a. Wet bescherming erfgenamen tegen schuldeisers

Vanaf 1 september is de Wet bescherming erfgenamen tegen schuldeisers van kracht. Deze wet zorgt voor een concretisering van de gedragingen die tot automatische zuivere aanvaardingen kunnen leiden en biedt een grotere bescherming van erfgenamen tegen onbekende schulden van een erflater dan nu het geval is.

De wetswijziging (Stb. 2016, 226) heeft de volgende belangrijke wijzigingen tot gevolg:

Automatische zuivere aanvaarding
Tot 1 september 2016 gold de regel dat een erfgenaam die zich ‘ondubbelzinnig en zonder voorbehoud als een zuiver aanvaard hebbende erfgenaam gedroeg’, de nalatenschap automatisch zuiver had aanvaard (tenzij hij de keuze voor (beneficiaire) aanvaarding of verwerping reeds eerder had gemaakt). De gedragingen die het automatisch zuiver aanvaarden tot gevolg hadden, waren niet nader omschreven. Het leeghalen van het huis van een erflater kon bijvoorbeeld al leiden tot het automatisch aanvaarden van een nalatenschap, met alle gevolgen van dien. Voormelde wetswijziging zorgt voor een concretisering van deze regel, waardoor nog enkel de verkoop of bezwaring van goederen en het op andere wijze onttrekken van goederen aan verhaal van schuldeisers automatisch zuivere aanvaarding tot gevolg hebben (indien de erfgenaam de keuze voor (beneficiaire) aanvaarding of verwerping nog niet heeft gemaakt).

Bescherming tegen onbekende schulden
Vanaf 1 september 2016 worden erfgenamen op twee manieren beter beschermd tegen onbekende schulden van een erflater.

Als hoofdregel geldt dat een erfgenaam die de nalatenschap zuiver heeft aanvaard, alle goederen van de nalatenschap verkrijgt, maar ook alle schulden van de nalatenschap voor zijn rekening moet nemen. Dit hield tot 1 september 2016 in dat als de schulden van de nalatenschap de baten van de nalatenschap overtroffen, de erfgenaam die de nalatenschap zuiver had aanvaard, zonder meer moest bijdragen in het tekort vanuit diens privévermogen. Vanaf 1 september is deze regel echter aangepast. De nieuwe wetgeving bepaalt immers dat een erfgenaam die na zuivere aanvaarding bekend wordt met een schuld van de nalatenschap die hij niet kende en ook niet behoorde te kennen, door de kantonrechter kan worden gemachtigd om alsnog beneficiair te aanvaarden, zodat de erfgenaam niet meer verplicht wordt om uit diens privévermogen bij te dragen in het tekort. De erfgenaam dient daartoe binnen 3 maanden na de ontdekking het verzoek bij de kantonrechter in te dienen.

Vanaf 1 september 2016 worden erfgenamen ook beschermd in het geval er een onbekende schuld opduikt na vereffening of verdeling van de nalatenschap. De nieuwe wetgeving bepaalt immers dat wanneer een erfgenaam na vereffening of verdeling van de nalatenschap bekend wordt met een schuld die hij niet kende en ook niet behoorde te kennen, hij de kantonrechter kan verzoeken om te worden ontheven van de verplichting die schuld uit zijn privévermogen te voldoen. Dit komt uiteraard pas aan de orde indien en voor zover deze schuld niet uit hetgeen de erfgenaam krachtens erfrecht uit de nalatenschap heeft verkregen, kan worden voldaan. Een verzoek daartoe dient ook binnen 3 maanden na de ontdekking te worden ingediend bij de kantonrechter. Regel is dat de kantonrechter deze ontheffing ook verleent, tenzij de erfgenaam zich zodanig heeft gedragen dat de betreffende schuldeiser erop mocht vertrouwen dat de erfgenaam deze schuld uit zijn privévermogen zou voldoen. Deze nieuwe regel houdt in dat een erfgenaam in een dergelijk geval niet hoeft bij te dragen uit diens privévermogen, maar dat slechts hetgeen de erfgenaam heeft verkregen uit de nalatenschap van erflater moet worden terugbetaald.

De wetswijziging betekent dus een concretisering van de gedragingen die tot automatische zuivere aanvaardingen kunnen leiden en tevens een grotere bescherming van erfgenamen tegen onbekende schuldeisers van erflater.