Op 6 juli 2016 is een conceptwetsvoorstel voor herziening van de Warmtewet ter consultatie gepubliceerd. Vanaf de invoering van de Warmtewet op 1 januari 2014 zijn in de praktijk veel vragen gerezen over de toepassing. De herziening van de Warmtewet heeft ten doel helderheid te bieden. Het wetsvoorstel voorziet in een beter functionerende bescherming van gebonden afnemers en het beter laten aansluiten van de regelgeving voor collectieve warmtelevering op ontwikkelingen in het licht van de energietransitie.

Voor de inbedding van de transitie in de energie- en warmtevoorziening, is niet alleen aanpassing van de Warmtewet noodzakelijk. Er worden ook wijzigingen voorzien in de Gaswet en de Elektriciteitswet. Daarnaast zullen ook de bouwregelgeving en de Omgevingswet nader worden bezien in het licht van verduurzaming en uitfasering van aardgas als warmtebron.

Reikwijdte

De wetgever stelt voor twee expliciete uitzondering op te nemen op de reikwijdte van de wet. Uitgezonderd worden levering van warmte door een leverancier die (a) tevens optreedt als verhuurder voor de verbruiker aan wie warmte geleverd wordt en waarbij warmtelevering onderdeel uitmaakt van de huurovereenkomst of (b) tevens de vereniging van eigenaren of coöperatieve vereniging is waarbij de verbruiker aan wie warmte geleverd wordt is aangesloten. In de memorie van toelichting wordt aangegeven dat de bescherming van de bewoner in het eerste geval kan worden gevonden in het huurrecht. Wat de tweede uitzondering betreft wordt in de memorie van toelichting opgemerkt dat bewoners als lid van de VVE (of coöperatie) inspraak hebben in beslissingen over de wijze waarop het gebouw verwarmd wordt en de voorwaarden waaronder dat gebeurt, waaronder de kosten die daarvoor in rekening worden gebracht. Door de Warmtewet worden deze kleinverbruikers in feite onnodig beschermd tegen zichzelf. De vraag is echter of dit altijd het geval is bij een dergelijke structuur. Het komt nog wel eens voor dat de overgrote meerderheid van de stemmen en dus de zeggenschap ligt bij een woningcorporatie of belegger die de meerderheid van de appartementen in eigendom heeft, waardoor toch sprake is van afhankelijkheid/gebondenheid van afnemers van warmte.

Koude en lauw water

Het wetvoorstel geeft een basis om voor zowel de levering van koude, voor zover onlosmakelijk onderdeel van de levering van warmte, als voor de levering van warmte van lagere temperaturen, aparte maximumtarieven vast te stellen.

Eenmalige aansluitbijdrage

Onder de geldende Warmtewet wordt een onderscheid gemaakt tussen de aansluiting op nieuwe en bestaande warmtenetten. Het tarief voor een nieuwe aansluiting op een bestaand warmtenet is reeds gereguleerd. Aansluiting op een nieuw warmtenet op dit moment niet. Het wetsvoorstel neemt dit verschil weg en voert voor iedere nieuwe aansluiting een maximumtarief in.

Afsluiting en beëindiging leveringsovereenkomst

Voorgesteld wordt dat de kosten die in rekening worden gebracht voor het fysieke afsluiten van de aansluiting de feitelijke kosten niet ver mogen overstijgen. Voor de fysieke afsluiting zal een maximumprijs worden vastgesteld.

Daarnaast wordt opgenomen dat een afnemer de overeenkomst moet kunnen opzeggen. Daarop zijn twee uitzonderingen. De eerste is wanneer het technisch niet mogelijk is om de levering van warmte in zijn geheel te beëindigen. Ten tweede kan de overeenkomst niet worden beëindigd indien dit leidt tot aanzienlijk nadeel voor een andere gebruiker.

Resultaat van de nieuwe regeling is dat afnemers hun contract kunnen opzeggen, dat afnemers een afsluitbijdrage betalen die gerelateerd is aan de werkelijke kosten voor afsluiting en dat leveranciers in hun leveringsovereenkomsten met een bepaalde duur een opzegbedrag kunnen vragen waarmee de investeringsrisico’s van leveranciers worden beschermd en waarbij afnemers voldoende (rechterlijke) bescherming genieten.

Er zal een overgangsregeling van toepassing zijn die inhoudt dat op reeds gesloten overeenkomsten het nu geldende regime van toepassing blijft.

Ruimte voor variatie in leveringstarieven

In het wetsvoorstel wordt, binnen strikte voorwaarden aan leveranciers de gelegenheid geboden om tarieven aan te bieden naast en in afwijking van het maximumtarief. Beoogd wordt meer keuzevrijheid voor afnemers te creëren en de creativiteit in de sector te stimuleren. Het kan bijvoorbeeld gaan om de mogelijkheid om vaste kosten voor een aantal jaar af te kopen, tarief voor meerdere jaren vast te leggen, of lagere vaste kosten en hogere variabele tarieven overeen te komen (of vice versa). Voor dergelijke afwijkende arrangementen wordt ook de non-discriminatiebepaling aangepast (toegevoegd wordt dat geen ongerechtvaardigd onderscheid mag worden gemaakt).

Afleverset

De leverancier blijft ook onder de nieuwe regeling de verantwoordelijke voor de afleverset. Er zal een maximumtarief gaan gelden voor een afleverset, waarbij verschillende prijzen zullen gelden voor verschillende soorten sets (ruimteverwarming, tapwater of ruimteverwarming/tapwater).

Verantwoordelijkheid voor inpandige warmtenetten

In het wetsvoorstel wordt een belangrijke verplichting van de gebouweigenaar geïntroduceerd. De gebouweigenaar die eigenaar is van een inpandig warmtenet dat wordt gebruikt voor de levering van warmte aan verbruikers, wordt verantwoordelijk voor het onderhoud van het net. De gebouweigenaar en de leverancier staat het vrij om andere afspraken te maken over het onderhoud en de daaraan gerelateerde kosten.

Veiligheid

De eigenaar van een warmtenet is verantwoordelijk voor het onderhoud en de veiligheid van het net. Dit is ook van toepassing op de gebouweigenaar die eigenaar is van een inpandig warmtenet waarmee warmte wordt doorgeleverd aan verbruikers. De leverancier blijft daarnaast verantwoordelijk voor de afleverset.

Warmtekostenverdeling

Het wetsvoorstel stelt buiten discussie dat de kosten voor warmtekostenverdelers kunnen worden doorberekend aan de verbruikers. Het wordt onwenselijk geacht als leveranciers kiezen voor een kostenverdeelsystematiek omdat zij de kosten voor warmtekostenverdelers niet zouden kunnen terugverdienen.

Correctiefactoren

De mogelijkheid om correctiefactoren toe te passen wordt geïntroduceerd voor ligging van een woning in een appartementencomplex en/of leidingverlies. De mogelijkheid wordt echter beperkt tot bestaande bouw. Het toepassen van correctiefactoren wordt niet verplicht. Het is een mogelijkheid waar een leverancier gebruik van kan maken. Er zullen nadere regels worden gesteld omtrent de vaststelling van correctiefactoren door leveranciers.

Storingscompensatie

Jaarlijks kan één storing in een warmtenet plaatsvinden zonder dat de leverancier verplicht is om compensatie uit te keren. De storing moet dan wel binnen 24 uur verholpen zijn. Geen storingscompensatie zal verschuldigd zijn als de oorzaak van de storing niet is gelegen in het net van de leverancier of het gevolg is van overmacht. Indien de netbeheerder een ander is dan de leverancier, is het aan de leverancier en de netbeheerder om afspraken te maken over het dragen van kosten bij storing in het net. Geen compensatie is verschuldigd door een leverancier aan de afnemers als de storing het gevolg is van een storing in de productie.

Experimenteerruimte

De huidige Warmtewet voorziet niet in ruimte om te experimenteren rondom hernieuwbare energie, energiebesparing etc. Het is wel wenselijk, gezien de snelle ontwikkelingen om deze ruimte te bieden. De experimenteerruimte wordt bij algemene maatregel van bestuur ingevuld.

Toegang tot warmtenetten

In de meeste gevallen zijn producent, leverancier en netbeheerder verenigd in dezelfde persoon. Het gaat vaak om kleine netten. Een bepaalde schaalgrootte zal nodig zijn voor het openstellen van netten voor derden. Het vraagstuk van open netten speelt in het bijzonder bij grotere centrale warmtetransportleidingen, waarbij meerdere warmteproducenten warmte leveren op het transportnet. In het wetsvoorstel wordt de “onderhandelende toegang” geïntroduceerd voor producenten. Om de positie van nieuwe producenten te verstreken, ziet het wetsvoorstel erop toe dat de beheerder van het warmtenet op verzoek van een producent de belangrijkste netwerkeigenschappen moet overleggen. Ook zullen er termijnen worden vastgelegd waarbinnen gesprekken tussen verzoekende producent en netbeheerder moeten plaatsvinden. In het wetsvoorstel wordt niet voorzien in derdentoegang voor leveranciers.

Rapportageverplichting duurzaamheid

Het is op dit moment niet inzichtelijk wat het duurzaamheidsgehalte is van de geleverde warmte. Voorgesteld wordt dat een leverancier in zijn jaarverslag hierover moet rapporteren.

Handhavingsplan

De verplichting van de ACM om een handhavingsplan op te stellen komt te vervallen.

De einddatum van de marktconsultatie is 17 augustus 2016.