Sinds 1 oktober 2015 is er een nieuwe opzet van het Woningwaarderingsstelsel. De WOZ-waarde van een huurwoning speelt in het nieuwe Woningwaarderingsstelsel. De gewildheid en de locatie van een huurwoning komen zo beter tot uitdrukking bij de bepaling van de maximaal redelijke huurprijs. De gewildheid en locatie van de woning komen minder goed tot hun recht in de huurprijs van de woning. Door in de huurprijs de lokale marktsituatie mee te wegen, wordt investeren in nieuwe huurwoningen aantrekkelijker.

In het herziene stelsel worden de categorieën woonomgeving en woonvorm (eengezinswoning, flat) vervangen door een waardering op basis van de WOZ-waarde. Met deze vereenvoudiging weegt de WOZ-waarde voor ongeveer een kwart mee in het puntentotaal. Gevolg van het bovenstaande is dat de maximale huurprijs afhankelijk wordt vanWOZ-waarde. De aanpassingen leiden ertoe dat afhankelijk van de WOZ-waarde de maximale huurprijs kan variëren.

Het nieuwe puntensysteem kan alleen bij nieuwe huurcontracten leiden tot het optrekken van de huur tot de maximale huurprijsgrens. Bij bestaande huurcontracten moet de verhuurder zich houden aan de wettelijk vastgelegde huurverhoging. Het nieuwe puntensysteem geldt alleen voor zelfstandige sociale huurwoningen. Voor onzelfstandige woonruimte (zoals een kamer in een studentenhuis) verandert niets. Het puntensysteem geldt niet bij geliberaliseerde huurcontracten.

Wetsvoorstel (34.156) Aanvulling van de huuropzeggingsgrond dringend eigen gebruik voor de tijdelijke huisvesting van jongeren bij huurovereenkomsten woonruimte

Dit voorstel is gebaseerd op de overweging, dat het wenselijk is de in Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek opgenomen opzeggingsgrond dringend eigen gebruik te verruimen ten aanzien van het verhuren van woonruimte aan jongeren tot 28 jaar waarbij de huurovereenkomst in eerste instantie een duur heeft van maximaal vijf jaar teneinde daarmee de doorstroming in voor jongeren bedoelde woonruimte te bevorderen.

Dit voorstel inclusief amendement is door de Tweede Kamer op 10 december 2015 besproken. Indien de Tweede Kamer akkoord is met deze aanvulling van de huuropzeggingsgrond, dan zal het wetsvoorstel worden ingediend bij de Eerste Kamer. De datum van inwerkingtreding is nog niet bekend.

Wetsvoorstel (34.207) Tegengaan berekenen van dubbele bemiddelingskosten

Dit wetsvoorstel regelt in boek 7 van het Burgerlijk Wetboek dat verhuurders van niet-zelfstandige woonruimte (kamerverhuur) voortaan de bemiddelingskosten betalen wanneer een bemiddelaar zowel voor de huurder als voor de verhuurder werkt. Hiermee wordt de positie van kamerhuurders op de woningmarkt verbeterd.

Veel bemiddelaars van woonruimte brengen nog steeds ten onrechte bemiddelingskosten (contractkosten, marketingkosten, verhuurkosten, administratiekosten, commissiekosten, advieskosten, makelaarskosten, courtage, eenmalige kosten huurder, enz.) in rekening bij huurders en kopers. Met dit voorstel wordt opnieuw expliciet in de wet opgenomen dat het verboden is consumenten om bemiddelingskosten te vragen.

De Tweede Kamer heeft op 29 oktober 2015 met het voorstel ingestemd en het voorstel ligt nu bij de Eerste Kamer om behandeld te worden. De verwachting is dat de Eerste Kamer ook instemt met dit voorstel. De datum van inwerkingtreding is nog niet bekend.

Dit voorstel komt overeen met het arrest van de Hoge Raad van 16 oktober 2015. De Hoge Raad heeft in dit arrest bepaald dat een bemiddelingsbureau geen vergoeding van een huurder mag vragen, indien het bureau optreedt namens de verhuurder. Dat is ook zo als de verhuurder het bemiddelingsbureau daar niet voor betaalt. In dat geval mag het bemiddelingsbureau geen vergoeding van de particuliere huurder van die woonruimte vragen. Heeft het bureau dat toch met de huurder afgesproken, dan is die afspraak ongeldig, aldus de rechter.

Wetsvoorstel (34.228) Energieprestatievergoeding (ver)huurders

Dit wetsvoorstel maakt het voor verhuurder en huurder mogelijk om in het kader van het energiezuinig maken van de woonruimte een energieprestatievergoeding aan de verhuurder overeen te komen voor een gegarandeerde energieprestatie van de woning.

Dit wetsvoorstel strekt ertoe dat de verhuurder meer zekerheid krijgt dat hij zijn investeringen kan terugverdienen en dat de huurder dus meebetaalt. Het voorstel strekt er echter ook toe dat de huurder wordt beschermd tegen een onredelijk hoge vergoeding. Met dit wetsvoorstel wordt de mogelijkheid voor verhuurder en huurder geïntroduceerd een energieprestatievergoeding overeen te komen voor een zeer energiezuinige woning, gebaseerd op een minimale energieopwekking bij een bepaalde maximale netto warmtevraag van de woning. Daarbij blijft de huurder een huurprijs betalen voor het gebruik van de woning. Voor renovaties die leiden tot woningverbetering kan de verhuurder binnen de kaders van de huidige huurprijswetgeving een deel van zijn investeringen terugverdienen door de huurprijs te verhogen. Het wetsvoorstel brengt hierin geen wijzigingen aan.

Het voorstel ligt nog bij de Tweede Kamer. Op 8 december heeft de Minister een Nota naar aanleiding van het verslag ingediend. Waarschijnlijk zal de Tweede Kamer in het voorjaar van 2016 zich inhoudelijk over het wetsvoorstel buigen.

Verplicht Energielabel per 1 januari 2015 bij huurovereenkomsten

Vanaf 1 januari 2015 blijft de verplichting voor woningcorporaties en andere verhuurders bestaan om een afschrift van het energielabel beschikbaar te stellen bij verhuur aan een nieuwe huurder. De Inspectie Leefomgeving en Transport gaat vanaf januari 2015 handhaven zowel bij de verkoop als bij de verhuur. Bij het ontbreken van een geldig energielabel riskeert de woningeigenaar een boete die kan oplopen tot ongeveer 400 euro.

Het label is onderdeel van het Woningwaarderingsstelsel (WWS) en bepaalt dus mede de hoogte van de huur. Voor huurders en de verhuurders is het daarom belangrijk dat het energielabel juist is. De maximale huurprijs wordt op deze manier namelijk gekoppeld aan het energielabel. En dat betekent dat de energiezuinigheid van de woning mee weegt bij het bepalen van de hoogte van de huur.

Deze wijziging geldt niet voor woningen waarvan de huurovereenkomst is ingegaan voor 1 januari 2008 en waarvoor geen energielabel is afgegeven. Ook woningen met een geliberaliseerde huurprijs gelden deze wijzigingen niet, aangezien deze woningen niet vallen onder de werking van het WWS.