​In een eerdere nieuwsbrief Intergemeentelijke samenwerking is stilgestaan bij de mogelijke problemen die kunnen ontstaan rond de gebrekkige aansluiting tussen de Omgevingswet en de wetswijziging van de Wabo, waarin afspraken over vergunningverlening, toezicht en handhaving worden vastgelegd (Wet VTH). Hierover is AKD geïnterviewd door Binnenlands Bestuur. Naar aanleiding hiervan is in de Tweede Kamer onlangs een motie aangenomen waarmee de regering wordt verzocht aandacht te besteden aan de stroomlijning van de twee wetten, om onduidelijkheden te voorkomen.

Met de Wet VTH is voorzien in de wettelijke verankering van de 29 RUD's – ook wel: omgevingsdiensten – die zorg dienen te dragen voor de naleving van milieuregels uit het vastgestelde basispakket. De wetgever heeft vooralsnog geen keuzes gemaakt over hoe de uitvoering hiervan er in de praktijk uit moet komen te zien, in het bijzonder gelet op de samenvoeging van milieuaspecten in de Omgevingswet onder de noemer 'fysieke leefomgeving'. Wij voorzagen eerder onder meer de volgende knelpunten:

  • omgevingsdiensten worden nu op een bedrijfsmatige manier aangestuurd en dit lijkt te conflicteren met de ruimere beleidsvrijheid en de roep om meer maatwerk van de Omgevingswet;
  • het basistakenpakket dat door omgevingsdiensten moet worden uitgevoerd, roept de vraag op hoe decentrale overheden gaan borgen dat ze in 2018 nog in staat zijn om een integrale beoordeling van de fysieke leefomgeving te maken: veel specifieke (milieu)kennis is immers alleen aanwezig bij omgevingsdiensten.  

Tijdens een overleg van de vaste Tweede Kamercommissie voor Infrastructuur en Milieu met minister Schultz van Haegen over de Omgevingswet is naar aanleiding van het interview in Binnenlands Bestuur aandacht besteed aan de mogelijke spanning met het nieuwe VTH-stelsel. Dit heeft geleid tot het indienen van een motie door de Kamerleden Smaling en Cegerek, waarmee de regering wordt verzocht 'de twee wetten zo te stroomlijnen dat de problemen rond de mogelijke onduidelijkheid over rollen, taken en bevoegdheden bij decentrale overheden en omgevingsdiensten tijdig ondervangen worden'.

​Tijdens de plenaire vergadering van 8 maart jl. is deze motie unaniem aangenomen; eerder al had de minister toegezegd te zullen zorgen voor een 'uniforme en robuuste uitvoeringsstructuur'. Wij kijken uit naar de wijze waarop de regering de afstemming tussen de twee wetsvoorstellen zal rechttrekken.