Gemeenten kunnen op dit moment op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bepalingen opnemen in het bestemmingsplan die betrekking hebben op: sociale huur, sociale koop en particulier opdrachtgeverschap. Het ziet er naar uit dat het Bro wordt uitgebreid met de categorie "geliberaliseerde woningen voor middenhuur". De voorgestelde wijziging biedt gemeenten een extra instrumentarium voor het versterken van het middenhuursegment.

Tot 2 december 2016 kunnen belangstellenden reageren op de voorgestelde wijzigingen door middel van de internetconsultatie. Voor de internetconsultatie en de onderliggende stukken klik hier.

Voorgesteld wordt om aan art. 1.1.1 lid 1 Bro een nieuw onderdeel, 'j', toe te voegen. Daarnaast wordt aan de artikelen 3.1.2 en artikel 6.2.10 toegevoegd "geliberaliseerde woningen voor middenhuur". Het doel van deze wijziging is het creëren van de mogelijkheid voor gemeenten om het aanbod van middenhuurwoningen te sturen. Onder middenhuurwoningen worden volgens de nota van toelichting verstaan woningen met een aanvangshuurprijs boven de liberalisatiegrens (thans EUR 710,68). Gemeenten kunnen in de verordening zelf bepalen waar de bovengrens ligt voor middenhuur. Achterliggende gedachte hiervan is dat gemeenten op deze wijze rekening kunnen houden met de voor de regio benodigde voorraad middenhuurwoningen en de in de gemeente geldende marktprijzen voor huurwoningen. Het gaat hier om het scheppen van een bevoegdheid waar gemeenten gebruik van kunnen maken. Er is dus geen sprake van een verplichting.

Volgens de regering is deze wijziging van het Bro noodzakelijk, omdat de vraag naar middenhuurwoningen harder stijgt dan het aanbod. Naar huidig recht kunnen gemeenten als grondeigenaar privaatrechtelijk overeenkomen dat de grond wordt gebruikt voor het bouwen en verhuren van middenhuurwoningen. De regering wil met deze wijziging ervoor zorgen dat gemeenten ook via publiekrechtelijke weg het aanbod van middenhuurwoningen kunnen sturen.

Voor projectontwikkelaars heeft de wijziging tot gevolg dat in de toekomst per gemeente moet worden beoordeeld of gebruik is gemaakt van de mogelijkheid van het Bro en, zo ja, wat in de gemeentelijke verordening is opgenomen. Met name de bovengrens van de "middenhuur" zal per gemeente moeten worden beoordeeld, omdat "middenhuur" geen landelijk gedefinieerde term is.