Deze week heeft de Eerste Kamer besloten het wetsvoorstel tot ‘Verlaging bezoldigingsmaximum WNT’ – de ‘WNT II’ – niet meer in 2014 te behandelen. Daarom treedt de WNT II niet met ingang van 1 januari 2015 in werking, zoals door de minister van BZK werd beoogd. Het is nog onbekend (of, en zo ja) wanneer WNT II wel in werking zal treden.

Met het voorstel van de WNT II zullen de salarissen van ‘topfunctionarissen’ in de publieke sector en in de wet aangewezen semipublieke sectoren (verder) worden genormeerd tot 100% van een ministersalaris. De huidige wettelijke norm is vastgesteld op 130% van een ministersalaris (in de media ook wel bekend als de Balkenendenorm).

De voorgenomen verdere verlaging van bezoldiging kan ingrijpende gevolgen hebben voor de personen waarop de wet betrekking heeft. De effecten van de huidige WNT I zijn nog niet (voldoende) geëvalueerd. Bovendien bevat de WNT II een complex overgangsrecht. Dat is onder meer ingewikkeld, omdat de overgangsperiode van de huidige WNT (I) nog niet is verlopen.

Mede gelet daarop worden er door de Eerste Kamer nu nog extra vragen over het wetsvoorstel gesteld, na al een kritisch wetgevingsadvies van de Raad van State daarover.

De WNT is nu ruim één jaar in werking. De praktijk laat nog veel vragen zien over de toepassing van de WNT. Om samen antwoorden te vinden, organiseert Stibbe op donderdagmiddag 12 maart 2015 een congres over de toepassing van de WNT in de praktijk. Aanmelden is mogelijk via deze link.

Verder verschijnt er begin 2015 een nieuwe Tekst en Commentaar Arbeidsrecht, waarin ook een commentaar van Tom Barkhuysen, Damiën Berkhout en Machteld Claessens bij de WNT is opgenomen. Dat commentaar bevat ook een vooruitblik op de WNT II.