Inleiding

Op 12 juli 2016 heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel Wijziging van de Wet openbaarheid van bestuur in verband met aanvullingen ter voorkoming van misbruik aangenomen. In dit wetsvoorstel is bepaald dat een bestuursorgaan vanaf 1 oktober 2016 niet langer een dwangsom verschuldigd is indien het niet tijdig een besluit neemt op een verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (“Wob”). Het wetsvoorstel zal in werking treden op 1 oktober 2016.

In dit blogbericht beschrijven we wat het wetsvoorstel inhoudt en hoe het zich verhoudt tot de Wet open overheid (“Woo”).

Wijziging van de Wob

Geen dwangsom

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht (“Awb”) is een bestuursorgaan een dwangsom aan de indiener van een Wob-verzoek verschuldigd indien het niet tijdig beslist op zijn verzoek. In het geval van de Wob leidde dit tot verzoeken die werden ingediend met als enige doel het innen van dwangsommen. Zo werden informatieverzoeken ‘verstopt’ in brieven of bewust zo onduidelijk mogelijk geformuleerd. Voor meer informatie over misbruik van de huidige Wob verwijzen wij graag naar eerdere blogs van Tom Barkhuysen en Jan van Oosten.

Om dit misbruik tegen te gaan, bepaalt het wetsvoorstel dat de dwangsomregeling uit de Awb (paragraaf 4.1.3.2 Awb) niet langer van toepassing is op Wob-verzoeken.

Wel rechtstreeks beroep of bezwaarschrift

Door het afschaffen van de dwangsomregeling worden niet alleen personen en bedrijven getroffen die misbruik van de Wob maken, maar ook personen en bedrijven die een Wob-verzoek doen om duidelijkheid in een bepaalde situatie te krijgen. Deze personen en bedrijven dienen nog voldoende mogelijkheden te houden om bestuursorganen tot besluitvorming te bewegen.

Vanaf 1 oktober heeft de indiener van een Wob-verzoek twee mogelijkheden als het bestuursorgaan niet tijdig op zijn verzoek beslist: hij kan (1) een bezwaarschrift bij het bestuursorgaan indienen of (2) rechtstreeks beroep bij de bestuursrechter instellen.

De reden voor het invoeren van de mogelijkheid om bezwaar te maken tegen het niet tijdig nemen van een Wob-besluit, is – aldus de wetgever – dat rechtstreeks beroep een te hoge drempel kan zijn en dat bezwaar een laagdrempelig alternatief is. Tegelijkertijd zou de mogelijkheid van rechtstreeks beroep het bestuursorgaan scherp houden.

Het bezwaarschrift kan worden ingediend zodra de beslistermijn is verstreken. Bij een beroepschrift zal het bestuursorgaan eerst nog in gebreke moeten worden gesteld. Als een beroepschrift wordt ingediend zal de bestuursrechter in zijn uitspraak een nieuwe termijn beslistermijn bepalen.

Verhouding tot de Woo

In april 2016 is het wetsvoorstel voor de Woo door de Tweede Kamer aangenomen. De Woo zou de Wob moeten gaan vervangen. In de Woo is een vergelijkbare regeling opgenomen om misbruik van de dwangsomregeling te voorkomen.

Ook in de Woo verbeuren bestuursorganen geen dwangsom bij niet tijdig beslissen. In plaats daarvan kunnen indieners van een Woo-verzoek kiezen tussen het indienen van bezwaar of rechtstreeks beroep.

In aanvulling hierop bevat de Woo ook nog een antimisbruikbepaling (artikel 4.6). Op grond hiervan kan een bestuursorgaan besluiten het verzoek niet te behandelen als sprake is van misbruik.

Voor een uitgebreider overzicht van de voorgenomen wijzigingen uit de Woo, verwijzen we naar ons eerdere blog hierover.

Conclusie

Het niet van toepassing zijn van de dwangsomregeling op Wob-verzoeken zal mogelijk bijdragen aan het verminderen van het aantal keren dat misbruik wordt gemaakt van de Wob. Dat is een goede ontwikkeling. Wel hopen we dat het ontbreken van deze prikkel er niet toe zal leiden dat bestuursorganen niet tijdig meer zullen beslissen op gerechtvaardigde verzoeken.