De Afdeling bestuursrechtspraak (“Afdeling”) heeft het bestemmingsplan van de gemeente Nijmegen voor vijf windturbines in Nijmegen-Noord, langs de A15, in stand gelaten. Deze uitspraak is om meerdere redenen interessant en in dit blog komen het milieueffectrapport (“MER”) en de financiële uitvoerbaarheid ter sprake.

Samenhang met naastgelegen project

In de naastgelegen gemeente Overbetuwe waren ook plannen voor windturbines aansluitend op de windturbines in Nijmegen. De gemeenteraad van Overbetuwe heeft echter een pas op de plaats gemaakt met de komst van de windturbines. De raad van Nijmegen  had hier rekening mee moeten houden, volgens de tegenstanders .

In het MER zijn zowel de effecten van de windturbines in Nijmegen als de samenhang met mogelijke windturbines in Overbetuwe beoordeeld. Voor de realisatie van de windturbines in Overbetuwe moet mogelijk alsnog een eigen MER worden opgesteld.

De Afdeling  stelt voorop dat de raden van Nijmegen en Overbetuwe ieder voor zich beleidsvrijheid hebben om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die zij uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig achten. Een verschil in invulling van deze beleidsvrijheid betekent niet dat de afweging van de raad van Nijmegen alleen al daarom onjuist moet worden geoordeeld. De mogelijke beïnvloeding van de besluitvorming in Overbetuwe door de besluitvorming in Nijmegen maakt de besluitvorming van laatstgenoemde gemeente evenmin onzorgvuldig.

Oftewel, de raad van Nijmegen mag zijn eigen afwegingen maken, mits dit goed gemotiveerd gebeurd door bijvoorbeeld onderzoek in het MER.

Cumulatie met autonome ontwikkelingen

De tegenstanders wijzen op enkele andere ontwikkelingen in de omgeving, die  in een integrale afweging van de belasting van het buurtschap Reeth betrokken hadden moeten worden.

In het MER is aandacht besteedt aan de cumulatie van effecten van het windpark met verschillende autonome ontwikkelingen in de omgeving. Van een dergelijke ontwikkeling is volgens de raad sprake bij een voldoende concreet plan, zijnde een voldoende concreet beleidsvoornemen in de vorm van een ontwerpplan, dan wel voldoende zicht op een ontwerpplan. De Afdeling stemt in met deze invulling en accordeert daarmee het aansluiten bij het criterium van een voldoende concreet beleidsvormen. Daarbij acht de Afdeling van belang dat in enige mate zeker moet zijn dat een plan uitvoering gaat vinden en in welke vorm deze uitvoering plaats vindt, ten einde de milieueffecten daarvan te kunnen betrekken in de besluitvorming voor het windpark.

Kortom, van een autonome ontwikkeling is sprake als er een voldoende concreet beleidsvoornemen is.

Financiële uitvoerbaarheid

Zowel in het kader van het alternatievenonderzoek als bij de uitvoerbaarheid gaat de Afdeling in op het belang van de financiële uitvoerbaarheid van het windpark.

Ten eerste overweegt de Afdeling dat bij de alternatievenkeuze in het MER ook het financieel rendement van de windturbines als criterium mag worden gehanteerd. Op grond van een te laag financieel rendement mag een alternatief van lagere windturbines in redelijkheid worden uitgesloten van onderzoek naar de milieueffecten.

Ten tweede moet de Afdeling reageren op een grond tegen de financiële uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Daarbij acht de Afdeling onder meer van belang dat er thans een beoogde ontwikkelaar en exploitant is. Verder heeft de raad aangegeven het project aan te besteden als de huidige exploitant afhaakt, waarbij uit gegevens blijkt dat het windaanbod afdoende is voor een renderend windpark. Ook heeft de gemeente de gronden van drie windturbineposities in eigendom en is met de grondeigenaar van een andere positie reeds overeenstemming bereikt voor het plaatsen van een windturbine. Voor zover de laatste grondpositie niet minnelijk kan worden verworven, wordt de Belemmeringwet Privaatrecht ingezet. Ook de eigendomsverhouding staan daarmee niet aan de realisatie in de weg.

De financiële uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan is dus een factor die meegenomen moet worden, maar die niet snel tot problemen hoeft te leiden.

Afronding

Met deze uitspraak zijn enkele handreikingen gegeven voor het milieu- en uitvoerbaarheidsonderzoek voor windprojecten en de mate waarin grondposities voor de realisatie verzekerd moeten zijn. Het is echter van belang de karakteristieken van het eigen project voor ogen te houden en niet blind te varen op deze uitspraak.