Als gevolg van de ruimere uitleg van de uitzendovereenkomst door de Hoge Raad, kunnen in principe alle driehoeksrelaties worden gezien als uitzendovereenkomsten (bijv. payrolling, detachering en consultancy). Dit kan enerzijds leiden tot toepassing van een ander arbeidsvoorwaardenregime, maar aan de andere kant kan dit ook leiden tot toepassing van zowel de CAO, als het verplichte pensioenfonds voor de Uitzendbranche (StiPP). Een verplichte aansluiting bij het pensioenfonds houdt in dat alle werknemers moeten worden aangemeld bij het pensioenfonds. De financiële gevolgen daarvan kunnen aanzienlijk zijn, vooral wanneer werkgevers zich niet bewust zijn geweest van deze verplichting en reeds een eigen pensioenvoorziening hebben getroffen en deze pensioenregeling tussentijds moet worden beëindigd. De financiële impact is zelfs hoger wanneer de verplicht gestelde pensioenregeling moet worden toegepast met terugwerkende kracht (bijv. vijf jaar of langer) en zou leiden tot premiebetalingen met terugwerkende kracht. Bovendien, kan de sectorpremie voor de uitzendbranche van toepassing worden voor de vaststelling van de premie voor de werknemersrisicoverzekeringen, die meestal hoger is voor de uitzendsector dan voor andere sectoren, omdat de werkloosheids- en arbeidsongeschiktheidsrisico's hoger zijn in de uitzendbranche.

Het is nu aan de wetgever om te komen met nieuwe wetgeving op dit punt en om meer duidelijkheid te verschaffen voor de verschillende driehoeksrelaties die nu opeens als uitzendovereenkomsten lijken te kwalificeren. Tot die datum zal bovengenoemde jurisprudentie een aanzienlijke impact kunnen hebben op bedrijven, die altijd gedetacheerde werknemers in dienst hebben gehad, maar in strikte zin niet dachten te kwalificeren als uitzendonderneming.