De wet omschrijft betaalde sportbeoefenaars als personen die de verplichting aangaan zich voor te bereiden op of deel te nemen aan een sportcompetitie of -exhibitie onder het gezag van een ander persoon tegen loon dat een bepaald bedrag overschrijdt. Hierbij is het loon dat ze verdienen, bepalend. 

Also available in French.

In het loonbegrip wordt rekening gehouden met het volledige bedrag waarop de sporter recht heeft. Niet alleen zijn vast loon, maar ook zijn winstpremies, onkostenvergoedingen, … worden in rekening gebracht om te bepalen of hij al dan niet onder de arbeidsovereenkomstenwet voor betaalde sportbeoefenaars valt.

Na advies van het Nationaal Paritair Comité voor de Sport (PC 223), trekt het recente KB van 2 juni 2015 deze loongrens op naar 9.600 euro voor de periode 1 juli 2015 tot en met 30 juni 2016, dit is een stijging van 200 euro in vergelijking met de periode 2014-2015. (KB van 2 juni 2015 tot vaststelling van het minimumbedrag van het loon dat men moet genieten om als een betaalde sportbeoefenaar te worden beschouwd, B.S. 15 juni 2015)

Betaalde sportbeoefenaars worden - zonder mogelijkheid van tegenbewijs - geacht verbonden te zijn door een arbeidsovereenkomst voor bedienden. Ze moeten dus bij de RSZ aangegeven worden.

Sporters die niet onder die wet vallen, moeten enkel aangegeven worden bij de RSZ wanneer ze werken in uitvoering van een arbeidsovereenkomst. Dit betekent dat ze presteren onder gezag en voor hun prestaties een loon ontvangen dat meer is dan een terugbetaling van kosten die ten laste van de werkgever vallen.