hierna: Bor (artikel 1.1 lid 3 Wabo jo artikel 1.1 lid 3 Wm jo artikel 1.1 lid 4 Wm artikel 1.1 lid 1 Wm jo artikel 2.1 lid 1 Bor).

Zie voor een meer uitgebreide toelichting op de kwalificatie van een activiteit als inrichting ons eerdere blogbericht.

  1. De inrichting is niet aangewezen als vergunningplichtig in bijlage I onderdeel B en C van het Bormaar binnen de inrichting worden activiteiten verricht die in het Activiteitenbesluit zijn opgenomen

Zie voor een meer uitgebreide toelichting op de vergunningplicht voor een inrichting ons eerdere blogbericht.

Uiteraard is alleen dat deel van het Activiteitenbesluit op een inrichting van toepassing dat ziet op de activiteiten die binnen de inrichting plaatsvinden. Een voorbeeld: voorschriften voor koeltorens zijn niet van toepassing op inrichtingen zonder koeltoren.

Intermezzo: Type A-inrichting (geen melding nodig) en type B-inrichting (melden)

Het Activiteitenbesluit is ex. artikel 1.2 van toepassing op inrichtingen typen A, B en C. Duidelijk is dus dat alleen inrichtingen onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit vallen. Vervolgens is het van belang om te bepalen wat voor type inrichting het bedrijf betreft:

  1. Een type A-inrichtingen is er één:
  • Waarvoor geen omgevingsvergunning voor het oprichten, veranderen of in werking hebben van een inrichting vereist is, en;
  • Die voldoet aan de criteria opgenomen in artikel 1.2 Activiteitenbesluit. Dit zijn inrichtingen met een geringe milieubelasting zoals kantoren of kleine winkel
  • Voor type A-inrichtingen geldt geen meldingsplicht
  1. Een type B-inrichting is er één:
  • Waarvoor geen omgevingsvergunning voor het oprichten, veranderen of in werking hebben van een inrichting vereist is, en;
  • Die geen type A-inrichting is

Voor type B-inrichtingen geldt een meldingsplicht op grond van artikel 1.9b, onder a van het Activiteitenbesluit.

Het Activiteitenbesluit én een omgevingsvergunning voor milieu

  1. De eerste stap is hetzelfde als hiervoor
  2. De inrichting is als vergunningplichtig aangewezen (artikel 2.1 lid 2 Bor) en binnen de inrichting worden activiteiten verricht die in het Activiteitenbesluit zijn opgenomen.

Zie voor een meer uitgebreide toelichting op de vergunningplicht van inrichting ons eerdere blogbericht.

Ook hier geldt dat alleen dat deel van het Activiteitenbesluit op een inrichting van toepassing dat ziet op de activiteiten die binnen de inrichting plaatsvinden.

Intermezzo: type C-inrichting

Een type C-inrichting is er één:

  1. Waarvoor een omgevingsvergunning voor het oprichten, veranderen of in werking hebben van een inrichting vereist is
  2. Voor type C-inrichtingen geldt op grond van artikel 1.9b, onder b van het Activiteitenbesluit een meldingsplicht voor zover het  activiteiten betreft waarop hoofdstuk 3 van het Activiteitenbesluit van toepassing is

Type C-inrichtingen zijn, zoals hiervoor uiteengezet, vergunningplichtige inrichtingen. De voorschriften voor deze inrichtingen staan dan ook in de omgevingsvergunning. Naast deze voorschriften gelden evenwel tevens de regels uit het Activiteitenbesluit.

NB: Indien een type C-inrichting wordt gewijzigd moet na worden gegaan of er een meldplicht geldt. Zoals hiervoor uiteengezet is dit het geval indien de activiteit door hoofdstuk 3 van het Activiteitenbesluit wordt geregeld. Daarnaast is het ook van belang om te bepalen of de desbetreffende wijziging in overeenstemming is met de vergunning. Is dit niet het geval, dan is deze verandering vergunningplichtig. In die gevallen moet de verandering dus zowel vergund, als gemeld worden!