Een van de langverwachte maatregelen van huidige regering is de “taxshift” ofte belastingverschuiving.

Also available in French

De taxshift heeft tot doel werkgelegenheid te creëren wat gepaard gaat met een lastenverlaging voor de werkgever. De tax shift wil tevens de koopkracht van de werknemers met lage inkomens veilig stellen door een sociale en fiscale werkbonus toe te kennen of een verhoging van de forfaitaire beroepskosten. Haar doel strekt tevens tot een vereenvoudiging van het mechanisme van de vermindering van sociale bijdragen en tot een duidelijkere weergave van de werkelijke verschuldigde bijdragevoeten.

In het kader van de huidige toepasselijke regeling moeten werkgevers bijdragen betalen aan een faciaal basistarief van 32,4%. Dit wordt vermeerderd met bijkomende bijdragen en sectorale bijdragen gelinkt aan het paritair comité.

Vanaf 1 april 2016 wordt dit tarief herleid tot 30%. In 2018 vermindert het basistarief tot 25%. Dit laatste tarief blijft behouden in 2019. De reeds bestaande tarieven onder de 25% blijven behouden. De vermindering van het basistarief gaat steeds gepaard met structurele lastenverminderingen. Dit systeem verschilt naargelang de categorie waartoe de werknemer behoort (Hoofdstuk 3 van de Wet van 26 december 2015 houdende maatregelen inzake versterking van jobcreatie en koopkracht; B.S. 30 december 2015).

Daarnaast is sprake van een verlaging van de werkgeversbijdragen bij de zes eerste aanwervingen. In dit geval geldt een vermindering tot een volledige vrijstelling van de patronale basisbijdragen (Artikel 14 van de Wet van 26 december 2015 houdende maatregelen inzake versterking van jobcreatie en koopkracht; B.S. 30 december 2015 tot wijziging van het art. 342 en art. 343 van de programmawet van 24 december 2002, B.S. 31 december 2002; Advies nr. 1.964 van 15 december 2015 van de Nationale Arbeidsraad “Vermindering van de werkgeversbijdrage voor de aanwerving van de eerste zes werknemers – ontwerp wet – ontwerp koninklijk besluit).

Een andere maatregel bestaat in een progressieve vermindering van de socialezekerheidsbijdragen voor zelfstandigen die zich niet meer in een periode van aanvang van bezigheid bevinden, die de wettelijke pensioenleeftijd hebben bereikt of die een vervroegd pensioen genieten. Deze verlaging wordt toegepast op de eerste inkomensschijf en daalt van een huidige bijdrage van 22% tot 20,50% in 2018 (Art. 2 tot 12 van de Wet van 26 december 2015 houdende maatregelen inzake versterking van jobcreatie en koopkracht; B.S. 30 december 2015).

Op fiscaal vlak komen er eveneens veranderingen. De huidige maatregel waarbij ondernemingen in de privésector vrijgesteld worden van het doorstorten van de ingehouden bedrijfsvoorheffing van 1% zou in 2016 afgeschaft worden, dit ter financiering van de vermindering van de werkgeversbijdragen en van de extra verlaging van de loonkosten in de bouwsector. De vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing op ploegen-en nachtarbeid wordt progressief verhoogd tot 22,8% en dit reeds met ingang van 1 januari 2016 (Artikelen 126 en 127 van de Wet van 26 december 2015 houdende maatregelen inzake versterking van jobcreatie en koopkracht; B.S. 30 december 2015).