De Europese Commissie heeft op 21 januari jl. drie besluiten genomen teneinde fiscale voordelen voor havenbedrijven in Nederland, België en Frankrijk aan banden te leggen. Al lange tijd gelden voor havenbedrijven in deze landen afwijkende belastingregimes. Volgens de Europese Commissie vormen de belastingvoordelen die hieruit voortvloeien ongeoorloofde staatssteun en een verstoring van de Europese mededinging.

Nederland

In Nederland was men al gewaarschuwd. In 2014 startte de Europese Commissie ('Commissie') een uitgebreid onderzoek (fase II) naar de vrijstelling die Nederlandse overheidsbedrijven genieten onder de Wet op de Vennootschapsbelasting. Zie over dit onderwerp ook eerdere blogs van mijn collega's Aniek Schadd en Christian de Ruiter. De Commissie verplichtte Nederland de Wet op de Vennootschapsbelasting aan te passen op een manier dat overheidsbedrijven ook vennootschapsbelasting moeten afdragen. Volgens de Commissie creëerde de vrijstelling voor overheidsbedrijven namelijk een oneerlijk speelveld tussen overheidsbedrijven en private ondernemingen (die wel vennootschapsbelasting moeten afdragen).​

Per 1 januari 2016 geldt alleen een belastingplicht voor overheidsbedrijven voor zover zij daadwerkelijk als onderneming actief zijn. Er geldt echter nog steeds een vrijstelling voor 6 publieke havenbedrijven (Groningen Seaports N.V., Havenbedrijf Amsterdam N.V., Havenbedrijf Rotterdam N.V., Havenschap Moerdijk, N.V. Haven van Den Helder en Zeeland Seaports), terwijl dit overheidsbedrijven zijn. Nederland weigerde het belastingregime voor havenbedrijven aan te passen omdat ook andere Europese havenbedrijven belastingvoordelen genieten. De Nederlandse havenbedrijven zouden op een achterstand komen ten opzichte van hun concurrenten als zij als enigen niet zouden kunnen profiteren van belastingvoordelen, meende Nederland. Helaas kruipt Nederland hiermee niet door de mazen van het net. De Commissie oordeelt dat Nederland deze vrijstelling alsnog per 1 januari 2017 moet opheffen om een verstoring van de mededinging op te heffen.

België

Niet alleen in Nederland geldt een ander belastingregime voor havenbedrijven. Ook in België zijn een aantal havens uitgezonderd van de algemene vennootschapsbelasting. Doordat op de havenbedrijven een apart belastingregime van toepassing is, betalen zij onder de streep minder belasting.

Frankrijk

In Frankrijk geldt ten aanzien van de meeste havens eveneens een afwijkend regime. Deze havenbedrijven zijn in het geheel vrijgesteld van vennootschapsbelasting.

De Commissie heeft nu ook aan België en Frankrijk meegedeeld dat zij hun bestaande belastingregimes betreffende havenbedrijven aan moeten passen om een mogelijke inbreuk op de staatssteunregels te voorkomen. Deze procedures bevinden zich in een beginfase (fase I). België en Frankrijk hebben de door de Commissie voorgestelde maatregelen ontvangen en krijgen nu twee maanden de tijd om hier op te reageren. Ook Duitsland ontsnapt niet aan de aandacht van de Commissie, zij heeft inmiddels ook een verzoek om informatie omtrent de financiering van een aantal havenbedrijven ontvangen.

De bezwaren van Nederland tegen het opheffen van de vrijstelling voor havenbedrijven wegens het ontbreken van eenlevel playing field worden door bovengenoemde besluiten van de Commissie enigszins weggenomen. Wellicht dat Nederland na deze besluiten van de Commissie meer genegen is de vrijstelling voor de genoemde Nederlandse havenbedrijven op te heffen nu de Commissie daadwerkelijk werk lijkt te maken van een gelijk fiscaal speelveld in Europa.

Nadeel voor Nederland is wel dat het nog even zal duren voor de belastingvoordelen voor de havenbedrijven in België, Frankrijk en Duitsland worden weggenomen nu deze onderzoeken zich nog in een beginfase bevinden. Maar met de besluiten tegen België en Frankrijk is Nederland niet meer de enige die zijn regelgeving moet aanpassen. De Commissie heeft hiermee de eerste echte stappen gezet naar een gelijk fiscaal speelveld tussen de Europese havens.