Op 6 november 2015 deed de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (”Afdeling”) bij wijze van een voorlopige voorziening uitspraak in het verzoek van MOB e.a. om de toestemming voor het uitbreiden van een agrarisch bedrijf te schorsen.

Deze uitspraak is interessant omdat (a) dit de eerste uitspraak is die ziet op de systematiek van de PAS en (b) daarin is bepaald dat een meldingsbevestiging op grond van de PAS niet appellabel is, omdat het geen besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (”Awb”). Kanttekening hierbij is wel, dat het een voorlopig oordeel is van de Voorzitter van de Afdeling.

Hoe zat het ook alweer met  activiteiten waarvoor een melding moet worden gedaan?

Voor een activiteit, zoals bijvoorbeeld de uitbreiding, verandering of oprichting van een agrarisch bedrijf of een fabriek onder de grenswaarde van 1 mol per hectare per jaar (of 0,05 mol per hectare per jaar) aan stikstofdepositie, hoeft geen ontwikkelingsruimte te worden geclaimd op grond van de PAS. Een melding volstaat.

Dit is een mogelijkheid die vóór de inwerkingtreding van de PAS niet werd geaccepteerd door de Afdeling. Voorheen was de lijn: op basis van een grenswaarde kan niet worden geoordeeld dat significante effecten kunnen worden uitgesloten en een grenswaarde kan dus geen rechtvaardiging zijn om geen Passende Beoordeling op te stellen. Dit kan pas nadat onderzoek is verricht naar de gevolgen.

De nu bestaande mogelijkheid om een melding te doen op grond van de PAS, zonder daarvoor ontwikkelingsruimte nodig te hebben op basis van een toestemmingsbesluit, maakt het makkelijker om een project die stikstofdepositie veroorzaakt uit te breiden, op te richten of te veranderen.

Wat was de casus?

Op 28 augustus 2015 is een meldingsbevestiging verstuurd aan een vergunninghouder naar aanleiding van een melding via AERIUS van de voorgenomen wijziging van zijn agrarisch bedrijf. Uit AERIUS calculator bleek namelijk dat de voorgenomen uitbreiding de grenswaarde van 1 mol per hectare per jaar niet overschrijdt.

MOB e.a. hebben tegen deze bevestiging bezwaar gemaakt. Volgens MOB e.a. zouden de voorgenomen wijzigingen in het agrarisch bedrijf leiden tot een toename van stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied (Stelkampseveld). MOB e.a. betoogden dat de meldingsbevestiging een besluit is in de zin van de Awb. Bij wijze van een voorlopige voorziening verzochten ze om schorsing van het ”besluit”.

De Staatssecretaris en het college van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente (”College”) stelden zich op het standpunt dat de meldingsbevestiging geen besluit is waartegen bezwaar kan worden gemaakt. Een besluit in de zin van de Awb moet namelijk onder meer (naast afkomstig zijn van een bestuursorgaan en schriftelijk zijn) een rechtsgevolg hebben. De uitzondering op de vergunningplicht voor projecten en handelingen die de grenswaarde van 1 mol per hectare per jaar niet overschrijden volgt volgens het College en de Staatssecretaris rechtstreeks uit de wet. De melding, noch de meldingsbevestiging, is volgens het College en de Staatssecretaris een voorwaarde voor het ontstaan van de uitzondering op de vergunningplicht. Daarmee is er geen rechtsgevolg, en dus geen sprake van een Awb-besluit.

Wat vond de voorzieningenrechter ervan?

De Voorzitter van de Afdeling is  ook van oordeel dat de uitzondering op de vergunningplicht rechtstreeks volgt uit de wet, en dat het doen van de melding of het verkrijgen van een bevestiging op de melding geen voorwaarde is voor de uitzondering op de vergunningplicht. Diegene die een melding doet, krijgt automatisch een bevestiging. De melding wordt niet beoordeeld door het bevoegd gezag; evenmin vindt een controle plaats of de gemelde activiteit onder de meldingsplicht valt en is uitgezonderd van de vergunningplicht.

De meldingsbevestiging is dus niet op rechtsgevolggericht. Het betreft slechts een bevestiging aan de melder dat een melding is gedaan. De meldingsbevestiging behelst anders dan MOB e.a. veronderstellen niet de toestemming om het gemelde uit te voeren.

Conclusie

Dit voorlopig oordeel leert ons dat een meldingsbevestiging op grond van de PAS  niet appellabel is. Hoewel het een voorlopig oordeel betreft mag, gelet op de jurisprudentie over meldingen alsook de conclusie van advocaat-generaal Widdershoven worden verwacht dat dit ook de lijn van de Afdeling wordt.