Het ministerie van VWS heeft het SCP gevraagd de hervorming van de langdurige zorg te evalueren. Dit onderzoek is op 24 februari jl. gepubliceerd.

Per 1 januari 2015 heeft een aantal ingrijpende veranderingen plaatsgevonden op het terrein van de langdurige zorg als gevolg van de inwerkingtreding van de Wet langdurige zorg (Wlz). Doel van deze hervormingen is dat mensen met een lichte zorgbehoefte zo lang mogelijk thuis blijven wonen en indien nodig daar worden geholpen, vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), de Jeugdwet en de Zorgverzekeringswet (Zvw).

In het kader van deze wijzigingen heeft het ministerie van VWS het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) gevraagd om de hervorming van de langdurige zorg te evalueren. Onderzoeksbureau BMC heeft onder aanvragers van zorg, medewerkers van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) en de zorgkantoren enquêtes afgenomen. Dit onderzoek is op 24 februari gepubliceerd. Hierna volgt een korte samenvatting.

Informatievoorziening ontoereikend

Uit het onderzoek blijkt dat één op de vijf aanvragers vooral duidelijke informatie mist over de criteria om in aanmerking te komen voor de Wlz, de hoogte van de eigen bijdrage en over de wijze waarop de zorg aangevraagd moet worden.

Onafhankelijke cliëntenondersteuning

Zorgaanvragers blijken nauwelijks op de hoogte te zijn van de mogelijkheden tot ‘onafhankelijke cliëntondersteuning’, dat destijds in de Wlz is opgenomen om zorgvragers te helpen bij het vinden en organiseren van passende zorg.

Persoonlijk contact

Zorgaanvragers zijn overwegend positief over het gesprek met het CIZ en het aanvraagproces: zij vinden het aanvraagproces klantgericht, zorgvuldig, snel en duidelijk. Iets minder positief zijn zij over de informatie die het CIZ verstrekt over de afhandeling van de aanvraag en de mate waarin CIZ-medewerkers meedenken over de zorgbehoefte.

Medewerkers CIZ positief over indicatiestelling

Medewerkers van het CIZ zijn over het algemeen positief over de indicatiestelling en vinden dat de beleidsregels over het algemeen voldoende houvast bieden om een indicatie te stellen. Een enkele groep zorgvragers (kwetsbare ouderen, kinderen, jongeren of bijvoorbeeld cliënten met een verstandelijke beperking) is lastiger te indiceren als gevolg van een onduidelijke afbakening tussen wetgeving.

Complexiteit

Meer dan de helft van de CIZ-medewerkers geeft aan dat de complexiteit van de aanvragen is toegenomen ten opzichte van de AWBZ. Eenzelfde beeld zien we bij het zorgtoewijzingsproces.

Maatwerk en mantelzorgers

De meerderheid van de respondenten geeft aan dat de druk op mantelzorgers is toegenomen sinds de komst van de Wlz. Daarnaast geeft bijna de helft van de respondenten aan dat de mogelijkheden voor het leveren van maatwerk zijn toegenomen.

Groep die achteraf gezien liever geen Wlz-zorg ontvangt

Bijna alle respondenten geven aan de zorg te krijgen daar waar zij die wilden krijgen. Ook kan de meerderheid van de respondenten die zorg in een instelling wilden krijgen, worden opgenomen in hun voorkeursinstelling. Enkele zorgvragers zijn achteraf ontevreden over een (positieve) indicatie voor Wlz-zorg, omdat zij bijvoorbeeld tot de ontdekking komen dat zij onder de Wlz minder uren zorg krijgen dan vanuit de Wmo en/of de Zvw, of dat zij een eigen bijdrage moeten betalen.

Staatssecretaris van Rijn heeft aangegeven in de eerstkomende voortgangsrapportage Wlz inhoudelijk te reageren op het onderzoek. Mocht u in de tussentijd vragen hebben over het onderzoek of over de Wlz, dan kunt u gerust contact opnemen met uw vaste Loyens & Loeff adviseur of met Redmar Damsma.