Rondom onze nationale luchthaven ligt een groot gebied waarin met het oog op veiligheid en geluid restricties zijn gesteld aan de bebouwing en functies die het bestemmingsplan mag toelaten. Hoewel de noodzaak van dit beperkingengebied door niemand zal worden bestreden, ervaren veel gemeenten rond Schiphol de gevolgen ervan in de praktijk als een knellende jas. Dat heeft twee oorzaken.

Ten eerste bevat de Wet luchtvaart geen mogelijkheid om bij de vaststelling van het bestemmingsplan af te wijken van het Luchthavenindelingsbesluit (LIB), waarin de beperkingen zijn neergelegd. Afwijking van het LIB is slechts mogelijk bij de verlening van een omgevingsvergunning voor een concreet project. Er moet dan een verklaring van geen bezwaar (vvgb) worden verkregen van de Minister van Verkeer en Waterstaat (in de praktijk: IL en T).

Ten tweede ervaren de gemeenten de toetsing van aanvragen om een vvgb als strikt. Ook projecten die geen afname van veiligheid of toename van geluidsoverlast tot gevolg hebben, kunnen geen doorgang vinden, omdat het door de inspectie gehanteerde beleid dit niet toelaat, althans, zo ervaren de gemeenten het.

Op 1 december 2014 heeft de regering een wetsvoorstel ingediend dat aan het eerste bezwaar tegemoet komt. Als dit voorstel kracht van wet krijgt, zullen gemeenten ook bestemmingsplannen kunnen vaststellen die afwijken van het LIB, mits daarvoor een vvgb is verkregen. Datzelfde geldt voor de flexibiliteitsinstrumenten van wijziging, uitwerking en binnenplanse afwijking.

De vraag is natuurlijk of de betrokken gemeenten hier veel mee opschieten, als de gevraagde verklaringen van geen bezwaar vervolgens niet worden verleend wegens het – in de ogen van de gemeenten – strikte beleid. Voorlopig zijn er nog geen aanwijzingen dat dit beleid versoepeld gaat worden. Het is echter goed mogelijk dat de Omgevingswet op dit punt kansen gaat bieden. Een van de kernpunten van dit wetsvoorstel is immers om de bestuurlijke afwegingsruimte te vergroten en niet op centraal niveau te regelen wat op decentraal niveau beslist kan worden. De huidige memorie van toelichting op het wetsvoorstel Omgevingswet voorziet weliswaar in een ‘vertaling’ van het nu geldende systeem door middel van instructieregels en een ontheffingsregeling, maar in haar Kamerbrief van 18 februari 2015 heeft Minister Schultz van Haegen aangegeven dat de komende periode in het kader van de bestuurlijke afwegingsruimte nog verder gekeken zal worden naar – onder meer – beperkingen rond luchthavens.

Voorlopig is het nog niet zover. Toch kunnen zowel gemeenten als de rijksoverheid mijns inziens al wel beginnend enthousiast zijn over het wetsvoorstel van 1 december 2014. De toetsing aan het LIB op bestemmingsplanniveau maakt immers een integralere beoordeling van de ontwikkelingen in een gebied mogelijk, terwijl tegelijkertijd de bestuurlijke lasten voor de inspectie verminderen. Zij hoeft immers niet meer elk project afzonderlijk te beoordelen. Het zou interessant zijn om in het kader van de Omgevingswet te onderzoeken in hoeverre deze lijn, een ‘high-level’-beoordeling door IL en T, kan worden doorgetrokken.