Op 9 januari jl. is de ontwerp Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) ter inzage gelegd. Tot en met 20 februari 20105 is het mogelijk om te reageren op het ontwerp via http://pas.natura2000.nl/. Het doel van de PAS is het beschermen en ontwikkelen van kwetsbare, voor stikstof gevoelige natuur, terwijl tegelijkertijd economische ontwikkelingen mogelijk blijven. Hierna zal het systeem van de PAS worden beschreven in 15 vragen met antwoorden.

Het verdient aanbeveling om voor 20 februari a.s. te bezien wat de gevolgen van de PAS voor uw onderneming zullen zijn en of het zinvol is een zienswijze in te dienen. Als u grote uitbreidingsplannen voor uw bedrijf heeft, kan het bijvoorbeeld wenselijk zijn dat uw project opgenomen wordt in de lijst met ‘prioritaire projecten’ (zie vraag 5). Daarnaast kan het onder omstandigheden wenselijk zijn om nog vóór de inwerkingtreding van de PAS een vergunningaanvraag in te dienen, bijvoorbeeld omdat de PAS voor uw situatie weinig ontwikkelingsruimte creëert en de huidige regeling daarom voor u gunstiger is (vraag 14).

  1. Wat is de PAS in essentie?
  2. Waarom en waar is stikstofdepositie een probleem?
  3. Welke maatregelen gaan getroffen worden om de kwaliteit van de Natura 2000-gebieden te verbeteren?
  4. Wat is het verschil tussen depositieruimte en ontwikkelingsruimte?
  5. Wanneer kan ik in aanmerking komen voor ontwikkelingsruimte?
  6. Wat is een toestemmingsbesluit?
  7. Wat is AERIUS?
  8. Wanneer val ik onder de grenswaarde?
  9. Als mijn bedrijf wil uitbreiden heb ik dan geen Nbw-vergunning meer nodig?
  10. Ik wil uitbreiden en heb al een Nbw-vergunning, heb ik nu alsnog ontwikkelingsruimte nodig?
  11. Aan mij is nog nooit een Nbw-vergunning verleend, heb ik nu alsnog ontwikkelingsruimte nodig?
  12. Wanneer treedt de PAS in werking en hoe lang geldt de PAS?
  13. Wat is de wettelijke grondslag voor de PAS?
  14. Heeft de PAS overgangsrecht?
  15. Is dit alles samen te vatten in een schema?

1. Wat is de PAS in essentie?

De PAS is een gezamenlijke, samenhangende aanpak van alle betrokken overheden op provinciaal en rijksniveau. De PAS bevat maatregelen die leiden tot een afname van stikstofdepositie en maatregelen die leiden tot een versterking van de natuurwaarden in de Natura 2000-gebieden. Door deze maatregelen kunnen in en rondom de Natura 2000-gebieden nieuwe economische activiteiten, zoals bedrijfsuitbreidingen die stikstofdepositie veroorzaken, worden toegelaten.

2. Waarom en waar is stikstofdepositie een probleem?

Stikstof is een belangrijke voedingsstof voor planten. Planten hebben zowel een minimale als maximale hoeveelheid nodig om te kunnen blijven leven. Voor elke plantensoort en elk ecosysteem verschillen deze tolerantiegrenzen. De maximumhoeveelheid (kritische depositiewaarde, KDW, genoemd) die op de lange termijn niet tot negatieve effecten leidt, wordt in Nederland in veel Natura 2000-gebieden overschreden. In bijlage 1 van de ontwerp PAS is een overzicht opgenomen van voor stikstof gevoelige habitattypen en leefgebieden van soorten.

De PAS heeft betrekking op 117 Natura 2000-gebieden. Voor de overige 43 gebieden is de PAS niet nodig, omdat daar geen voor stikstof gevoelig habitattype of leefgebied voorkomt waarvan de kritische depositiewaarde voor stikstof wordt overschreden. Een overzicht van de Natura 2000-gebieden kunt u hier vinden.

3. Welke maatregelen gaan getroffen worden om de kwaliteit van de Natura 2000-gebieden te verbeteren?

Onderscheid kan gemaakt worden tussen brongerichte maatregelen en herstelmaatregelen.

Brongerichte maatregelen zijn maatregelen die leiden tot een afname van stikstofdepositie. De belangrijkste generieke brongerichte maatregelen hebben betrekking op de landbouwsector. Deze moeten leiden tot een reductie in ammoniakemissie. De PAS bevat geen generieke brongerichte maatregelen voor andere sectoren dan de landbouw. De reden hiervoor is dat in het kader van het nationale samenwerkingsprogramma luchtkwaliteit (NSL) in het verkeer en de industrie al vele nieuwe voorschriften van toepassing zijn geworden, waarmee al een aanzienlijke emissiereductie is bereikt en nog verder zal worden bereikt.

Herstelmaatregelen leiden tot een versterking van de natuurwaarden in de Natura 2000-gebieden. Voorbeelden van herstelmaatregelen zijn het herstel van de waterhuishouding en de afgraving van een deel van de bodem door plaggen. Om te bepalen welke herstelmaatregelen bruikbaar zijn, zijn herstelstrategieën opgesteld. Uit deze herstelstrategieën zijn in de gebiedsanalyses voor elk van de onderscheiden Natura 2000-gebieden de maatregelen geselecteerd die specifiek in dat gebied kunnen worden toegepast.

Voor alle Natura 2000- gebieden is in de gebiedsanalyses de conclusie getrokken dat, mede door het treffen van deze maatregelen, de instandhoudingsdoelstellingen op termijn kunnen worden gerealiseerd en dat intussen geen verslechtering van de kwaliteit van de voor stikstof gevoelige habitattypen en leefgebieden van soorten optreedt.

Via de Natuurbeschermingswet 1998 (Nbw) is geborgd dat de maatregelen ook daadwerkelijk gerealiseerd zullen worden. Gedeputeerde staten zijn namelijk wettelijk verplicht te zorgen voor een tijdige uitvoering van de maatregelen. Daarnaast zijn waar nodig uitvoeringsovereenkomsten gesloten met terreinbeherende natuurorganisaties.

4. Wat is het verschil tussen depositieruimte en ontwikkelingsruimte?

Door de vermindering van de stikstofdepositie zal er ruimte voor economische ontwikkelingen ontstaan. Het programma maakt daartoe ‘depositieruimte’ en ‘ontwikkelingsruimte’ beschikbaar.

De depositieruimte is de totale hoeveelheid stikstofdepositie die voor de groei van bestaande activiteiten en nieuwe economische ontwikkelingen beschikbaar is.

Ontwikkelingsruimte is het gedeelte van de depositieruimte die kan worden toegekend aan nieuwe initiatieven als bijvoorbeeld de vestiging of uitbreiding van een veehouderijbedrijf, de aanleg of verbreding van een weg of de vestiging van een industriële activiteit die stikstof emitteert.

Een ander deel van de depositieruimte is beschikbaar voor autonome ontwikkelingen. Autonome ontwikkelingen zijn algemene maatschappelijke ontwikkelingen, zoals bevolkingsgroei (woningen, verwarming) en de groei van het autogebruik. De PAS gaat daarbij uit van 2,5% economische groei per jaar.

Ten slotte is een deel van de depositieruimte beschikbaar voor activiteiten waarvoor geen toestemming hoeft te worden verleend. Dit zijn activiteiten die vallen onder de grenswaarde, slechts een tijdelijke stikstofdepositie veroorzaken en van geringe aard zijn.

Schematisch kan dit als volgt worden weergegeven:

Klik hier om afbeelding te bekijken.

Hoeveel depositieruimte en ontwikkelingsruimte per Natura 2000-gebied beschikbaar is, is opgenomen in de gebiedsanalyses.

5. Wanneer kan ik in aanmerking komen voor ontwikkelingsruimte?

Ontwikkelingsruimte kan bij toestemmingsbesluiten worden ‘toegedeeld’ aan activiteiten die leiden tot een toename van de stikstofdepositie. De ontwikkelingsruimte is in twee segmenten verdeeld. Het eerste segment bestaat uit de ‘prioritaire projecten’. Dit zijn projecten van nationaal en provinciaal belang. De lijst van prioritaire projecten is opgenomen in de bijlage van de ontwerp Regeling programmatische aanpak stikstof. Deze lijst zal in ieder geval jaarlijks worden geactualiseerd.

Het tweede segment is de ontwikkelingsruimte. Deze ontwikkelingsruimte is vrij beschikbaar voor industriële, agrarische en andere activiteiten. Van de ontwikkelingsruimte voor segment 2 is 60% beschikbaar voor toedeling in de eerste helft van het tijdvak en 40% voor toedeling in de tweede helft van het tijdvak van de PAS.

Voor de toedeling van ontwikkelingsruimte in toestemmingsbesluiten door gedeputeerde staten voor activiteiten in segment 2, zullen gedeputeerde staten provinciale beleidsregels vaststellen. Door middel van deze beleidsregels zouden bijvoorbeeld aanvragen voor activiteiten waarvoor een onevenredige hoeveelheid ontwikkelingsruimte benodigd is ontmoedigd kunnen worden. Dit kan door het instellen van een maximumwaarde (plafond) en/of het vaststellen van een termijn waarbinnen de activiteit moet worden uitgevoerd.

In beginsel geldt voor de toedeling van ontwikkelingsruimte binnen segment 2 de volgorde van ontvangst van de aanvraag van een toestemmingsbesluit, tenzij gedeputeerde staten in nadere beleidsregels een nadere verdeelmethode vastleggen.

6. Wat is een toestemmingsbesluit?

Ontwikkelingsruimte kan uiteraard, maar niet alleen, door middel van een Nbw-vergunning worden toegedeeld. Naast deze vergunning, kan toedeling ook plaatsvinden in een omgevingsvergunning, het beheerplan, een bestemmingsplan, een tracébesluit of een wegaanpassingsbesluit (art. 19km Nbw). Al dit soort besluiten worden in de PAS samen aangeduid als ‘toestemmingsbesluit’.

7. Wat is AERIUS?

AERIUS is het rekeninstrument dat wordt gebruikt om stikstofdepositie op lokaal niveau inzichtelijk te maken. AERIUS bestaat uit vijf met elkaar samenhangende producten:

  • AERIUS Calculator berekent de toename van de depositie door nieuwe activiteiten of uitbreiding van bestaande activiteiten. AERIUS genereert een overzicht waarop alle brongegevens en rekenresultaten zijn aangegeven die vereist zijn voor de aanvraag van een vergunning op grond van de wet of ander toestemmingsbesluit. AERIUS Calculator moet verplicht worden gebruikt op grond van de Regeling programmatische aanpak stikstof.
  • In AERIUS Register houden gedeputeerde staten bij hoeveel ontwikkelingsruimte zij hebben toegedeeld. De registratie van reserveringen van ontwikkelingsruimte voor prioritaire projecten, gebeurt eveneens in dit register.
  • AERIUS Monitor geeft overzichten van de ontwikkeling van stikstofdepositie, de uitvoering en effectiviteit van herstelmaatregelen, de ontwikkeling van de natuurkwaliteit en de uitgifte van ontwikkelingsruimte.
  • Met AERIUS Scenario is het mogelijk om voor beleidsstudies brongerichte maatregelen en verschillende beleidsscenario’s te vergelijken.
  • AERIUS Connect ondersteunt de uitwisseling van informatie tussen AERIUS-producten onderling en met andere externe producten, zoals NSL.

Meer over AERIUS is te vinden op http://www.aerius.nl.

8. Wanneer val ik onder de grenswaarde?

Eerder is op Stibbeblog al ingegaan op ontwerpbesluit Grenswaarden programmatische aanpak. Projecten en andere handelingen die een stikstofdepositie veroorzaken die lager dan of gelijk is aan de grenswaarde, zijn uitgezonderd van de Nbw-vergunningplicht. In dit besluit wordt onderscheid gemaakt tussen ‘algemene grenswaarden’ en ‘specifieke grenswaarden’.

De specifieke grenswaarde wordt uitgedrukt in de afstand tussen een project of andere handeling en een Natura 2000-gebied. Deze grenswaarde is bedoeld voor infrastructurele projecten en handelingen van het Rijk die zijn opgenomen in het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT). Deze grenswaarde wordt in het ontwerpbesluit vastgesteld op drie kilometer voor een hoofdweg en 5 kilometer voor een hoofdvaarweg.

De algemene grenswaarde is in het ontwerpbesluit vastgesteld op 1 mol stikstofdepositie per hectare per jaar. Voor de toepassing van deze grenswaarde geldt dat als een project op één hectare de grenswaarde van 1 mol overschrijdt, maar de gemiddelde depositie wel lager is dan 1 mol, de vrijstelling niet van toepassing is en voor het gehele project een vergunning vereist is. Ook is het niet toegestaan om projecten ‘op te knippen’: als een wijziging van een bestaande inrichting een stikstofdepositie veroorzaakt die op zichzelf onder de grenswaarde blijft, maar de stikstofdepositie van die uitbreiding in cumulatie met de stikstofdepositie van verschillende daaraan voorafgaande kleine uitbreidingen ten aanzien van dezelfde inrichting in dezelfde programmaperiode (van zes jaar) bij elkaar opgeteld wel leiden tot overschrijding van de grenswaarde, geldt de vrijstelling niet.

Als u onder de grenswaarde blijft, heeft u geen Nbw-vergunning nodig. Wel moet u een melding indienen via AERIUS. Deze melding moet u indienen vier weken voordat u begint met de activiteit. Gedeputeerde staten zullen de melding verwerken in het Register zodat gemonitord kan worden wat de stikstofbelasting in een Natura 2000-gebied is.

9. Als mijn bedrijf wil uitbreiden heb ik dan geen Nbw-vergunning meer nodig?

Hiervoor is al ingegaan op de meldingsplicht voor activiteiten die slechts een geringe stikstofbelasting veroorzaken en onder de grenswaarde blijven. Als u deze grenswaarde overschrijdt, zult u een Nbw-vergunning moeten aanvragen. Voor deze aanvraag hoeft u echter geen eigen passende beoordeling meer op te stellen.

Tot nu toe moet een aanvrager door middel van een passende beoordeling aantonen dat zijn project niet in strijd is met de Nbw. Voor de PAS is nu voor alle Natura 2000-gebieden voor stikstofeffecten een passende beoordeling opgesteld.

Na inwerkingtreding van de PAS kunt u, als u voor een activiteit een aanvraag indient, volstaan met het maken van een berekening in AERIUS. Hieruit zal blijken of voor uw project ontwikkelingsruimte nodig is en zo ja, of deze beschikbaar is. Dit zal naar verwachting een aanzienlijke vermindering van de administratieve lasten met zich brengen en vergunningverlening sneller en eenvoudig maken.

Als andere aspecten van de activiteit dan stikstokstofdepositie – bijvoorbeeld licht of geluid – significante effecten kunnen hebben, dan zullen deze nog wel afzonderlijk passend moeten worden beoordeeld.

10. Ik wil uitbreiden en heb al een Nbw-vergunning, heb ik nu alsnog ontwikkelingsruimte nodig?

Onderscheid kan worden gemaakt tussen uitbreiding die al mogelijk is op grond van een (onherroepelijke) Nbw-vergunning en een nieuwe uitbreiding.

In het eerste geval is sprake van autonome groei. Autonome groei is onderdeel van de depositieruimte. De toename van de productie bij bedrijven binnen de voorwaarden van een al verleende Nbw-vergunning vallen hieronder. U heeft daarom geen ontwikkelingsruimte nodig.

Als u wilt uitbreiden buiten de kaders van uw onherroepelijke Nbw-vergunning, geldt het volgende. In dat geval geldt de vergunde situatie als uitgangssituatie. Voor de toename van de stikstofdepositie die het gevolg is van de uitbreiding of wijziging moet – als de grenswaarde wordt overschreden – een beroep worden gedaan op ontwikkelingsruimte uit de PAS.

11. Aan mij is nog nooit een Nbw-vergunning verleend, heb ik nu alsnog ontwikkelingsruimte nodig?

Met betrekking tot dit soort situaties is de referentiedatum van belang. Deze referentiedatum is meestal 7 december 2004 of 10 juni 1994, maar kan (afhankelijk van de datum waarop het gebied is aangewezen op grond van de Vogel- of Habitatrichtlijn) ook een andere datum zijn. Veel bedrijven bestonden al vóór de referentiedatum, maar nog niet voor al deze bedrijven is al toestemming verleend op basis van een passende beoordeling.

Als uw bedrijf al bestond vóór de referentiedatum en nadien niet is gewijzigd, geldt dat zolang geen sprake is van een wijziging of uitbreiding die de grenswaarde overschrijdt, geen ontwikkelingsruimte nodig is. Er is immers geen sprake van een ontwikkeling.

Zodra een wijziging of uitbreiding aan de orde is, zal een Nbw-vergunning moeten worden verleend voor de gehele exploitatie na de wijziging of uitbreiding. U hoeft echter alleen voor de toename van de stikstofdepositie ten opzichte van de feitelijke stikstofdepositie die u veroorzaakte vóór de inwerkingtreding van de PAS een beroep te doen op de ontwikkelingsruimte.

Voor de op het moment van vaststelling van de PAS veroorzaakte feitelijke depositie wordt geen ontwikkelingsruimte toegedeeld, omdat ook deze feitelijke depositie onderdeel uitmaakt van de achtergronddepositie waarmee AERIUS rekent en die depositie is meegenomen in de passende beoordeling voor de PAS.

Een andere categorie bedrijven zijn de ‘interimmers’. Dit zijn bedrijven die na de referentiedatum zijn opgericht of gewijzigd zonder Nbw-vergunning. In de PAS is opgenomen dat het aan gedeputeerde staten is om beleid te bepalen ten aanzien van het legaliseren van deze situaties. In beginsel geldt voor interimmers hetzelfde als voor bedrijven die al vóór de referentiedatum bestonden, omdat ook hier de feitelijke depositie als achtergronddepositie is meegenomen in de passende beoordeling van de PAS. In de PAS wordt echter de suggestie gedaan om door middel van beleidsregels beperkingen stellen ten aanzien van het toekennen van ontwikkelingsruimte aan interimmers. Op deze manier kan voorrang worden gegeven aan de uitbreidingswensen van ondernemers die wel conform de Nbw hebben gehandeld.

12. Wanneer treedt de PAS in werking en hoe lang geldt de PAS?

Het is nog niet bekend wanneer de PAS in werking zal treden. Het is nu nog mogelijk om een zienswijze in te dienen op de ontwerp PAS. Deze zienswijzen zullen moeten worden verwerkt. Pas daarna zal de PAS in werking treden.

De PAS geldt voor een tijdvak van zes jaar (2015-2021). Daarnaast is in de PAS opgenomen dat er in ieder geval een tweede PAS (tijdvak 2021-2027) en een derde PAS (tijdvak 2027-2033) zullen volgen.

13. Wat is de wettelijke grondslag voor de PAS?

De wettelijke grondslag voor de PAS is te vinden in:

Daarnaast zijn voor de uitvoering en nakoming van de PAS nog de volgende documenten van belang:

14. Heeft de PAS overgangsrecht? 

Ja, de wetswijziging voor de PAS voorziet in overgangsrecht. De regeling omtrent ontwikkelingsruimte is niet van toepassing als een activiteit aan drie voorwaarden voldoet:

  1. er al een toestemmingsbesluit in voorbereiding op het moment dat de PAS in werking treedt;
  2. de beschikbare gegevens en bescheiden, inclusief een volledige passende beoordeling, zijn voldoende voor de beoordeling van de aanvraag of voorbereiding van het toestemmingsbesluit;
  3. een tijdige uitvoering van eventuele mitigerende en compenserende maatregelen is verzekerd door degene die het project zal realiseren.

15. Is dit alles samen te vatten in een schema?

Hieronder treft u een globaal overzicht van de regeling uit de PAS aan. Het is bedoeld om een eerste indruk te geven. In het kader van de eenvoud van het schema, zijn een aantal nuances weggelaten.

Klik hier om afbeelding te bekijken.