Deze wet is in werking getreden op 1 januari 2016 en is van toepassing op boekjaren die een aanvang nemen na 31 december 2015. De wet zet de zogenoemde Europese « Boekhoudrichtlijn » gedeeltelijk om in Belgisch recht.

De goedkeuring van deze wet wijzigt het Wetboek van vennootschappen op verschillende plaatsen:

1.    Wijziging van de definitie van « kleine vennootschap » in het Wetboek van vennootschappen

De toepasselijke drempelwaarden voor de kwalificatie als « kleine vennootschap » zijn verhoogd (artikel 15 Wetboek van vennootschappen). Vanaf 1 januari 2016 worden derhalve de volgende vennootschappen gekwalificeerd als « kleine vennootschappen »: de vennootschappen die op de balansdatum van het laatst afgesloten boekjaar niet meer dan één van de volgende criteria overschrijden:

  • Jaargemiddelde van het personeelsbestand: 50 (niet gewijzigd);
  • Jaaromzet, exclusief BTW: 9.000.000 euro (voorheen 7.300.000 euro);
  • Balanstotaal: 4.500.000 euro (voorheen 3.650.000 euro).

Ter herinnering: de kwalificatie als kleine vennootschap is van belang. Zij laat een vennootschap toe om:

  • geen commissaris te benoemen;
  • geen jaarverslag op te maken;
  • te profiteren van bepaalde fiscale voordelen zoals een verlaagd progressief tarief; een verlaagde roerende voorheffing op dividenden afkomstig van nieuwe aandelen; een vrijstelling van de meerwaarden op aandelen; een vrijstelling van de fairness tax; een vrijstelling voor bijkomend personeel, etc.;
  • de jaarrekening volgens een verkort schema op te stellen.

2.    Invoering van een nieuwe categorie van vennootschappen: de « microvennootschappen »

De wet introduceert een nieuw artikel 15/1 in het Wetboek van vennootschappen ter invoering van een nieuwe categorie van vennootschappen: de « microvennootschappen ».

Aldus worden als « microvennootschappen » beschouwd: de vennootschappen die op de balansdatum van het laatst afgesloten boekjaar niet meer dan één van de volgende criteria overschrijden:

  • Jaargemiddelde van het personeelsbestand: 10;
  • Jaaromzet, exclusief BTW: 700.000 euro;
  • Balanstotaal: 350.000 euro.

De microvennootschappen genieten uiteraard dezelfde voordelen als de kleine vennootschappen, maar kunnen  bovendien  hun  jaarrekening  opmaken  op  een  sterk  vereenvoudigde  wijze,  volgens  een « microschema », vast te stellen door de Koning. De kosten voor de neerlegging zijn eveneens gereduceerd voor deze vennootschappen.

De niet-beursgenoteerde kleine vennootschappen of de microvennootschappen hebben de mogelijkheid hun jaarrekening te publiceren volgens een verkort schema of een microschema.

Elke vennootschap die kan worden beschouwd als kleine vennootschap is evenwel gehouden, indien zij haar jaarrekening heeft opgemaakt en bekend gemaakt volgens het verkort schema of het microschema, om aan de ondernemingsraad (indien die vennootschap een ondernemingsraad heeft) de jaarrekening volgens het volledig schema mee te delen, alsook een sociale balans volgens het meest uitgebreide schema mee te delen. Deze aan de ondernemingsraad meegedeelde jaarrekening en sociale balans moet, in voorkomende gevallen, ook aan de algemene vergadering worden meegedeeld.

3.    Een groep van vennootschappen van beperkte omvang

De « kleine groepen » van vennootschappen als bedoeld in artikel 16 van het Wetboek van vennootschappen worden voortaan gekwalificeerd als « groep van beperkte omvang » indien deze vennootschappen, op geconsolideerde basis, niet meer dan één van de volgende criteria overschrijden:

  • jaargemiddelde van het personeelsbestand: 250;
  • jaaromzet,     exclusief     belasting     over     de     toegevoegde     waarde:     34.000.000      euro (voorheen 29.200.000 euro);
  • balanstotaal: 17.000.000 euro (voorheen 14.600.000 euro).

Ook hier zijn de drempelwaarden gestegen, wat tot gevolg heeft dat meer groepen van vennootschappen in de toekomst zullen genieten van de kwalificatie als « groep van beperkte omvang » en de daaruit voortvloeiende voordelen (onder andere de vrijstelling van de verplichting om de geconsolideerde rekening op te stellen).

4.    Afschaffing,   voor   bepaalde   categorieën   van   vennootschappen,   van   bepaalde   voordelen verbonden aan de kwalificatie als « kleine vennootschap »

Alle financiële instellingen, verzekeringsondernemingen, beursvennootschappen, vereffeningsinstellingen en met vereffeningsinstellingen gelijkgestelde instellingen, zelfs van « beperkte omvang », hebben de verplichting:

  • om hun jaarrekening op te stellen volgens een volledig schema;
  • om een jaarverslag in overeenstemming met artikel 96 van het Wetboek van vennootschappen op te stellen en neer te leggen;
  • om hun jaarrekening te laten controleren door een commissaris;
  • om hun jaarrekening neer te leggen bij de Nationale Bank van België.

5.    Vermoeden van kennisneming van jaarrekening

De vermelding van de neerlegging van de jaarrekening in de Bijlagen van het Belgisch Staatsblad wordt afgeschaft. De tegenstelbaarheid aan derden van de jaarrekening van een vennootschap wordt voortaan verzekerd vanaf het moment waarop haar rekening gepubliceerd werd op de website van de Nationale Bank.

6.    Verplichting voor de vennootschappen actief in de winningsindustrie om een rapport op te stellen over de betalingen overgemaakt aan overheden

De genoteerde vennootschappen of de grote vennootschappen actief in de winningsindustrie of  de houtkap van oerbossen zijn verplicht om in een afzonderlijk verslag de betalingen openbaar te maken die verricht zijn aan de overheden van de landen waarin zij hun activiteiten uitoefenen.

7.    Nieuwe gegevens om gelijktijdig met de jaarrekening neer te leggen en te communiceren

Alle vennootschappen zijn vanaf 1 januari 2016 verplicht om, binnen dertig dagen nadat de jaarrekening is goedgekeurd en ten laatste zeven maanden na de datum van afsluiting van het boekjaar, bij de Nationale Bank neer te leggen:

  • een lijst van de ondernemingen waarin de vennootschap een deelneming bezit in de zin van artikel 13 Wetboek van vennootschappen (dat wil zeggen een invloed uitoefent op de oriëntatie van het beleid van deze vennootschappen (welke invloed wordt verondersteld aanwezig te zijn indien de vennootschap rechtstreeks of onrechtstreeks 10% van de maatschappelijke rechten bezit)) alsook een reeks van gegevens met betrekking tot deze deelnemingen, te weten;
    • de naam, de zetel en het ondernemingsnummer;
    • het aantal maatschappelijke rechten dat rechtstreeks door de vennootschap wordt gehouden en het percentage vertegenwoordigd door dit bezit, evenals het percentage maatschappelijke rechten gehouden door dochterondernemingen van de vennootschap;
    • het bedrag van het eigen vermogen en het nettoresultaat over het laatste boekjaar waarvoor de jaarrekening beschikbaar is; en
  • hun sociale balans.

De vennootschappen dienen voorts deze gegevens mee te delen aan hun aandeelhouders binnen dezelfde termijnen als de oproeping voor de jaarlijkse algemene vergadering.