Op 4 maart jl. hebben de minister en staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de internetconsultatie opengesteld voor het ontwerp van de ‘Algemene wet onderwijs’ (AWO).  Reageren op dit wetsontwerp kan tot en met 1 april 2016 via deze link.  De AWO beoogt de regeldruk in de onderwijssector te verminderen en een goede aansluiting tussen de sectoren te bevorderen.

Regeldrukagenda Onderwijs 2014-2017 en Kamerbrief d.d. 4 september 2015

Regeldruk is een veelkoppig monster dat we alleen gezamenlijk kunnen aanpakken“, aldus de Regeldrukagenda Onderwijs 2014-2017. Deze agenda is eind 2014 tot stand gebracht door OCW en de koepelorganisaties in de onderwijssector.  Hiermee is het startschot gegeven om zo snel als mogelijk te kunnen komen tot minder regeldruk in het onderwijs.  Aan dit nobele streven wordt onder meer uitvoering gegeven door middel van de nu gepresenteerde AWO. Minister Bussemaker en Staatssecretaris Dekker hebben de komst hiervan reeds aangekondigd per brief d.d. 4 september 2015. Wij blogden daarover al en gaven daarin te kennen de komst van een AWO toe te juichen. Echter, ook waren wij kritisch op het punt dat  de AWO niet zou moeten worden beschouwd als het wondermiddel. Om de regeldruk werkelijk te verminderen is meer nodig, zoals het daadwerkelijk verminderen van het aantal regels, bestaande regels te verduidelijken en het verband tussen regels te expliciteren. Een link naar ons eerdere blogbericht treft u hier aan.

De Algemene wet onderwijs in ontwerp

Met de invoering van algemene wetten zijn vaak grote wetgevingsoperaties gemoeid. Denk bijvoorbeeld aan de Algemene wet bestuursrecht, (Awb) de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de aanstaande Omgevingswet. Voor de onderwijssector verwachten wij niet anders, gelet op de omvang, belangen en (juridische) complexiteit van deze sector. Het introduceren van een ‘algemene wet’ voor een bepaalde sector is bovendien ook niet niets. Gelet op het al bestaande, uitgebreide scala van (sector)wetten en (beleids)regels is het specifiek in de onderwijssector geen gemakkelijke opgave om tot een algemene wet te komen. Een algemene wet veronderstelt dat afwijking in een bijzondere wet – zoals de huidige sectorwetgeving – alleen nog mogelijk zal zijn indien hiertoe een noodzaak bestaat (vergelijk aanwijzing 49 van de Aanwijzingen voor de regelgeving). Het is misschien om al deze redenen wel dat het ontwerp van de AWO enigszins terughoudend en voorzichtig oogt. De memorie van toelichting besteedt vooral aandacht aan de paar materiële zaken die de AWO in eerste instantie beoogt te regelen, namelijk het bundelen van de al bestaande registerwetgeving en het daarin opnemen van het Nederlands kwalificatieraamwerk (NLFQ). Gelet op het belang van een algemene wet, die – zoals de staatssecretaris en de minister terecht schrijven – ‘duurzaam’ zal moeten zijn (welke wet niet?) mag de daarbij behorende memorie van toelichting naar onze smaak meer visie bevatten over het waarom, hoe en wat ervan. Meer dan haast louter herhaling van wat er eerder met de Kamerbrief d.d. 4 september 2015 over de AWO is gecommuniceerd.  Een voorbeeld is de memorie van toelichting behorend bij de oorspronkelijke Awb (eerste tranche), die voor wat betreft de aanleiding, aard en het karakter van de Awb circa 25 pagina’s beslaat (zie hier).

Wens

Het zou prachtig zijn wanneer er een goed functionerende AWO komt waaraan een doorwrochte memorie van toelichting ten grondslag ligt. Welke thema’s zou een algemene onderwijswet moeten bevatten en welke zijn als eerste aan de beurt? Welke planning wordt daarbij aangehouden? Hoeveel tranches zijn er nodig? Aan welke condities heeft een algemene wet in de onderwijssector te voldoen, wil er daadwerkelijk sprake zijn van minder regeldruk? In hoeverre bestaat er een risico op een grote hoeveelheid lagere (beleids)regelgeving zoals nu ook met de aanstaande Omgevingswet dreigt te gebeuren? Deze en andere vragen zouden wij graag beantwoord zien in de definitieve memorie van toelichting behorend bij het wetsvoorstel voor de AWO. Andere wetstrajecten zoals de Awb, de Gemeentewet, de Wet Milieubeheer en de Wabo laten zien hoe belangrijk een dergelijke wetsgeschiedenis is voor de bruikbaarheid en toepassing van deze algemene wetten na inwerkingtreding daarvan.