Op 1 april jl. heeft de Autoriteit Woningcorporaties het consultatiedocument beoordelingskader scheiding DAEB niet-DAEB​ gepubliceerd. Eerder heeft de Autoriteit al de hoofdlijnen van dit beoordelingskader gepubliceerd. Tot en met 15 april kan er op dit document gereageerd worden.

In het consultatiedocument beschrijft de Autoriteit op welke wijze zij de door de corporaties in te dienen scheidingsvoorstellen gaat beoordelen. Daarbij kijkt de Autoriteit naar de volgende principes:

  • Heldere governance voor gescheiden takken
  • Verankering strategie en volkshuisvestelijke opgave
  • Bescherming van maatschappelijk vermo​​gen
  • Structurele levensvatbaarheid en financierbaarheid van de zelfstandige DAEB-tak en niet-DAEB tak na scheiding of splitsing.

Deze aspecten moeten corporaties dus goed verankeren in hun scheidingsvoorstel.

Het consultatiedocument is uitgebreid en gaat op allerlei juridische maar ook financiële onderwerpen in. Opvallend zijn:

  • Waar de hoofdlijnen nog spraken over de hybride scheiding als een combinatie van de administratieve en juridische scheiding wordt dat in het consultatiedocument gecorrigeerd. Terecht merkt de Autoriteit op dat de hybride scheiding een variant is van de administratieve scheiding.
  • De Autoriteit noemt een aantal keer dat de scheiding per 1 januari 2017 geregeld moet zijn. Dat is niet juist. Het voorstel moet voor die datum worden geregeld, maar de scheiding hoeft pas een feit te zijn per 1 januari van het jaar volgend op de goedkeuring van de Autoriteit;
  • De benoemde rol van het WSW. De Autoriteit geeft aan dat het WSW plannen voor scheiding alleen beoordeelt in die gevallen waar er mogelijke gevolgen zijn voor de borgbaarheid. Voor administratieve scheiding betekent dit dat WSW de plannen alleen ontvangt en beoordeelt als deze leiden tot een niet levensvatbare DAEB of niet-DAEB-tak en in het geval dat bestaande herstel- en herstructureringsplannen moeten worden aangepast. In het geval van een voorgenomen juridische of hybride splitsing beperkt de beoordeling van WSW zich in de meeste gevallen tot toepassing van de richtlijn vrijgave onderpand en toetsing of wordt voldaan aan de governance eisen (geen majeure beslissing in de woonvennootschap zonder toestemming van de TI, verpanding van de aandelen van de woonvennootschap aan de TI, een volmacht op het bezit in de woonvennootschap door de TI). Wij zien niet direct de juridische basis voor de aangegeven governance eisen van het WSW.