De Britten stemmen op 23 juni over een Brexit – een uittreding van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie. Een dergelijke scheiding heeft ook fiscale gevolgen. Kunnen de Britten gaan cherry picken of trekken ze aan het kortste eind?

Tijd om de balans op te maken van enkele potentiële fiscale gevolgen van een Brits 'nee' tegen de EU.

Indirecte belastingen

De EU harmonisatie-initiatieven zijn vooral terug te zien binnen de indirecte belastingen. Doordat de BTW-wetgeving van de EU-Lidstaten gebaseerd is op Europese richtlijnen bestaat er een gemeenschappelijk afgestemd systeem. Bij een exit zal het VK daarom meer vrijheid krijgen haar eigen competitieve BTW-wetgeving te bepalen. Aan de andere kant zal het niet langer kunnen profiteren van het praktische EU BTW-systeem. Bovendien kunnen incongruenties tussen beide systemen zorgen voor een cash flow nadeel (vertraging tussen het afdragen en terugkrijgen van BTW).

Als de Britten niet langer onderdeel zijn van de douane-unie, zal de handel over het Kanaal weer als import en export worden aangemerkt. De bijbehorende invoerrechten en formaliteiten vormen een potentiële belemmering voor de onderlinge handel.

Directe belastingen

Ook voor de directe belastingen bestaat regelgeving om fiscale belemmeringen binnen de EU te elimineren. Zo worden grensoverschrijdende herstructureringen binnen de EU gefaciliteerd door de 'Fusierichtlijn'. Andere richtlijnen stellen dividend, rente- en royalty betalingen tussen EU-groepsmaatschappijen vrij van (bron)belasting.

Na een Brexit zullen deze faciliteiten niet meer openstaan voor bepaalde transacties met een Britse angle. Dividenden van een EU-dochter naar haar Britse moedermaatschappij zullen dan mogelijk weer gewoon belast zijn. Dit kan nadelig uitwerken voor het Britse (houdster-)vestigingsklimaat. En zou mogelijk een prikkel kunnen zijn om het hoofdkantoor te verplaatsen naar bijvoorbeeld Nederland of Luxemburg.

Aan de andere kant is de EU voornemens om binnenkort een richtlijn aan te nemen die voor grensoverschrijdende activiteiten tot zwaardere belastingheffing kan leiden. Bij een Brexit zou het VK daar niet aan gebonden zijn.

Fiscale vrijheid

Het ontdoen van het EU-jasje kan de Britten verdere fiscale vrijheid bieden. Zo kunnen ze een gunstige(re) fiscale behandeling aanbieden aan bedrijven die momenteel in het staatssteun-vizier zijn van EU Commissaris Vestager (zoals Starbucks, Fiat en McDonalds). Ook kunnen toekomstige belastingverdragsonderhandelingen meer op de eigen leest worden geschoeid. Daarbij kan ook rekening worden gehouden met een fiscaal aantrekkelijke behandeling van in Londen gevestigde fondsen.

Impact

De uiteindelijke impact van een Brexit laat zich echter – ook voor fondsstructuren – helaas nog maar lastig voorspellen. Dit zal grotendeels bepaald worden door de uiteindelijke voorwaarden en vormgeving van een Brexit. Er ligt immers geen blauwdruk klaar voor de exit van een lidstaat. Wel kan er inspiratie worden gevonden bij bestaande tussenvormen van fiscale samenwerking door de EU met bijvoorbeeld Noorwegen en Zwitserland.