Op 23 mei 2016 is een beleidsregel van de Minister van EZ in de Staatscourant gepubliceerd. Deze beleidsregel voorziet in de aanscherping van het toezicht op de naleving van de zorgplicht, als bedoeld in art. 33 van de Mijnbouwwet, vooruitlopend op de wijziging van het Besluit omgevingsrecht (‘Bor’), het Besluit milieueffectrapportage (‘Besluit mer’) en met name het Besluit algemene regels milieu mijnbouw (‘Barmm’). Zie ook onze ‘Energy Bit: Concept Wijzigingsbesluit (vergunning aanleg boorgat) naar parlement’.

Een houder van een vergunning voor opsporing en winning van delfstoffen of aardwarmte die voornemens is een diepteboring (of een wijziging of uitbreiding ervan) uit te voeren, zal op grond van deze beleidsregel een beschrijving dienen te overleggen van:

  • de diepteboring (dan wel wijziging of uitbreiding ervan);
  • de mogelijk nadelige gevolgen voor het milieu van de hiervoor genoemde activiteit;
  • de maatregelen om dergelijke gevolgen te voorkomen.

De Minister van EZ ontvangt de betreffende gegevens uiterlijk zes weken vóór de melding als bedoeld in het Barmm en bekijkt of er aan de hand van de beschrijving wellicht maatwerkvoorschriften aan de vergunninghouder moeten worden opgelegd (als bedoeld in art. 3, tweede lid, van het Barmm) om aan de zorgplicht te voldoen.

Wordt voldaan de hiervoor genoemde zes weken termijn dan zal de houder van de vergunning vóór die betreffende melding hiervan op de hoogte worden gebracht.

De beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van publicatie in het Staatscourant, derhalve op 24 mei 2016.